Klimaat

Let op wat er op Mauna Loa gebeurt

Het klimaatbeleid richt zich vooral op de uitstoot van broeikasgassen door de mens. Nu de oceanen steeds minder kooldioxide opnemen, moeten we eerder kijken naar de gemeten concentratie van kooldioxide vindt Simon Kalf.

Foto AFP

In maart meldde het KNMI dat de wereldwijde uitstoot van CO2 voor het derde jaar op rij niet groeit, ondanks de groeiende wereldeconomie. In de VS en China, verreweg de grootste vervuilers, daalde de uitstoot van CO2, in Europa bleef die constant.
Dit lijkt haaks te staan op het nieuws, vrijwel tegelijkertijd, dat de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer sneller stijgt dan ooit, zoals het meetstation op Mauna Loa in Hawaï ons vertelt. De beginstand daar in 1958 was 310 ppm (parts per million). Inmiddels hebben we de 400 ppm achter ons gelaten. Algemeen wordt aangenomen dat een niveau van 450 ppm een stijging met 2 graden Celsius betekent.

Steeds snellere groei

De gemiddelde groei per jaar gemeten in ppm was van 1958 tot ca 2000 1 ppm, van 2000-2015 2 ppm. De laatste paar jaar is het 3 ppm gemiddeld per jaar. Dat verhoudt zich slecht met een waargenomen stabilisering van de uitstoot. Als deze niet-lineaire trend zich voortzet ligt 2030 als jaar waarin geheel van fossiele brandstoffen afscheid genomen moet worden meer voor de hand dan 2050. Een conclusie met zeer verstrekkende gevolgen. Kijk bijvoorbeeld naar deze grafiek:

In een alarmerende studie in het tijdschrift Science Advances in maart (zie ook dit artikel in The Washington Post) wordt vastgesteld dat de oceanen sinds 1960 337 zetajoules energie (21 nullen!) opgenomen hebben, waarvan het meeste sinds 1980. Dat laat zien dat er sprake is van een explosieve stijging van de temperatuur van de oceanen. Warm water kan minder CO2 en andere gassen absorberen. Dat houdt in dat de grootste ‘natural sink’ (berging) voor broeikasgassen, van steeds minder betekenis wordt. Dat dus niet langer ongeveer de helft van de CO2 uitstoot in de atmosfeer terecht komt, maar (veel) meer dan de helft. Het volgende plaatje toont het belang van de oceanen als natuurlijke berging voor CO2.

Sterker nog, uit recent onderzoek blijkt dat de watertemperatuur al zover gestegen is, dat eerder opgenomen CO2 in bepaalde seizoenen en plaatsen, op grote schaal weer terug in de atmosfeer stroomt. Dat is ook al het geval met zuurstof. Het zuurstofgehalte in de oceanen begint meetbaar af te nemen. Dat is levensbedreigend voor veel organismen. Is hier een kantelpunt bereikt?
Tegen het einde van de laatste ijstijd is er ook op grote schaal CO2 uit de Noord-Atlantische oceaan ontsnapt. Het ging toen om 80-100 ppm. De ijskap op grote delen van het Noordelijk Halfrond smolt daarna weg, waardoor het zeeniveau met ca 125 meter steeg. Nu zijn de ijskappen op Groenland en de Zuidpool aan de beurt. Een recent gepubliceerde studie, waaraan ook Nederland heeft meegewerkt, geeft aan dat de stijging van de zeespiegel zich versneld, van 1,1 cm per decennium tot eind vorige eeuw, naar 3,3 cm in het afgelopen decennium. Of en in welke mate die versnelling door blijft gaan is op dit moment lastig te duiden, maar het is hoe dan ook een gevaarlijke tendens.

Klimaatdiscussie

Dit plaatst de klimaatdiscussie in een ander licht. Is het nog wel voldoende om alleen te kijken naar de CO2 die wordt uitgestoten door menselijk handelen, zoals het akkoord van Parijs bepaalt? Of moeten we de ontwikkeling van de Keeling curve op Mauna Loa als richtlijn nemen, die ons vertelt wat er daadwerkelijk aan CO2 in de atmosfeer zit. Als de oceanen minder kooldioxide opnemen, of zelfs kooldioxide uitstoten, moet die uitstoot nog veel verder naar beneden.
Op de recente aandeelhoudersvergadering van Shell zei topman Ben van Beurden:

Om de opwarming van de aarde deze eeuw te beperken tot 2 graden, mag er vanaf 2070 geen CO2 meer bijkomen. Wordt er vastgehouden aan een scenario 1,5 graad, dan zou dat punt al in 2050 bereikt moeten worden.

Volgens het verslag van de vergadering in NRC noemde Van Beurden dit „een onwaarschijnlijke opgave, zeker gezien het feit dat de energievraag deze eeuw nog zal verdubbelen”.

Wanneer het emissiebeleid niet echt stringent aangepast wordt, dan wordt die 2 graden al binnen nu en 2030 bereikt. Doorgaan op de weg van Parijs betekent dan een 4-6 graden stijging ergens in het laatste kwart van deze eeuw. Dat is volstrekt desastreus. Maar de weg daar naar toe begint nu en zal heel pijnlijk zijn. Het lijkt inmiddels helaas bijna onontkoombaar. Het wordt tijd dat ook Ben van Beurden en zijn fossiele kompanen die realiteit onder ogen zien.

Blogger

Simon Kalf

Simon Kalf is econoom en als D66-lid betrokken bij het Duurzaamheidsoverleg Politieke Partijen (DoPP).