Commentaar

Eurozone moet op eigen kracht verder in omgeving die er niet vriendelijker op wordt

Het zal even wennen zijn, na een klein decennium van zwaarmoedigheid, maar het gaat best goed met Europa. Het vertrouwen van het bedrijfsleven is terug, de banengroei is het grootst sinds de crisis van 2008. Consumenten hebben er weer zin in. En in Duitsland staat de voorspeller van de bedrijvigheid, de zogenoemde Ifo-indicator, op de hoogste stand sinds de jaren tachtig. De economische groei in de eurozone was in het eerste kwartaal beter dan die in de VS en in het VK.

De begin dit jaar gevreesde populistische revolutie is vooralsnog uitgebleven, gezien de verkiezingsuitslagen in achtereenvolgens Oostenrijk, Nederland en Frankrijk. Ook Bondskanselier Merkel lijkt stevig in het zadel te zitten in de aanloop naar de Duitse verkiezingen van september. Het continent kiest intussen gezamenlijk positie in de onderhandelingen over de Britse uittreding uit de EU – ook dat verbroedert. En rond de euro heerst een rust die jarenlang ongebruikelijk was.

Zoals dat vaak gaat met economische succesverhalen, hoe pril ook, nu lijkt het wachten op een herwaardering van het Europese, of Rijnlands, model. Zo’n ‘model’ is een narratief dat de kop pleegt op te steken als een land of regio het een tijdje beter doet dan de rest. Dat zou voorbarig zijn. De groeispurt van nu is voor een groot deel een inhaalslag, waarin het verlies van de magere crisisjaren moet worden goedgemaakt. Er is nog sprake van forse ongebruikte capaciteit in de economie van de eurozone. De werkloosheid daalt weliswaar, maar bedraagt nog steeds 9,5 procent van de beroepsbevolking in de eurozone. En niet vergeten moet worden dat het economisch herstel wordt gesteund door een uitzonderlijk monetair beleid. De Europese Centrale Bank hanteert negatieve rentes en koopt nog steeds 60 miljard euro aan staatsleningen en andere leningen per maand op. De koersdaling van de euro, die daar het effect van was, heeft gezorgd voor een beduidende verbetering van de positie van exporteurs.

Die wind in de rug zal afnemen. De economie van de eurozone zal het op eigen kracht moeten gaan doen, in een internationale omgeving die er niet vriendelijker op wordt.

In de afgelopen jaren is er bezuinigd, omgebogen en hervormd in economisch klimaat dat tegen zat. Dat was niet ideaal. Nu zit de economie in de lift en lijkt de Frans-Duitse samenwerking te herleven. Dit zijn de betere omstandigheden om het continent bestendiger te maken tegen de nadelen van de globalisering en tegelijk beter gebruik te maken van de mogelijkheden die de wereldmarkt biedt. Dit is eveneens een beter klimaat om het grootse, maar onvoltooide project van de euro af te maken.

Welke vorm die architectuur van de euro moet krijgen, zal onderwerp moeten worden van diepgaand debat. Maar het kunst- en vliegwerk waarmee de munt de afgelopen jaren overeind werd gehouden, kan bij een volgende crisis wellicht niet meer worden herhaald. Het zou daarom zonde zijn als het huidige hoogtij niet werd benut. Kortom: de zon schijnt over het continent. Tijd voor de reparatie van het dak.