Waarom Lloyd’s niet voor Nederland koos

Verhuizen na Brexit

Amsterdam én Rotterdam willen Britse bedrijven binnenhalen. Verzekeringsmarktplaats Lloyd’s koos uiteindelijk voor Brussel, waar een ‘pragmatische’ toezichthouder zit.

Foto iStock

Het scheelde een haar. Rotterdam – en niet Amsterdam – had bijna de eerste grote Nederlandse Brexit-trofee binnengesleept. Lloyd’s of London, de Britse verzekeringsmarktplaats, was „tot het allerlaatste moment” in gesprek met toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB), voordat het bedrijf eind maart besloot om, vanwege de Brexit, een nieuwe verzekeraar op te richten in Brussel.

Dat zegt Ralph Van Helden, regionaal manager Benelux van Lloyd’s, aan de telefoon. Als Lloyd’s voor Nederland had gekozen, had het „in de rede gelegen” dat het om Rotterdam zou gaan. Daar heeft Lloyd’s al een filiaal. De gemeente Rotterdam was al enthousiast, maar het liep anders.

Het geval Lloyd’s zegt veel, over de Brexit en over het verhuiscircus daaromheen. Financiële instellingen in de Londense City dreigen na de Brexit hun financiële ‘paspoort’ kwijt te raken, waarmee ze zaken kunnen doen in de hele EU. Lloyd’s riskeert onder meer het verlies van jaarlijks ruim 1,5 miljard euro aan premie-inkomsten in de EU. Het oprichten van een verzekeraar met licentie in de EU moet dit voorkomen.

Waarom viel de keuze niet op Rotterdam? De strenge Nederlandse bonuswetgeving voor de financiële sector, die ook voor verzekeraars geldt, „heeft een rol gespeeld”, zegt Van Helden. Topbestuurders in Nederland mogen een maximale bonus van 20 procent van hun salaris krijgen, tegen 100 procent in de rest van de EU. Lloyd’s is een verzekeringsmarkt met daarin meerdere aanbieders. Een paar van die aanbieders zagen het lage bonusplafond niet zitten. Dat was een „minnetje voor Nederland”, zegt Van Helden.

Uiteindelijk koos Lloyd’s vooral voor België vanwege de „pragmatische” instelling van de Belgische toezichthouder. „Wij zochten een oplossing die recht doet aan de unieke, complexe structuur van ons bedrijf. De Belgische toezichthouder dacht daarin goed mee en begreep onder meer dat we geen zwaar bemand nieuw kantoor wilden openen.” Naar verwachting zullen in Brussel eerder tientallen dan honderden mensen aan de slag gaan.

“Race naar de bodem”

Toezichthouders steggelen nogal eens met nieuwkomers over hoe zwaar bemand een kantoor moet zijn. Daarbij gaat het onder meer over risicobeheer. Onlangs waarschuwden de Europese Centrale Bank en Europees financieel toezichthouder ESMA voor een „race naar de bodem” tussen nationale toezichthouders om Brexitbedrijven binnen te halen. Er zijn EU- toezichtsregels voor verzekeraars, maar die kunnen strenger of minder streng worden toegepast. Van Helden zegt dat de Lloyd’s-vestiging in Brussel „volledig” aan de EU- normen zal voldoen.

DNB laat in een reactie op Lloyd’s’ keuze voor Brussel weten dat ze „niet ingaat op individuele gevallen”. Een woordvoerder wil wel „in zijn algemeenheid onderstrepen” dat het „essentieel is dat een kantoor zijn eigen risico kan managen”.

De Nederlandse bonuslimiet speelt ook in de ervaring van DNB „een grote rol” in de keuze van bedrijven om Nederland links te laten liggen. Daar kan de Amsterdamse wethouder Kajsa Ollongren (Economie, D66) over meepraten. Zij heeft met „veel grote zakenbanken” uit Londen gepraat, zegt ze. Steevast lopen de gesprekken stuk op de bonusregels. „Zij kiezen niet voor Amsterdam, ondanks de voordelen die ze ook zien, zoals de bereikbaarheid en de goede digitale infrastructuur.”

JP Morgan verplaatst honderden banen van Londen naar Dublin, Frankfurt en Luxemburg. De Britse bank Standard Chartered richt een dochter in Frankfurt op. HSBC versterkt zijn dochter in Parijs met zo’n 1.000 man. Grote verzekeraars kiezen vooral voor Luxemburg, Amsterdam blijft tot dusver achter.

Premier Mark Rutte (VVD) en minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) benadrukten de voorbije maanden dat buitenlandse bedrijven gebruik kunnen maken van een paar uitzonderingen op de bonusregels. „Dat heb ik ook gehoord”, zegt Ollongren. „Maar de banken vertellen mij dat die uitzonderingen onvoldoende houvast bieden.”

‘Meer dan tien’ bedrijven kozen al voor Amsterdam

Ollongren geeft de hoop niet op. Ze is in gesprek met „ruim zestig” bedrijven die vanwege de Brexit een vestiging in Amsterdam overwegen. Daar zitten kleine en middelgrote financiële bedrijven tussen die minder last hebben van de bonusregels, zoals financiële dienstverleners en fintechfirma’s. „Ook marketing- media- en reclamebedrijven hebben interesse in Amsterdam”, zegt Ollongren. De regio-Amsterdam is verder kandidaat voor de vestiging van het Europese geneesmiddelenagentschap EMA, dat nu nog in Londen zit.

Amsterdam boekt al succes, zegt Ollongren. „Meer dan tien” bedrijven hebben voor Amsterdam gekozen, maar willen dit nog niet bekendmaken. Eén bedrijf wil dit wel doen: fintechbedrijf Equiniti KYC Solutions. Om een verhuizing gaat het niet, wel om een uitbreiding, zegt directeur Patrick Ryan. Het Amsterdamse bedrijf KYCnet werd vorig jaar overgenomen door het Britse Equiniti. „Eerst overwogen we om werk van Amsterdam naar Londen te verplaatsen. Nu breiden we juist uit in Amsterdam”, zegt Ryan. Het aantal banen in het Nederlandse kantoor verdubbelt van 150 naar 300.

Intussen krijgen consultants die adviseren over locatiekeuze nog steeds verzoeken van bedrijven uit Londen, ook uit de financiële hoek. Jan-Willem Thoen van de ‘Brexit office’ van PwC: „De bonusdiscussie is zeker niet allesbepalend.” Bedrijfsmakelaar Martin Bosscher van Schipholland merkt „aanzienlijke interesse vanuit Engeland” voor de regio Amsterdam. Schipholland is met acht bedrijven in gesprek. De keuze is vaak nog niet definitief gevallen op Nederland. „Duitsland is vaak ook een serieuze optie.”

En Rotterdam? Dat richt zich, na het mislopen van Lloyd’s, op de maritieme en de offshoresector, zegt een woordvoerder van het stadsbestuur. „We voeren gesprekken met bedrijven. Het speelveld ligt nog steeds open.”