Recensie

KISS is een dierbare karikatuur van een rockband

KISS speelde woensdag in Ahoy. De Amerikaanse rockgroep is als een dierbaar oud stripboek waarnaar je steeds teruggrijpt, ook al is de glans eraf.

Als formule is de Amerikaanse rockgroep KISS onverwoestbaar. Vier mannen met bonte gezichtsbeschildering brengen hardrock van de gestampte pot met een arsenaal aan explosies, vuurspuwende gitaren, stoere teksten en vliegende bandleden. Als band is KISS niet meer de perfecte circusact die ze veertig jaar geleden waren. Zwakste schakel is zanger Paul Stanley, die veel te doen kreeg als frontman maar die op sommige momenten alleen nog een amechtig gepiep uit zijn keel kon persen. De andere bandleden vingen dat op door samenzang en show, maar oorspronkelijke bandleden Stanley (65) en bassist Gene Simmons (67) moesten woensdag in Ahoy hun krachten te dun uitspreiden om recht te doen aan hun claim op ‘the greatest show on earth’.

Het neemt niet weg dat KISS als meesterlijk vormgegeven rockgroep nog altijd goed is voor een avond vol bont entertainment. Na een moment van stilte voor de bevolking van Manchester barstte het los met ‘Shout out Loud’ en ‘Lick it Up’, nummers die zo rechtlijnig zijn in hun viering van hardrock als feestmuziek dat het bijgeleverde vuurwerk niet eens nodig was. KISS is als een dierbaar oud stripboek waarnaar je steeds teruggrijpt, ook al is de glans eraf en heb je het al tientallen malen eerder gelezen. Een klein meisje met Starchild-beschildering mocht achter Stanley’s gitaar net doen of ze echt speelde. Simmons’ act als vuurspuwer kwam er dit keer wat voorzichtiger uit, zoals alles bij KISS een beetje roestiger is geworden.

Indrukwekkend was het acrobatisch gemak waarmee Paul Stanley zich nog altijd aan een kabel over de hoofden van het publiek naar een podium in het midden liet verplaatsen. Op zijn best was KISS in de broederlijk samen gezongen klassiekers ‘God of Thunder’ en ‘Crazy Crazy Night’, waar de tekortkomingen onder het tapijt werden geveegd met veel knallen en licht. Bij ‘Rock and Roll All Night’ lieten de bandleden zich op hydraulische stellages alle kanten van de zaal op tillen. Tot slot was er natuurlijk ‘I Was Made for Loving You’, de oude kraker die bewijst dat disco en hardrock prima samen gaan. Als je er karaoke bij zong, merkte je niet dat de leadzang tekort schoot.

Met twee ‘nieuwe’ bandleden, inmiddels ook dikke vijftigers, is KISS in een stadium gekomen dat het idee van de band belangrijker is geworden dan de uitwerking. Zolang er jonge kinderen zijn die geschminkt als Starchild, Spaceman, Demon en Catman bij hun concerten komen, zullen er altijd fans zijn voor deze dierbare karikatuur van een rockband.