Cultuur

Interview

Interview

Locoburgemeester Bouke Arends.

Foto Jasper Moulijn/NRC

Locoburgemeester Emmen: ‘Het tuig mag dit land niet ondermijnen’

Bouke Arends Wethouder in Emmen

Locoburgemeester Bouke Arends liet het clubhuis van No Surrender sluiten. Hij werd bedreigd en moest onderduiken.

Het ziekenhuis van Emmen heeft een draaideur die net te langzaam draait. Het was Bouke Arends nooit opgevallen, tot hij laatst met een onbekende man in de draaideur stond. De man schuifelde langzaam naar hem toe. Opeens sloegen de zenuwen toe. Arends wilde eruit, metéén.

Arends’ leven is drastisch veranderd. De PvdA-wethouder is oplettender geworden, gespannen. „Ik ben mijn onbevangenheid verloren”, zo verwoordt hij het zelf. Overal waar hij komt, scant hij de omgeving. Hij neemt andere routes naar zijn werk. Twittert niet meer van tevoren waar hij heen gaat.

Nadat hij begin dit jaar het clubhuis van motorclub No Surrender had laten sluiten, werd Arends bedreigd. Op advies van de politie dook hij in maart onder in het buitenland. Nu is hij terug. In zijn werkkamer in het gemeentehuis van Emmen maakt de wethouder een getergde indruk. De bedreiging „vreet” aan hem. Hij wil er graag over vertellen, „omdat het niet alleen mij, maar de hele samenleving raakt”.

Arends is niet de eerste bedreigde bestuurder. Uit de jaarlijkse Monitor integriteit en veiligheid blijkt dat een kwart van de politieke ambtsdragers in Nederland te maken heeft met agressie en geweld. Dat een bedreiging zó ernstig is dat een bestuurder het land moet ontvluchten, is voor zover bekend pas één keer eerder voorgekomen. De toenmalig burgemeester van Helmond moest in 2010 onderduiken. „Hij was de eerste. Ik de tweede. Als het nog een derde keer gebeurt, hebben we te maken met iets structureels. Daarom voel ik de plicht mijn mond open te doen. We dreigen hier Zuid-Italiaanse toestanden te krijgen.”

Afgeluisterd

Omdat Emmen tijdelijk zonder burgemeester zat, werd Arends als locoburgemeester eind vorig jaar geïnformeerd over de activiteiten van No Surrender in Emmen. De politie luisterde het clubhuis al jaren af. Op de opnameband zouden drugshandel en mishandeling te horen zijn. Arends liet het pand sluiten. „Dat besluit had iedereen genomen. Locaties waar in drugs wordt gehandeld, gaan onmiddellijk dicht.”

Hoewel de motorclub boos is over de sluiting, merkt wethouder Arends niets van bedreigingen. Twee maanden na de sluiting wordt hij gebeld door de politie, terwijl hij een voetbalwedstrijd van FC Emmen bijwoont. De politie adviseert hem die nacht niet thuis te gaan slapen. Hij overnacht met zijn vrouw in een hotel; zijn drie kinderen worden elders ondergebracht. Dat weekend komt de hoofdofficier van justitie hem vertellen dat hij beter een tijdje naar het buitenland kan gaan. Wie het op hem gemunt heeft, krijgt Arends niet te horen. Wel wordt duidelijk gemaakt dat de dreiging te maken heeft met de sluiting van het clubhuis.

Arends: „Ik wilde eigenlijk thuisblijven, maar de officier zei: ‘Wij geven dit advies niet lichtvaardig.’ Toen ben ik maar gegaan. Het voelde als een vlucht. Alsof iemand anders heeft gewonnen.”

Hij wordt met zijn vrouw ergens in Groot-Brittannië ondergebracht. Niemand mag weten waar hij verblijft – ook zijn kinderen en moeder niet. Het was „geen leuke vakantie”, zegt hij. „Er was een periode van boosheid en frustratie, dat je denkt: de eerste die ik tegenkom, geef ik een…” Hij maakt zijn zin niet af. „Daarna kwam een soort gelatenheid over me heen. Je zit op afstand, kunt niks doen. Je kunt alleen afwachten.” Na drie weken is het volgens de politie veilig genoeg om terug te keren. Waardoor de dreiging weg is, weet hij niet. Er zijn geen aanhoudingen verricht. „Maar ik vertrouw erop dat politie en justitie niet met mijn leven spelen.”

Met zijn vrouw bespreekt hij of het niet verstandiger is om op te stappen. Arends, al vanaf 1987 actief in de Emmense politiek, peinst er niet over. „Deze ervaring heeft mij juist ontzettend gemotiveerd om actief te blijven in het openbaar bestuur.” Hij is erachter gekomen dat politie en justitie veel te weinig capaciteit hebben om écht een vuist te kunnen maken tegen de georganiseerde misdaad. „In elf maanden als locoburgemeester ben ik mijn naïviteit wel verloren. De ondermijning van de samenleving is een gigantisch probleem. Er is onvoldoende capaciteit bij politie en justitie om dit aan te pakken.” Hij slaat met zijn hand op tafel. „Als we niks doen, dan wint de onderwereld het van de bovenwereld!”

Ook zijn vlucht naar het buitenland houdt volgens Arends verband met dit capaciteitsprobleem. „Als ik hier zou zijn gebleven, zou ik een enorm beroep hebben gedaan op de politie, die mankracht zou moeten vrijmaken om mij te beveiligen.”

Daar zit zijn verbetenheid, zegt Arends. „Aan wie laten wij het besturen van ons land? Aan het gajes en het tuig, of aan de mensen die daarvoor zijn aangesteld? Als wij ons in Nederland druk maken over terrorisme, maar niet over ondermijning vanuit de criminaliteit, dan zetten wij onze prioriteiten echt verkeerd.”

Daarom heeft de wethouder besloten dat hij zijn huis niet meer zal ontvluchten. „Als ik morgen met dezelfde dreiging word geconfronteerd, dan blijf ik. Dan gebeurt er maar wat er gebeurt. Ik ben een vechter. Ik laat me niet zomaar opzijzetten.”