Een koel hoofd, een grote motor, maar die darmen

Het lichaam van Tom Dumoulin

Fysiek en mentaal is Tom Dumoulin een uitzonderlijke wielrenner. Een trainingsbeest met flexibele schouders en een ideale verhouding tussen gewicht en vermogen. Minpuntje: hij is bepaald niet diplomatiek. „Moet-ie afleren.”

Het 3D-model van Tom Dumoulin. De wielrenner gaat de grote tijdrit in de Tour de France rijden in een nieuw extreem-aerodynamisch pak, ontwikkeld door Team Giant-Alpecin en de TU Delft. ANP REMKO DE WAAL

Hoofd

Voor de mensen die dagelijks met Dumoulin werken, is het duidelijk waarom hij tot de allerbeste wielrenners ter wereld behoort. Ze roemen steevast zijn mentaliteit. „Tom is een waar trainingsbeest”, zegt coach Helmantel. „Een winnaar, iemand die niets aan het toeval overlaat.” Dat onderschrijft Teun van Erp, die bij Team Sunweb werkt in het scientific research team. „Hij denkt over alles na, wil altijd weten waarom hij een bepaalde oefening moet doen, en wat er dan beter kan. Hij studeerde ook een jaar bewegingswetenschappen, dus hij weet precies waar we het over hebben. Er zijn best veel renners die klakkeloos aannemen wat wij ze vertellen. Bij Tom ga je niet dat niet meemaken.” En ploegmaat Tom Stamsnijder: „Hij is geen dromer, altijd heel realistisch over zijn doelen. Hij vindt zo’n Giro een leuk avontuur. Zo’n kop heb je nodig om te winnen.”

Tegelijkertijd heeft Dumoulin op het mentale vlak ook nog wel stappen te maken, hebben we vooral in de etappe van donderdag gezien. Opzichtig ruziede hij met Vincenzo Nibali en Nairo Quintana, toen zij niet met hem wilden samenwerken. Vooral Nibali schoot dat in het verkeerde keelgat. Hij noemde Dumoulin arrogant. Helmantel: „Tom heeft het hart op de tong, geeft graag zijn mening, bemoeit zich met van alles. Twittert hij bijvoorbeeld over het WK in Qatar, hoe beroerd de sfeer is. Hij is bepaald niet diplomatiek. Moet hij afleren. Een renner als Nibali wil je in de Giro niet als vijand.”

Noem het jeugdige onbezonnenheid, want aan intelligentie geen gebrek bij Dumoulin. In 2009 slaagde hij voor het gymnasium aan het Bonnefanten College in Maastricht. Daarna werd hij uitgeloot voor een studie geneeskunde, waarop hij besloot wielerprof te worden. Je ziet flarden van dat gogme ook terug in de koers. Altijd rekent hij, zelfs tijdens extreme inspanning weet hij wanneer hij achter een renner aan moet gaan en wanneer iemand geen bedreiging vormt voor zijn positie. Dat houdt hij heel slim de benen stil. Efficiëntie is zijn troefkaart.

Hart/longen

Sunweb wil geen specifieke informatie geven over de lichaamsfuncties van Tom Dumoulin. Arts Anko Boelens blijft in algemeenheden, maar uit zijn verhaal blijkt dat Dumoulin een uitzonderlijk sportmens is. „Voorheen was een VO2-maxtest de leidraad, waarmee we bepaalden wat de maximale zuurstofopname van een sporter was. Die hebben we er helemaal uitgehaald, want het zegt alleen of een renner gezond is of niet. Het is een piekmoment. Wij werken met een 20-minutentest in het veld. Op verschillende momenten in het seizoen laten we Tom twintig minuten volle bak een berg op rijden. Daaruit blijkt dat hij een hele grote motor heeft, dus een uitzonderlijke hart- en longfunctie, waarmee hij zijn spieren van zuurstof kan voorzien, en die spieren kunnen dat er ook nog eens heel efficiënt uit opnemen. Dat valt voor een gedeelte te trainen, maar voor het overgrote deel is dat aangeboren.”

Schouders

De man is 1,85 meter lang, niet per se een ideale bouw om luchtweerstand tot een minimum te beperken. Maar toch kan Dumoulin dat als geen ander. Flexibele schouders, zegt ploegleider Aike Visbeek. Dumoulin kan zich liggend op het stuur van een tijdritfiets ontzettend klein maken door zijn schouders als het ware naar binnen te klappen, en zijn hoofd daartussen te vouwen, alsof hij voortdurend bukt voor een laaghangende tak. Daardoor snijdt hij met een zo klein mogelijk oppervlak door de wind. Aerodynamisch levert hem dat een groot voordeel op ten opzichte van bijvoorbeeld Bauke Mollema, die zijn fiets naar links en naar rechts smijt.

Gewicht/vermogen

Over het lichaamsgewicht van Tom Dumoulin zijn de voorbije maanden krantenpagina’s volgeschreven. Hij zou zich hebben uitgemergeld, kilo’s hebben verloren om een betere klimmer te worden. Immers, hoe minder kilo’s bergop mee te zeulen, hoe beter. „Klopt niet”, zegt voedingsexpert Titia van der Stelt. „Hij zit op of rond de zeventig kilo, hetzelfde gewicht als twee jaar geleden tijdens de Vuelta [die hij bijna won, red.]. In het wielrennen bestaat nog altijd het idee dat dun, dunner, dunst het best werkt. Natuurlijk, overgewicht is een limiterende factor. Maar Tom is een mooi voorbeeld van een goede verhouding gewicht/vermogen.” Volgens Van der Stelt heeft Dumoulin een ideaal gewicht gevonden waarbij hij optimaal zijn kracht kwijt kan, en dat ook lang kan volhouden. Zou hij afvallen, dan zou hij inboeten op zowel zijn explosiviteit als zijn duurvermogen, beide nu juist zijn kracht, weet ook inspanningsarts Guido Vroemen: „De waarden die Tom trapte, zijn gelijk aan die van Chris Froome in zijn beste dagen.”

Over het algemeen wordt 6,5 watt per kilo lichaamsgewicht gezien als ‘binnen de grenzen van het normale’ – lees: zonder doping. Tijdens de beklimming van de Oropa, de etappe die Dumoulin op o zo heroïsche wijze in zijn roze trui wist te winnen, kwam hij volgens de website chronoswatts.com tot een vermogen van 6.61 watt per kilo lichaamsgewicht, en dat 17 minuten lang. Nairo Quintana zat daar met 6.75 watt zelfs boven. Vroemen: „Een normaal mens kan dat een minuut volhouden. Dan ben je echt helemaal verrot.”

Lichaamshouding/core stability/romp

Het klinkt misschien cliché, maar het lijkt erop dat de lichaamsbouw van Dumoulin ideaal is om op een fiets te zitten. Vooral op een tijdritfiets is zijn houding ongeëvenaard en dat hij dat uren kan volhouden getuigt volgens Tom Davids, bij Sunweb verantwoordelijk voor het materiaal en de fietsmetingen, van een uitzonderlijk talent: „Hij zit zo ontzettend stil op zijn fiets, en dat kan vooral door een sterke core stability [de spieren rond buik en rug]. Hij doet ook geregeld krachtoefeningen om die spieren te trainen.”

„Zijn aerodynamica hebben we uitgebreid in een windtunnel getest en daaruit blijkt dat die bijna optimaal is. Bij andere renners proberen we dat natuurlijk ook, maar de houding die Tom heeft, is voor de meeste renners fysiek onmogelijk.”

Ze kunnen niet zo diep zitten, kunnen liggend op het stuur hun kracht niet meer kwijt. Bij Dumoulin is daar geen sprake van. Sterker: uit test blijkt iets bijzonders. Hij kan evenveel vermogen genereren op een tijdritfiets als op een gewone racefiets. En dat kunnen er niet veel. De tijdrithouding – voorovergebogen op het stuur, het hoofd in de nek, de schouders bij elkaar, en dan maar pompen met die benen – is geen prettige. De maag komt in de verdrukking, de lage rugspieren gaan pijn doen. Maar daar heeft Dumoulin beperkt last van, of hij kan de pijn negeren.

Maag/darmen

Hij noemde het zelf zijn zwakke plek: de darmen. Een acute aanval van darmkramp kostte Dumoulin in de zestiende etappe onderweg naar de top van Umbrailpas bijna zijn roze trui. Hij verloor twee peperdure minuten. Al eerder in zijn loopbaan had hij last van zijn darmen. Vorig jaar zomer schoot hij tijdens de Tour onderaan de Col de Peyresourde een camper in om zijn behoefte te doen. Een combinatie van factoren ligt aan zo’n aanval ten grondslag, maar met het lijf van Dumoulin is iets bijzonders aan de hand, zegt Sunweb-voedingsexpert Titia van der Stelt: „Tom maakt bij zware inspanning bovengemiddeld veel adrenaline en noradrenaline aan.”

„Zijn lijf schiet in een vlucht- of vechtmodus. Positief gevolg is een enorme helderheid, een sterke focus op wat hij moet doen. Negatief is dat de hormonen bloed sturen naar waar dat het hardst nodig is, in zijn geval zijn benen. Maag en darmen raken minder goed doorbloed en dat veroorzaakt diarree. Tel daar de inname van suikerrijke gelletjes bij op, toch al niet makkelijk voor je darmen, en ook de grote hoogte en je begrijpt zijn aangeboren gevoeligheid voor dit probleem.” Betekent overigens niet dat dit altijd een zwakke plek zal blijven. Volgens teamarts bij Sunweb Anko Boelens traint Dumoulin zijn darmen regelmatig door enorme hoeveelheden suiker (90 gram per uur) tot zich te nemen tijdens een intensieve training – de high sugar training. Maar een uiterst stressvolle wedstrijdsituatie valt lastig na te bootsen. En dus gaat het zelfs na oefening nog wel eens mis.

Duurvermogen

Waar Dumoulin volgens zijn coach Adriaan Helmantel tot voor kort moeite mee had, waren inspanningen van zes uur en langer. „Hij had in het verleden moeite met koersen van boven de 250 kilometer. Explosies van kracht waren in orde, maar zijn duur- en herstelvermogen moest nog beter. Hij vond een koers als Luik-Bastenaken-Luik gewoon te zwaar. Met lange duurtrainingen heeft hij zijn lichaam efficiënter met bijvoorbeeld vetverbranding leren omgaan. Voor ons was de grote vraag hoe hij in de derde week van deze Giro zou presteren. Vrij goed, blijkt. Een bevestiging van het feit dat Tom ons kan blijven verbazen.”