Column

Op zoek naar het echte luisterboek

Op de fiets bedacht ik dat Natuurdagboek van Nescio mijn favoriete luisterboek zou kunnen zijn.

Omdat het de week van het luisterboek was, overwoog ik afgelopen zaterdag de acht door literatuursite Hebban uitverkoren gratis luisterboeken tot me te nemen. Maar de titels (Rusteloos land van Belinda Bauer, Bloedlijn van Corine Hartman, Villa Toscane van Linda van Rijn, Een vlaag van waanzin van Corine Hartman, Als anderen slapen van Inge Ipenburg, Tweede kans van Martyn van Beek, Perfect match van Patricia Snel en Kunnen we leren van het verleden van Maarten van Rossem) schrokken me op één na dermate af, dat ik besloot de benodigde app niet te downloaden en het experiment aan me voorbij te laten gaan. Daarbij kwam dat het hoofdstedelijke nachtleven van het ouderwets gelezen boek lonkte. En dat stelde me allerminst teleur, ook omdat ik er zelf aan mee mocht doen.

Uitgeverij Das Mag had op uiteenlopende locaties in het centrum van Amsterdam leesclubs georganiseerd met een keur aan schrijvers zoals Marijke Schermer, Jeroen Olyslaegers, Lize Spit, Hanna Bervoets, Adriaan van Dis, Annelies Verbeke, Jan van Mersbergen, Karin Amatmoekrim, Jente Posthuma, Herman Koch, Hagar Peeters en Auke Hulst. Het festival was een genot om naar te luisteren.

Zelf leidde ik in boekhandel Pegasus een leesclub met de Duits-Georgische Nino Haratischwili over haar roman Het achtste leven (voor Brilka). En zelden heb ik zo’n groep scherpzinnige lezers (vierentwintig vrouwen en een man, variërend in leeftijd van 25 tot 65 jaar) meegemaakt als daar. Allen hadden Haratischwili’s 1.300 pagina’s dikke epos over een Georgische familie in de 20ste eeuw gelezen, of beter gezegd, ze hadden het bestudeerd alsof het een papyrusrol betrof. Niets luisterboek dus, maar gewoon een leesboek en een toegewijde leesclub met de mogelijkheid om de schrijver naar zijn of haar bedoelingen te vragen.

Haratischwili viel soms om van verbazing over wat haar lezers zich afvroegen. Bijvoorbeeld of de vertaling van haar boek in het Georgisch, haar moedertaal, heel anders zal overkomen dan in het Duits, de taal waarin ze het heeft geschreven. De schrijfster bekende zich in sommige opzichten waarschijnlijk helemaal niet in die Georgische vertaling te kunnen vinden. En dan hadden we het ook nog over het aannemen van een andere schrijftaal dan je moedertaal, waarbij zelfs Vladimir Nabokov even om de hoek kwam kijken. Zo werd anderhalf uur door ijverige lezers met een schrijfster over haar boek gepraat, tot ieders tevredenheid. De dag daarop ging ik op de fiets, in gedachten op zoek naar míjn favoriete luisterboek. En ja hoor, ik was Amsterdam nog niet uit of Nescio (1882-1961) doemde in de verte op. Ik zag hem op papier, zoals hij in Het geluk van in Amsterdam te leven, de onlangs verschenen keuze uit zijn Natuurdagboek, op de fiets zit. Op 22 mei 1953 rijdt hij over de dijk naar Schellingwou en noteert hij: ‘… links in het gras overal naaktheid, soms zwemmend. Met het motorbootje binnen om de sluis. Het water! Naar Durgerdam. De 19de eeuwsche stilte. Het kerkje over de wei gezien, met de wilgen. Het verlaten Durgerdam, je hoorde een paar klompen en verder zag en hoorde je niemand. Het platteland zoals het hoort, maar nergens meer is.’

Voor een luisterboek van Nescio zou ik die app met liefde downloaden. En dan maar fietsen rondom Amsterdam.