Column

FastFruit

Een paar weken geleden berichtte het CBS dat de Nederlandse consumptie van avocado’s sinds 2008 is verviervoudigd. De CBS-cijfers komen voor 2016 neer op slechts tien avocado’s per hoofd van de bevolking per jaar en volgens de consumptiecijfers van het RIVM is het nog minder, het is een niche-product voor hoogopgeleide vrouwen. Maar de consumptie neemt wel fors toe. Waar komt die avocado-rage vandaan?

Deels komt het door een verheugende trend naar meer vegetarisch eten. Dat is beter voor de gezondheid en voor het klimaat. Avocado heeft daarbij als voordeel boven groenten, fruit, bonen en granen dat het massa, zachtheid en een unieke smaak en textuur levert. Avocado heeft ook een supergezond imago. Aan dat imago hebben de avocadoproducenten hard gewerkt.

Een lumineus idee

De California Avocado Commission, die de belangen vertegenwoordigt van de Californische avocadokwekers, had twintig jaar geleden een probleem: avocado zit vol met vet. Het is het enige vette fruit, en de trend was destijds anti-vet. Maar toen kreeg iemand bij de Commission een lumineus idee: plantensterol! Dat zit in plantaardige oliën zoals soja- en maïsolie, en het eten van grote hoeveelheden plantensterol verlaagt het cholesterolgehalte van het bloed. Margarine met extra plantensterol was in Europa een doorslaand succes en die margarine zou binnenkort ook in Amerika op de markt komen, met de bijbehorende publiciteit. Dus gaf de Avocado Commission een diëtiste opdracht om avocado’s te kopen, het gehalte aan plantensterol te laten bepalen en er een wetenschappelijk artikel over te publiceren. En inderdaad, er zat plantensterol in avocado. Het was eigenlijk te weinig om effect te hebben op het risico op een hartinfarct, maar voor de marketing was het genoeg. Alleen dat vet, dat bleef een probleem.

In de jaren ’00 van deze eeuw brak bij voedingswetenschappers het inzicht door dat laag-vet eten geen goed advies was geweest. Er zijn goede en slechte vetten en de goede zijn heel gezond, die mag je rustig eten. Dat werd het nieuwe advies, met daarnaast: ‘eet matig en gevarieerd’. Internetgoeroes hebben niets met ‘matig en gevarieerd’; iets is goed of het is slecht, en binnen een paar jaar heette vet op internet en in de dieetboeken supergezond in plaats van superslecht. Daarmee verkeerde het nadeel van de avocado’s in een voordeel, het werd zelfs een Unique Selling Point: geen suiker, wel gezond vet.

Dat kregen de avocadoproducenten in de schoot geworpen zonder dat het ze iets kostte. Ze financierden wel veel onderzoek waaruit andere gunstige eigenschappen van avocado’s waren af te leiden, al waren die bewijzen als je goed keek vaak zwak. Zo zouden avocado’s kanker voorkomen en hart- en vaatziekten, een extract van avocado-olie zou helpen tegen kniepijn en artrose en verder zou je van avocado’s niet dik worden maar zelfs afvallen. Al die optimistische claims werden kritiekloos overgenomen door websites over gezonde voeding, en dat stimuleerde de avocadohype.

Lees ook: Volg je een dieet, maar wil het nog niet vlotten? Misschien pak je het verkeerd aan. Wat je ook doet om af te vallen: houd deze vier dingen in gedachten.

Minstens tien stuks per dag

Hoe gezond is avocado nu echt? Er zit plantaardige olie in die vergelijkbaar is met slaolie. Verder wat vezel en wat vitamines en mineralen, maar niets speciaals. Om je cholesterol een beetje te verlagen met plantensterol uit avocado’s moet je minstens tien stuks per dag eten; dat levert evenveel plantensterol op als drie boterhammen met plantensterolmargarine. Die tien avocado’s leveren samen wel meer calorieën dan de gemiddelde Nederlander per dag kan verbranden. Iets vergelijkbaars geldt voor de stoffen die blindheid zouden voorkomen. In groenten zitten stoffen die zeaxanthine en luteïne heten en die misschien de ogen beschermen tegen netvliesveroudering, maar 28 avocado’s bevatten evenveel van die stoffen als één portie boerenkool. Voor andere aangeprezen ingrediënten gelden vergelijkbare rekensommetjes.

Avocado’s hebben dus een gezond imago dat ze niet helemaal verdienen. Er is echter iets anders wat ze aantrekkelijk maakt: je hoeft er niet op te kauwen, het vruchtvlees glijdt zo naar binnen. Wat dat betreft lijkt avocado op fastfood, daar hoef je ook niet op te kauwen. Een hamburger bestaat uit zacht witbrood plus gepureerd rundvlees. Potato chips kraken tussen de tanden maar dat is toneel, het zijn in dunne plakjes gesneden aardappels die je zo naar binnen sabbelt. Koekjes, cake, toetjes en ander lekkers vereisen ook weinig kauwwerk. En vruchtensap of frisdrank glijdt helemaal moeiteloos naar binnen.

Avocado heeft wel twee eigenschappen die het ongeschikt maken als fast food: het is duur, en het klaarmaken is een gedoe. Je werkt het niet tijdens het lopen of rijden naar binnen zoals een Mars of een blikje cola. Maar qua eetbaarheid is avocado de fast food onder het fruit: veel calorieën, gemakkelijk naar binnen te zuigen, en lekker. En avocado past perfect in de huidige voedingstrends: veel vet, geen suiker, wel fruit. Geen wonder dat de consumptie verviervoudigd is.

Martijn Katan is biochemicus en emeritus hoogleraar voedingsleer aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Reacties: wetenschap@nrc.nl of facebook.com/martijnkatan. Voor bronnen zie mkatan.nl.