Recensie

Bij Wells’ herkenbare levensvragen blijven clichés uit

Een hecht gezin, bestaande uit vader, moeder en drie kinderen, raakt ineens ontwricht als die ouders bij een auto-ongeluk om het leven komen. De kinderen belanden in een internaat. Aan hun beschermde jeugd komt abrupt een einde. De oudste zoon, de zestienjarige Marty, is een zonderlinge nerd, de één jaar oudere dochter Liz wil niet deugen.

De jongste zoon Jules kruipt in zijn schulp. Op het internaat is hij eenzaam en ongelukkig. Hij voelt zich er onveilig, ook omdat de harmonie tussen hem en zijn broer en zus is verdwenen. Alleen bij de mooie, roodharige Alva, een klasgenote, vindt hij troost, omdat ze net zo ongelukkig is als hij en ze hem beschermt tegen de absolute eenzaamheid. Niet voor niets wordt hij verliefd op haar, niet voor niets wijst ze hem af, al blijft ze een factor van betekenis in zijn leven.

Jules is de verteller in Het einde van de eenzaamheid, de vierde roman van de jonge Duitse schrijver Benedict Wells (1984), die al weken de bestsellerlijsten aanvoert. Het is een boek over de existentiële crisis van een kleine groep zoekende jonge mensen. Alles wat je daarover kunt verzinnen komt aan de orde: de complexe verhouding tussen ouders en hun kroost, de zo niet nóg complexere verhouding tussen broers en zussen, de wijze waarop het verleden van ouders doorwerkt in het leven van hun kinderen en hoe die er op hun beurt weer onlosmakelijk mee verbonden zijn, het onvermogen om met een ander gelukkig te worden, en natuurlijk de eenzaamheid die velen hindert bij het opbouwen van een evenwichtig bestaan en het maken van de juiste keuzes. Menigeen zal zich erin herkennen.

Opmerkelijk goede roman

Aanvankelijk lijkt het drama dat Wells je voorschotelt wat veel van het goede, en denk je zijn succes te kunnen verklaren door juist de algemene levensvragen die hij aan de orde stelt. Maar naarmate het verhaal zich ontwikkelt en de personages meer kleur krijgen, moet je al snel je ongelijk bekennen. Want Het einde van de eenzaamheid is, ondanks Wells’ onopvallende stijl, wel degelijk een opmerkelijk goede roman.

Zo bouwt Wells in de eerste helft van zijn boek een intrigerend mysterie op, dat hij in de tweede helft op vaak ontroerende wijze ontrafelt. Dat Alva, die inmiddels getrouwd is met de dertig jaar oudere Russische emigrantenschrijver Aleksandr Romanov, dan weer opduikt, kon je raden. Dat ze kanker krijgt ook. En toch weet Wells op dit soort tranen trekkende momenten het cliché te vermijden. Allereerst door rondom de excentrieke, dementerende Romanov een fascinerende intrige te spinnen, die tot de beste passages van de roman behoort. Vooral de wijze waarop die Rus de greep op zijn geheugen verliest, is ontstellend goed verbeeld. Hetzelfde geldt voor het aanhoudende gevoel van Alva ongelukkig te zijn. Haar kille jeugd heeft onuitwisbare sporen in haar ziel getrokken.

En Jules? Die blijkt in alles wat hij doet bepaald te zijn door de gefnuikte ambities van zijn vader en de ruzie die hij met hem had op de dag van zijn dramatische auto-ongeluk. Niet voor niets voelt Jules zich pas vrij als hij zelf de dood in de ogen kijkt. Of hij op dat moment zijn verongelukte vader bereikt, is een vraag die je na het dichtslaan van de roman nog lang bezighoudt.