Recensie

De grootste handicap van War Machine: de zelfgenoegzaamheid van Brad Pitt

Oorlogskomedie

Brad Pitt produceert zijn eerste Netflix-film, de oorlogsparodie War Machine, maar hij is zelf de zwakste schakel.

Brad Pitt als de Amerikaanse generaal Glenn McMahon, leider van de troepen in Afganistan. Netflix

Voor Brad Pitts filmbedrijf Plan B moet het hemels zijn om voor Netflix te werken. De film is wel niet in de bioscoop te zien, maar financieel loop je geen risico. Flopt de film, dan weet alleen Netflix dat – en die verzwijgt hoe vaak de film wordt gestreamd. De kers op de taart: als filmmaker krijg je ongekende vrijheid.

Die vrijheid kan zich tegen een film keren, zo bewijst War Machine. Een film met een zeer interessant verhaal, die is mislukt omdat regisseur David Michôd (Animal Kingdom) niet de juiste mix van ernst en satire vindt. Zijn grootste handicap is de zelfgenoegzaamheid van hoofdrolspeler Brad Pitt. Iemand had hem eens goed door elkaar moeten schudden. „Brad, dit werkt niet!”

Brad Pitt speelt de Amerikaanse generaal Glenn McMahon, leider van de troepen in Afganistan. Populair onder zijn mannen, zo heet het. Bijnamen: The Lion King, G-Man, The Glennimal. Een atleet, asceet en oorlogsheld die dagelijks vier uur slaapt, één keer dineert en tien kilometer rent. Die meteen de Burger King en Pizza Hut op zijn Afghaanse legerbasis sluit en parmantig de kleinste slaapkamer voor zichzelf kiest. Het type militair dat zichzelf spiegelt aan veldheren als Ceasar, Alexander de Grote, Frederik de Grote.

Rellen als een rockband

McMahon is een parodie op generaal Stanley A. McChrystal, die naar Afghanistan werd gestuurd om zonder gezichtsverlies de aftocht van de internationale troepenmacht ISAF te regelen – volgens veel Amerikanen een afkorting voor ‘I Suck at Fighting’. In plaats daarvan eiste McChrystal 40.000 man extra voor een ‘surge’: een tactiek die president Bush in 2007 succesvol in Irak had toegepast en neerkomt op een laatste aanval om je aftocht te dekken. Toen dat werd geweigerd en McChrystal niet de gewenste ‘face time’ met Obama kreeg, sloeg hij opzichtig aan het lekken richting media.

Waarna Obama alsnog 30.000 man stuurde, en McChrystals vijanden in Washington de messen slepen. Die landden in zijn rug toen de generaal zo dom en ijdel was om Rolling Stone-journalist Michael Hastings mee te nemen naar een NAVO-top in Parijs. Die schreef een vernietigend profiel over McChrystal: ‘The Runaway General’. Hoe zijn militaire entourage zich in Parijs misdroeg als een rockband op tournee. Hoe Obama en Joe Biden continu werden beschimpt. Er volgde een snel en eervol ontslag, en dat voor een artikel dat niet eens de cover van de Rolling Stone haalde. Die was voor Lady Gaga.

War Machine is een brede satire op de cultuur van het Amerikaanse leger, opgedist met de wrange, alwetende vertelstem van de Rolling Stone-journalist. Hij hekelt het geloof in de militaire doctrine van counterinsurgency, die uitlegt hoe je een guerrillaoorlog op vreemde bodem wint via ‘nation building’ en ‘winning hearts and minds’. Wat na het fysiek en spiritueel geruïneerde Japan van 1945 nergens meer is gelukt: Vietnam en Irak eindigden in een bloedige impasse.

Ridicule padvinder

Ook generaal McChrystal besefte dat Afghanen NAVO-troepen hoe dan ook als buitenlandse bezettingmacht zagen, maar hij had een nieuwe, onbegrijpelijke wonderdoctrine: COIN. (In de film SNORT geheten). Die eiste van zijn troepen onmogelijke terughoudendheid: het kwam erop neer dat je pas terug mocht schieten als je dood was.

In War Machine sluit Brad Pitt als generaal McMahon stijfkoppig de ogen voor de realiteit. Hij vuurt zijn sceptische troepen vruchteloos aan, toert door het land met de Afghaanse president Karzai (Ben Kingsley), een cynische satraap die het liefst coke snuift in zijn slaapkamer met een blu-ray van Dumb and Dumber. Probeert iets te maken van de luie, gedrogeerde Afghaanse troepenmacht. Sust dorpsleiders die klagen dat Amerikanen hun altijd weer ‘motherfucker’ noemen. „Weet u dat het in Afghanistan verboden is je moeder te neuken?”

Zo legt War Machine het falen van counterinsurgency lucide, zij het iets te expliciet bloot: regisseur Michôd verkiest consequent uitleg boven suggestie. Als het grappig wordt, is dat niet dankzij, maar ondanks Brad Pitt, die niet de juist toon vindt voor generaal McMahon. Zijn zilvergrijze, ridicule padvinder met een stem van gemalen grint blijft een bedenksel.

Slechts één keer komt zijn McMahon echt tot leven: als de mannenman in Parijs een zeer ongemakkelijke date heeft met zijn loyale, onderdanige echtgenote. Een gemiste kans. Maar gelukkig: het is Netflix. Dus consequenties heeft dat niet.