Recht & Onrecht

Het strafrecht is niet meer puur nationaal - accepteer dat

Zullen we maar blijven doen alsof criminaliteit bij de EU binnengrenzen ophoudt? In de Europacolumn legt Michiel Luchtman uit waarom Nederland niet ontkomt aan deelname aan het EU antifraude ‘openbaar ministerie’.

@EuropeanUnion

Binnenkort wordt het Europees Openbaar Ministerie (EOM) opgericht. Deze Europese instantie gaat EU-fraude opsporen en vervolgen bij de strafrechters van de lidstaten. De gebrekkige strafrechtelijke handhaving van fraude met de EU begroting is de EU al lang een doorn in het oog. Nederland zal echter niet meedoen, zo is de verwachting. Valse voorstellingen over Europa als een bedreiging voor de nationale soevereiniteit hebben ook hier hun impact. Zo dreigt Nederland de boot te missen. Nederland zal echter niet meedoen, zo is de verwachting. Valse voorstellingen over Europa als een bedreiging voor de nationale soevereiniteit hebben ook hier hun impact. Zo dreigt Nederland de boot te missen.

Hoe dat eruit kan zien, laten de ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk zien. Sinds het Brexit-referendum zitten strafrechtexperts daar met de handen in het haar. Ook de Britse regering, inclusief May zelf, blijft liefst aangesloten bij het zogenaamde Europees aanhoudingsbevel. Die Europese regeling heeft de overdracht van verdachten en veroordeelden binnen de EU enorm versneld en bijgedragen aan het voorkomen van straffeloosheid van misdadigers.

Bemoeienis

Wel is er in het in het Verenigd Koninkrijk veel weerstand tegen de bijkomende Europese spelregels en ‘bemoeienis’ van het EU Hof van Justitie. Die bemoeienis wordt gepresenteerd als een red line die niet mag worden overgestoken. Men wil niet horen dat dat Hof, samen met de nationale rechters, een onmisbare rol heeft als arbiter in die snelle samenwerking. De Britse regering heeft zichzelf zo in een spagaat gebracht.

 

Tegen alweer een nieuwe EU instantie, het EOM dus, bestaan nog grotere bezwaren. Volgens sommige Britse media zal het EOM beschikken over sweeping powers om burgers te achtervolgen onder het mom van de bestrijding van grensoverschrijdende misdaad. Dat laatste is overdreven. Het EOM is voorlopig alleen bevoegd voor EU-fraude.

Doorgaan

Ook het Nederlandse parlement heeft een voorlopige streep gezet door de Nederlandse deelname aan het EOM, tegen de zin van de regering. Vooral de Tweede Kamer ziet de noodzaak ervan niet. Maar inmiddels zijn er al 16 lidstaten die willen doorgaan met het plan. Daartoe behoren ook grote landen als Frankrijk en Duitsland. Men hoopt in de zomer met niet minder dan 20 landen tot overeenstemming te komen.

 

Natuurlijk valt er veel af te dingen op het plan. Het EOM is een moeizaam compromis. Het zal volgens velen zó’n bureaucratisch orgaan zijn, dat het fraude niet effectief zal kunnen bestrijden. Er bestaan ook zorgen over de rechtspositie van burgers die met het EOM in aanraking komen. Dat laatste is voor de vele crime fighters nog de minste zorg. Medelijden met deze criminelen hoeft men niet te hebben. Wie misbruik maakt van de Europese Unie, krijgt nu eenmaal het deksel op de neus. Dat het nu juist de taak van het EOM is om misbruik en fraude te bewijzen, blijft dan gemakshalve onbenoemd.

Onbestemd

Maar in de Tweede Kamer gaat het niet over die inhoudelijke bezwaren. Het gaat ook niet over hoe belangrijk het is om EU-fraude te bestrijden, of wat Nederland daar aan kan doen. Laat staan dat alternatieven worden ontwikkeld, zoals intensiever samenwerken  tussen landen onderling. Het blijft bij onbestemde gevoelens over verlies van soevereiniteit.

Wat levert de opstelling van het parlement nu op? Soevereiniteit gaat zo alleen over het tegenhouden van wat men niet wil. Maar effectieve fraudebestrijding en een goede rechtspositie van burgers raken ook de Nederlandse samenleving. De feiten die het EOM gaat opsporen, zullen ook de Nederlandse samenleving raken. Nederlandse burgers kunnen door het EOM worden vervolgd. Nederland komt buitenspel te staan bij het vinden van oplossingen daarvoor. Alternatieven voor het EOM zijn straks voor andere staten niet meer urgent. En binnen het EOM zullen belangrijke beleidskeuzes worden gemaakt zonder Nederland aan tafel. Ondertussen moeten onze opsporings- en vervolgingsinstanties gewoon met het EOM samenwerken, maar dan als externe partner, dus zonder al te veel invloed.

Nog aanschuiven

Laten we dus accepteren dat het strafrecht geen puur nationale aangelegenheid meer is. Dat  is verstandiger dan doen alsof criminaliteit  ophoudt bij de landsgrenzen. De signalen die nu worden uitgezonden zijn tweeslachtig: wél snelle en effectieve samenwerking willen, maar tegelijkertijd minimale gezamenlijke spelregels en ook nog willen vasthouden aan eigen autonomie. Dat gaat niet. Dat ervaart men nu in het Verenigd Koninkrijk.

Voor Nederland is het niet te laat. We kunnen nog aanschuiven bij het EOM. Dan kunnen we ook meewerken aan een betere rechtspositie van burgers in die samenwerking. Dáár zouden de EU en haar lidstaten veel meer aandacht aan moeten besteden.

De Europa-column wordt geschreven door senior-onderzoekers van Renforce, Universiteit Utrecht. Michiel Luchtman is hoogleraar Transnationale rechtshandhaving en fundamentele rechten aan de Universiteit Utrecht