Recensie

Lenin, een schreeuwlelijk van alle tijden

Lenin (1870-1924)

Een nieuwe biografie van deze revolutionaire leider laat zien dat schreeuwende politici goed naar hem geluisterd hebben.

Sterke mannen pretenderen vaak dat de geschiedenis onvermijdelijk aan hun kant staat. Maar, zeggen ze voor de zekerheid, zij zijn zo sterk dat ze diezelfde geschiedenis wel een beslissend zetje kunnen geven. Zonder Wille zur Macht om de loop der dingen naar je hand te zetten, gebeurt er niets. De massa heeft nu eenmaal leiding nodig. Deze krachtpatsers opereren veelal in de context van een of ander duizendjarig rijk.

Lenin was een van de succesvolste mannen uit deze reeks. Deze lente honderd jaar geleden, toen tsaar Nikolaas II na 24 jaar op de troon was afgezet en de Romanov-dynastie na ruim drie eeuwen was uitgespeeld, arriveerde Vladimir Iljitsj Oeljanov alias Lenin (1870-1924) in Sint-Petersburg om de nederlaag van het Russische Imperium een handje te helpen. Op de puinhopen van de Eerste Wereldoorlog dacht hij zijn communistische revolutie te kunnen ontketenen. De Duitsers, in oorlog met de Russen, hoopten dat ook. Vandaar dat ze hem vanuit zijn ballingschap in Zürich met de trein naar Helsinki hadden laten rijden.

Terug in Rusland gaf de marxist Lenin meteen een staaltje sterkemannenvoluntarisme van de bovenste plank ten beste. Karl Marx had altijd een zeker geduld met de wetten van de geschiedenis bepleit. Socialisme was volgens hem pas denkbaar als er sprake was van een uitgekristalliseerd burgerlijk kapitalisme à la Engeland of Duitsland.

Marx op zijn kop

Lenin zette bij aankomst in Petrograd begin april 1917 deze rode draad van Marx onbeschaamd op zijn kop. Ook in het agrarische Rusland, waar niet de bourgeoisie maar de nuffige adel, onbewuste arbeiders en traditionele boeren het klimaat bepaalden, was een socialistische omwenteling mogelijk, schreef Lenin. Al die tergende etappes tussen feodalisme en communisme konden best worden overgeslagen.

Met deze zogeheten Aprilstellingen legde Lenin een laatste steen onder zijn theoretische fundament voor de Oktoberrevolutie later dat jaar. Een jaar eerder had hij dat al gedaan met Imperialisme: het hoogste stadium van kapitalisme, waarin hij voorspelde dat de macht van het kapitaal op zijn laatste benen liep en dat de wereldoorlog op een burgeroorlog met de arbeidersklasse zou uitdraaien.

De eerste grote leugen

In oktober 1917 voegde Lenin de daad bij het woord. Anders dan bijvoorbeeld schrijver Maksim Gorki, die vreesde dat een machtsgreep in het door dubbele macht verscheurde Rusland alleen maar tot ‘meer bloedvergieten’ zou leiden, beraamde Lenin wél een coup om de macht te grijpen. Met manipulaties kreeg hij een meerderheid van de bolsjewieken aan zijn kant. Op 25 oktober (7 november in de westerse kalender) namen bolsjewieken een aantal strategische locaties in bezit. Maar het Winterpaleis, waar de regering van Aleksandr Kerenski zetelde, durfden ze niet te bestormen. Lenin werd er gek van.

Volgens plan zou om drie uur ’s middags het Radencongres in het gebouw van het Smolny Instituut, een school voor adellijke meisjes, in zitting bijeenkomen. Die Sovjet wilde hij voor het blok zetten. Gokkend dat het Winterpaleis die dag nog bezet zou worden, meldde Lenin zich in de vergaderzaal. Onbeschroomd meldde hij de val van Kerenski. De macht was nu in handen van het militaire comité van de bolsjewieken, zei hij pontificaal.

Dat was niet waar. Maar dat deerde hem niet. Woorden gaan aan feiten vooraf. ‘Dit was de eerste grote leugen van het Sovjetbewind’, schrijft de Brits-Hongaarse Victor Sebestyen (1956) in de biografie Lenin. Leven en legende. De meerderheid van de Sovjet pikte deze ‘criminele machtsovername’ dan ook niet. Maar wat deden de tegenstanders? Ze verlieten uit protest het congres. ‘Een fatale fout’, aldus Sebestyen.

‘Ik vertrouw geen een Rus’, schreef Karl Marx ooit aan zijn vriend Friedrich Engels. ‘Zodra een Rus zich ergens tussen wurmt, breek de hel los.’

Lenins kompaan Lev Trotski verwees hen onmiddellijk naar de ‘mestvaalt van de geschiedenis’. Schelden was een tweede natuur van de communisten. In de Aprilstellingen had Lenin iedereen, die zijn pad kruiste, ook al voor rotte vis uitgemaakt. Tieren was essentieel voor zijn methode, sinds hij rond de eeuwwisseling in Wat te doen had betoogd dat het socialisme het werk zou zijn van één partij met louter gedisciplineerde beroepsrevolutionairen die de onwetende massa’s op sleeptouw zouden nemen.

Nee, Lenin was niet uit op consensus of compromis. Integendeel, om leer én praktijk van dé partij zuiver te houden was een schisma op z’n tijd onontbeerlijk. Ook in buitenlandse ballingschap tussen 1900 en 1917, toen hij ver van het volk zijn tijd in eenzaamheid zat te verbeiden, nam hij iedereen de maat. De breuk van 1902 tussen de minderheid van mensjewieken en de meerderheid der bolsjewieken – een naam die Lenin als een ware spindoctor muntte, hoewel hij binnen de toen nog ‘sociaaldemocratische’ partij helemaal niet de meerderheid had – was een van de vele voorbeelden van deze doelbewuste scheurmakerij.

Bipolair gedrag

Aan de schrijftafel mocht Lenin een querulant zijn, oog in oog met andere mensen gedroeg hij zich welopgevoed en jegens zijn twee vrouwen (echtgenote Nadja Kroepskaja en maîtresse Inessa Armand) liefdevol.

Met dit bipolaire gedrag zou hij zich een eeuw later vermoedelijk thuis hebben gevoeld bij GeenStijl en vergelijkbare bloggers. Het is niet de enige parallel tussen toen en nu. Ook zijn consequente verlangen om de Europese orde te verstoren, komt honderd jaar na dato bekend voor.

Daarom is het ook nuttig dat we inmiddels weten wat en wie Lenin achterliet toen hij in 1924, iets meer dan een jaar na de stichting van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken, na een beroerte overleed. In zes jaar tijd had hij het grondwerk geconcipieerd voor een totalitaire staat. Lenins waarschuwing voor Jozef Stalin, opgetekend in zijn testament waarop niet-stalinistische communisten zich naderhand beriepen omdat ze geen rechte lijn tussen de Oktoberrevolutie en de Goelag zagen lopen, was niet voor niets ambigu. Ook in Trotski zag hij geen partijleider. Beiden vond hij te ‘wispelturig’ dan wel te ‘zelfverzekerd’.

Sebestyen geeft meer overtuigende voorbeelden voor de politieke continuïteit. De mooiste getuige à charge die hij opvoert, is toch wel de naamgever van het marxisme-leninisme zelf. ‘Ik vertrouw geen een Rus’, schreef Karl Marx ooit aan zijn vriend Friedrich Engels. ‘Zodra een Rus zich ergens tussen wurmt, breek de hel los.’

Wellicht voorzag hij waartoe de boutade ‘je kunt geen omelet bakken zonder eieren te breken’ van Robespierre zou leiden als die in Rusland in de praktijk werd gebracht. Lenin zelf had weinig schroom. Hij voelde zich al ver vóór de revolutie van 1917 door diens Jacobijnen aangetrokken.

Nog geen ‘historische figuur’

Victor Sebestyen (1956), bekend van werk over de Hongaarse opstand van 1956 en over de onttakeling van het Sovjetrijk in 1989, tekent met Lenin. Leven en legende voor de eerste biografie sinds lange tijd. De laatste biografieën, van de Britse geschiedkundige Robert Service en de Russische krijgshistoricus Dmitri Volkogo- nov, verschenen vijftien jaar of langer geleden. Dat Sebestyen zich een kwart eeuw na de ondergang van de Sovjet-Unie nogmaals waagt aan de aartsvader van het communisme is terecht. Lenin is nog steeds geen ‘historische figuur’, zoals Volkogonov al voorzag in zijn Politieke portret uit 1993. In Rusland is Lenin deel van het dagelijks leven gebleven, ook al is hij niet meer onversneden heilig.

Die voortdurende aanwezigheid van Lenin leidt tot paradoxale gekkigheid. Met uitzicht op zijn gebalsemde lijk foetert president Vladimir Poetin bijvoorbeeld met enige regelmaat op Iljitsj, de man die in zijn ogen een landverraderlijke daad heeft gepleegd door in 1918 tijdens de burgeroorlog na de revolutie een los van Rusland staande Sovjetrepubliek Oekraïne te stichten. ‘God zal hen [de bolsjewieken, red.] beoordelen’, zei Poetin in een feestrede ter gelegenheid van de annexatie van de Krim in 2014.

Tegelijkertijd schreeuwt het Kremlin moord en brand als dezelfde Lenin in Oekraïne van zijn sokkel wordt gestoten. Dan is hij ineens geen communist meer die Rusland heeft gespleten, maar de Rus die niet beledigd mag worden.

Hoewel Sebestyen onvoldoende focus heeft – de auteur volgt al te nauwgezet de tijd van Lenin én het Russische Rijk – is zijn dikke pil toch de moeite waard. Zijn biografie is niet alleen een treffende beschrijving van een door individueel handelen ontketende revolutie die structurele gevolgen had. Ze is ook een handvat om de revolutionairen anno nu in de peiling te krijgen. Want Lenin mocht volgens zijn volgelingen dan geniaal zijn – en volgens zijn tegenstanders cynisch en bloeddorstig – hij was niet uniek. Zoals Lenin de Grondwetgevende Vergadering, het na de Oktoberrevolutie vrij gekozen parlement, waarin de bolsjewieken slechts een kwart van zetels hadden gehaald, niet erkende als uiting van de volkswil en in januari 1918 na een halve dag bijeen al ontbond, zo ook worden nu verkiezingsuitslagen niet altijd gerespecteerd. Donald Trump heeft daarvan onlangs nog blijk gegeven met zijn beschuldiging van verkiezingsfraude in Amerika, zoals de staatsmedia van Poetins Rusland in 2014 ook de uitslag van het afscheidingsreferendum in Schotland in twijfel trokken.

In die eeuw is zelfs de rol van de media cruciaal gebleven. Lenin bediende zich van kranten als De Vonk en De Waarheid. Nu verschuilen de kleine Oeljanovs zich op Twitter. De technologie verandert, maar de machtswil der sterke mannen amper.