Eén dag een rookie en weg was is ’t roze

Tom Dumoulin maakt de ontknoping ongewild spannend. Hij verloor het roze aan Quintana. Alleen de tijdrit kan hem redden.

Totale ontspanning op het gezicht, de armen losjes in de zij. Berusting is nu belangrijk, want dan kan het lichaam overgaan op herstel. Niets is nog verloren, integendeel. De dingen lopen zoals ze lopen, het verlies ligt al achter hem

Alsof hij zojuist niet de roze trui verloren heeft, wacht Tom Dumoulin tot de mecanicien van Team Sunweb zijn fiets op de rollerbank schuift en hij kan beginnen met de cooling-down. Hij krijgt een smoothie aangereikt, maar roept dan om een drinkbus met ‘herstel’ – hij kent zijn prioriteiten.

Twitter avatar NOSsport NOS Sport En dan is dit het nieuwe algemeen klassement. https://t.co/AH3DnkTmd8

De sereniteit rondom dit mens is van een zeldzaam soort, zelfs als een zwerm journalisten hem zijn ademruimte ontneemt. Hij begint routinematig te draaien met zijn benen, en tegelijkertijd te vertellen. „Ik had een slechte dag”, klinkt het even simpel als accuraat. Wanneer wist je dat, Tom? „Bij kilometer nul.”

Het ging een lange vrijdag worden, en dan beging hij ook nog een stommiteit. Dumoulin is niet vies van zelfkritiek. Hij hekelt zijn „beginnersfout” in de afdaling van een niet gecategoriseerde klim. De „rookie” – zijn eigen woorden – in het roze. Hij zat na een plaspauze „lekker wat te keuvelen” toen het peloton ineens in tweeën brak.

Teamgenoten hebben hem gered

Daarna alle hens aan dek om de roze trui te redden. Hij had genoten van zijn teamgenoten, die hun leven gaven voor het zijne. „Ik ben trots op de jongens. Ze hebben me een aantal keer gered vandaag.”

Maximaal harkend daarna, over de Sella Chianzutan, een kuitenbijter van meer dan twaalf kilometer, maar van het gelaat viel weinig af te lezen. Concentratie, maar zo kennen we Dumoulin. Geen vuiltje aan de lucht, tot de slotklim, zowat op zeeniveau beginnend en oplopend naar 1.300 meter. Daar moest hij Jan en alleman laten gaan. Het was pas voor het eerst deze Giro d’Italia.

Dumoulin is op zijn waarde geklopt, en dat weet hij zelf het best. Zijn ademhaling en hartslag zijn zichtbaar door het strakke roze tricot om zijn borst. Ze vertonen al tekenen van kalmte, een minuut of drie na de nederlaag. Hier zit geen verliezer, nee, veel eerder een groot sportman en dito rekenaar. Achtendertig seconden zijn te overbruggen.

Lees ook de column van oud-profwielrenner en schrijver Peter Winnen: Hooghartige Dumoulin heeft de wolven tot leven gewekt

Niet zaterdag maar vooral zondag, vanaf het circuit in Monza naar Milaan, als hij nog maar eens mag laten zien dat hij ’s werelds beste tijdrijder is. Het wordt geen zegetocht in het roze, maar een dertig kilometer lange, ongehoord spannende jacht in rood-wit-blauw, precies als op 16 mei jongstleden, in die machtige vertoning tijdens de tijdrit naar Montefalco.

Lichtjes aflopend parcours

Op die memorabele dag zette hij de Colombiaan die zaterdag het roze draagt, Nairo Quintana, op zowat twee minuten. Waarom niet nog eens, de tijdrit is liefst dertig kilometer lang, over een lichtjes aflopend parcours, eigenlijk nog idealer voor de man die het stampen op de pedalen tot kunst heeft verheven.

Iets meer dan een half uur voorbij de grenzen van het verdraagbare, dieper tasten dan ooit, tot de bodem en er dwars doorheen. Het zou heus niet voor het eerst zijn dat de Giro in de laatste tijdrit wordt beslist. Denk aan Francesco Moser in 1984, aan Ryder Hesjedal in 2012. Vanuit de schaduw schreven zij geschiedenis, als het er echt op aan kwam, staken ze ver boven zichzelf uit.

Dumoulin kan zelfs meer averij oplopen als het zaterdag eerst van Pordenone naar Asiago gaat, over 190 kilometer. Want, zei hij donderdag tegen het Algemeen Dagblad: „Ik hoef niet eens echt uit mijn slof te schieten om één of twee minuten te pakken. Op Quintana én op Nibali.”

Maar eerst de schade beperken zaterdag, over drie Dolomietencols, een puist van de vierde categorie, dan de gevreesde Monte Grappa van de eerste categorie na een kleine honderd kilometer, en als toetje een verrekte steile klim op vijftien kilometer voor het einde.

Karretje aanhaken

Overleven is alles wat hij hoeft te doen. Het initiatief ligt niet langer bij hem. Zijn karretje aanhaken aan dat van Quintana, van Vincenzo Nibali, van Thibaut Pinot of wie er dan ook van voren een zwier aan geeft.

Een waar sufferfest mag het worden. En dan weer die riedel: uittrappen, bidonnetje ‘herstel’, pastaatje lente-ui, bramen, een banaan – zo staat het geschreven in het draaiboek.

En dan alles op de tijdrit van zondag. Monsterlijk huishouden in de straten van Milaan. De koppen zijn al geschreven.

Het kan, iedereen weet het. Maar alleen met goede benen. Met die van vrijdag gaat het ’m niet worden, hij tempert vast de verwachtingen. If so, dan was dit het begin van het einde.