De mannen van de krul

Ze ontwierpen voor Swatch, NS en de Bijenkorf. Nu is er in Arnhem een tentoonstelling met werk van ontwerpersduo Ravage.

Clemens Rameckers (links) en Arnold van Geuns (rechts). Foto Erwin Olaf

Geen betere showcase voor het werk van Arnold van Geuns en Clemens Rameckers, samen Ravage, dan hun eigen huis. Dat huis is een 19de-eeuws kasteeltje op het platteland in Normandië, waar ze sinds zestien jaar wonen en werken. Bij de entree staan twee zeer grote, beschilderden vazen met als titels L’arrivée en Le Départ. Op de muren van de ‘oude eetkamer’ zijn dramatische muurschilderingen (met gouden krullen omringde Romeinse soldaten en treurende moeders) aangebracht die verwijzen naar de folie de la guerre; het kasteel fungeerde tijdens de Tweede Wereldoorlog als hospitaal.

In de huidige eetkamer hangt aan de muur een servies met portretten erop dat gemaakt is voor een imaginaire Russische prins, op de wc eigen behang, dat eruitziet alsof de strepen met een balpen zijn getekend. Er zijn Ravage-tapijten, -schilderijen, -gordijnen, -tafelkleden, -beelden, -lampen, -beddengoed, -meubels. Dat wil zeggen: nog wel, op deze dag in april. Binnenkort wordt een deel van de inboedel verscheept naar Arnhem. Daar opent op 27 mei in Museum Arnhem een overzichtstentoonstelling over het duo, dat in de loop der jaren ontwerpen heeft gemaakt voor onder meer Swatch, Alessi, NS, de Bijenkorf en Nobilis, en verschillende hotels heeft ingericht.

Barok, is het woord dat vaak wordt gebruikt om de krullerige, decoratieve, narratieve en toch grafische stijl van Ravage – de naam is een samentrekking van beider achternamen – te omschrijven. Het is een term die het duo zelf mijdt. „Als je dat hoort, denk je aan rode gordijnen met kwasten en tuttenbellerig”, aldus Rameckers. „Wat wij doen is barok revu en corrigé. Wij noemen het liever lyrisch. En er zit vaak een zekere ironie in.” Na ruim veertig jaar Frankrijk is het Nederlands van Rameckers en Van Geuns doorspekt met Franse woorden, terwijl ze het vaderland ‘Holland’ noemen.

Van Geuns en Rameckers delen hun 1.500 vierkante meter grote huis met een hond, een ezel en bijna altijd een stagiair. Nu een aankomend grafisch ontwerper, die binnenkomt met koffie. Hij spreekt de ontwerpers, en het bezoek, aan met ‘u’. Rameckers: „Wij spreken vrijuit met deze jongelui en zij met ons. Door het gebruik van ‘u’ wordt het nooit familiair of plat.”

‘Vinger aan de pols van de tijd’

Fröbelende kinderen, noemen Van Geuns en Rameckers zich. Dag in, dag uit zijn ze aan het bedenken, ontwerpen, maken – altijd vanaf een handgemaakte tekening; de computer wordt alleen gebruikt voor bewerking. Ze signeren bijna al het werk met Ravage en, zegt Van Geuns, „je doet dat niet om het daarna weer uit elkaar te halen”. Maar vooruit: vroeger, toen ze nog veel mode-illustraties maakten, gebeurde het dat ze samen aan een tekening werkten. Nu zijn de rollen meer verdeeld. Van Geuns is degene die vooral tekent en schildert. Hij is gefascineerd door geschiedenis en dan met name Marie-Antoinette en de verschillende Napeleons. Een van Ravages serviezen heet oorspronkelijk Sedan, naar de slag die Napoleon III in 1870 verloor. Op verzoek van de fabrikant werd het omgedoopt tot Napeleon IV – de kwestie ligt nog gevoelig in Frankrijk.

Key tray ‘Louis’, 1989
Vaas ‘Etat d’âme’ voor Alessi, 1990

Horloge voor Swatch (1990) vaas voor Alessi (1990) en key tray ‘Louis’, 1989

Horloge voor Swatch (1990) vaas voor Alessi (1990) en key tray ‘Louis’, 1989

Rameckers is, zoals Van Geuns zegt, „de tendenser, hij heeft de vinger aan de pols van de tijd.” Zo maakt hij prognoseboeken voor de mannenmode – Ravage richtte in 1986 samen met Li Edelkoort forecastingbureau Trend Union op. Rameckers: „Soms geef ik een presentatie voor een zaal met kinderen van 25 en dan denk ik: ben ik nog wel op de hoogte, als ouwe opa? Maar ik zie het nog. Dat komt door al die jaren training, denk ik.”

Van Geuns en Ramecker, bijna identiek gekleed in donkerblauwe broek, donkerblauwe trui over een wit overhemd en witte sneakers. Ze zijn allebei de middelste van een gezin en werden een week na elkaar geboren in augustus 1949. Ze ontmoetten elkaar op de modeafdeling van de kunstacademie in Arnhem. Daar werden ze ook een stel, al was het geen liefde op het eerste gezicht; Rameckers was destijds flamboyant (Van Geuns: „Hij droeg lieslaarzen waarvan een leraar zei dat zijn gezin er een jaar van kon eten”), Van Geuns een slobbertruientype („Rameckers: Toen Nol zich anders ging kleden, wisten mensen dat we iets hadden”).

Na hun afstuderen ging Rameckers aan de slag bij een sokkenmerk en Van Geuns bij een damesconfectiebedrijf . Daarnaast hadden ze met anderen een modegalerie in Arnhem, waar ze tentoonstellingen organiseerden en hun ontwerpen verkochten. Maar hun ambities reikten verder, en in 1976 verhuisden ze naar Parijs.

In Arnhem waren ze geschoold in „Bauhaus en Rietveld en rigoreus en modern”, zegt Rameckers. In Parijs werden ze „ondergedompeld in al die lagen decoratie.” Van Geuns: „Als je langs het Louvre rijdt en je ziet al die beelden in het gebouw, wordt je een heel stripverhaal voorgehouden. Ik vind het rustgevend om je oog langs al die details te laten reizen. Ik ben hier anti-zen geworden.” Rameckers: „In Holland woonden we heel wit. In Parijs kwamen we terecht in appartementen met beschilderde plafonds. Omdat we geen antiek wilden – we houden meer van illusie dan van echt – zijn we van karton dingen als een haardscherm of een klok met Napoleon III en IV erop gaan maken. We flansten zoiets in een middag in elkaar. Later vervingen we karton door hardere en betere materialen.”

Professioneel hielden ze zich de eerste jaren in Frankrijk vooral bezig met mode en bedrijfskleding. Rameckers had een „veel te extravagante” overhemdenlijn, ze maakten shawls en stropdassen en complete collecties voor Japanse fabrikanten. Voor onder meer NS, de ANWB en de Stopera verzorgde Ravage bedrijfskleding. „Rúzies heb ik daarover gehad!” roept Rameckers uit. „Ik wilde altijd dat het niveau had.” Van Geuns: „Clemens vocht voor elke centimeter.” Rameckers: „Voor de NS wilde ik gele biezen op de pakken. Men was daar tegen omdat die vuil zouden worden. Ik ben er heel trots op dat het gelukt is. Voor de machinisten deden we de biesjes in het rood. Nu heeft elk uniform op de hele wereld rode biesjes.” Van Geuns: „De NS heeft dat uniform vijfentwintig jaar gebruikt, terwijl er zeven of acht jaar voor staat.”

Metalen locker met houten deur, 1991

Zelfgemaakt universum

De grote ommezwaai in hun carrière kwam in 1989. Op verzoek van een bekende galerist die had gehoord over „twee Hollanders die in een zelfgemaakt universum leefden” (Rameckers), maakten ze een tentoonstelling met hun meubels. Die duurde precies een weekend. „Maar hij werd aangekondigd in Vogue Décoration, dus iedereen had hem gezien, tot Karl Lagerfeld aan toe”, zegt Rameckers. „Van de ene op de andere dag waren we beroemd en tot designer gebombardeerd, en iedereen wilde met ons werken. Dat was leuk natuurlijk, en het kwam op het goede moment, want we werden eigenlijk ongelukkig van het ontwerpen van mode. We deden er zoveel research voor, maar het was zo weer weg. Déco ging toen nog éternelle mee. Nu is het tempo van design net zo hoog als dat van mode. We hadden allerlei licentiecontracten met Amerikaanse fabrikanten, voor beddengoed en serviezen en bestek maar die hebben we bijna allemaal opgezegd.” Van Geuns: „We maken nu vooral weer dingen voor onszelf: we willen een leuk gedekte tafel en dus maken we servies. En soms is er iemand die dat in productie wil nemen.”

De laatste jaren verkoopt Ravage vooral schilderijen, waarop vaak weduwen en weduwnaars staan afgebeeld (Van Geuns: „Waarom? Ik heb daar geen antwoord op, ik ben mijn eigen dokter Freud niet”). Na een expositie in Utrecht was er een wachtlijst van twee jaar voor.

Is er iets wat ze nog heel graag willen doen? „Oh ja, zegt Van Geuns, „ik zou dolgraag eens een kerk of kapel decoreren. Die zou ik opdragen aan Franciscus van Assisi, en dan helemaal beschilderen met ezels en paarden en geiten. Mijn handen jeuken.” Rameckers: „Maar we gaan er niet voor aan allerlei bellen trekken. Mannen van bijna 68 trekken niet meer aan bellen.”

Ravage, t/m 15 okt. Museum Arnhem.