Column

Vol op de mond

Zelfs de Duitse toeristen moeten even slikken, als ze het jonge stelletje bij de tramhalte zien zoenen: zij gesluierd, hij met een keppeltje. Oei, heftige poster. Dan, berustend: „Ach, die Niederlande…” Ik schat ze eind zestig; waarschijnlijk denken ze aan provo, de PSP-blootposter, de Dolle Mina’s…

Maar rebelse provocaties komen inmiddels juist van rechts. Deze Rotterdamse postercampagne ‘In Nederland kies je je partner zelf kwam er op initiatief van Leefbaar-wethouder Ronald Schneider. De linkse raadspartijen zijn nu de behoudende hoeder van het taboe en noemen dit stigmatiserend, kwetsend, etnocentrisch, provocerend, enzovoorts.

Daar reageren makers en voorstanders van de posters dan weer wat flauw op, met gespeelde naïviteit: maar dit hoort normaal te zijn! Stelletjes van gemengde afkomst, of twee vrouwen, allemaal vol op de mond, onder een Hollandse hemel.

Natuurlijk is dit provocatie. Natuurlijk richt die zich op nieuwkomers. Natuurlijk is dit met opzet aan het begin van de ramadan. Provocatie is soms heilzaam.

Gedwongen huwelijken, die strafbaar zijn, komen bij ons volgens schattingen al honderden keren per jaar voor. De informele dwang – als moslima moet je met een moslim trouwen – zal nog veel groter zijn. Als een basisvrijheid van een samenleving vervaagt, moet je daar juist de grens van opzoeken om die schril te markeren: dít is Nederland. Dat gaat niet alleen om grondrechten maar ook om iets veel minder definieerbaars: atmosfeer.

Bij die posters moest ik denken aan Stefan Zweig. In De wereld van gisteren (1944) betreurt hij het dat Parijs in de jaren dertig de uitbundige, onbekommerde atmosfeer van na de eeuwwisseling verloren had: „Niemand geneerde zich voor een ander; de mooiste meisjes schaamden zich er niet voor arm in arm met een pikzwarte neger het eerste het beste hotelletje in te gaan – wie trok zich in Parijs iets aan van zulke pas later opgeblazen spookbeelden als ras, klasse en herkomst?”

Wat zou Zweig in het huidige Parijs zien? Er verschijnen steeds meer reportages over wijken, cafés en straten, ook bij het centrum, waar vrouwen niet meer komen. Zulke sluipende verstikkingen moet je vóór blijven. Daarom is het zo teleurstellend dat die Rotterdamse postercampagne in het zoveelste voorspelbare links-rechts-gevechtje verzandt. Ze zou een inspiratiebron voor links en rechts samen moeten zijn, om de gedeelde vrijheden te vieren, te verdedigen en met die prikkelende provocatie het taboe te doorbreken. Daarom: mogen die posters a.u.b. door het hele land hangen? En o, herstel dan meteen het ontbreken van de man-man-variant. Bijvoorbeeld in djellaba, vol op de mond.

Christiaan Weijts schrijft hier elke vrijdag een column