Commentaar

Nederlands voetbal blijft zwak ondanks de goede prestatie Ajax

Het onverwachte gebeurde toch: een Nederlandse voetbalclub, Ajax, bereikte de finale van een Europees toernooi. Ongeacht het resultaat, een verdiende nederlaag tegen Manchester United, blijft dat een prestatie van formaat. Voor de tweede maal in korte tijd bleek volkssport voetbal in Nederland weer eens massa’s op de been te kunnen brengen en een euforische stemming te veroorzaken. Eerst in Rotterdam, bij het landskampioenschap van Feyenoord, en deze week in Amsterdam, doordat Ajax de finale van de Europa League speelde. En ook elders in Nederland.

Bij alle opgetogenheid mag de realiteitszin niet uit het oog worden verloren. Met name de prestaties van Ajax, met een gemiddeld zeer jonge selectie, leidden tot de conclusie dat het Nederlandse voetbal weer ‘op de kaart’ staat. Wellicht is het zo, maar vooralsnog moet worden betwijfeld of het succes een blijvend karakter heeft.

Om te beginnen ging het ‘maar’ om de Europa League, het toernooi dat kwalitatief zo veel zwakker is dan de veel grotere en veel poenigere Champions League. Finalisten in de Europa League kwamen de afgelopen vijftien jaar uit Spanje, Engeland, Frankrijk en Duitsland maar ook uit landen als Portugal, Rusland, Oekraïne en Schotland. Niet allemaal ‘grootmachten’ dus op voetbalgebied, zij het wel landen waar meestal meer geld in voetbal omgaat dan de Nederlandse clubs zich willen, kunnen of mogen veroorloven.

Grote clubs als Barcelona, Real Madrid en Juventus komen niet bij deze finalisten voor; zij konden hun aandacht richten op de Champions League. In dat toernooi voor de ‘echte’ kampioenen presteren Nederlandse clubs structureel slecht. De laatste tien jaar kwam het maar één keer voor dat het Nederlandse voetbal de zogenoemde groepsfase doorstond; PSV drong in 2016 tot de achtste finales door.

Nog een kanttekening om de realiteitszin te bevorderen: Ajax had woensdagavond in het basisteam slechts vier Nederlanders opgesteld. Ook landskampioen Feyenoord deed het in zijn opstelling afgelopen seizoen op vitale plaatsen met spelers die de Australische, Braziliaanse, Marokkaanse of Deense nationaliteit hebben.

De financiële verschillen tussen clubs in Europa zijn te groot om te verwachten dat Nederlandse teams structureel aan de top zullen meedraaien. Het is al mooi dat incidentele successen, zoals die finaleplaats van Ajax, wel mogelijk zijn. Hoopvol is verder dat de brede selectie van Ajax veel jonge, ook Nederlandse talenten telt. Ze zullen de komende jaren vast wel naar het buitenland worden gelokt, maar het vaderlandse voetbal kan er nog plezier aan beleven.