Assertief D66 is deze keer misschien wel te ver gegaan

D66 is bij elke coalitie nodig, weet Pechtold, dus denkt hij wel even moeilijk te kunnen doen. Maar kan hij nog terug nu de anderen boos zijn?

Foto: ANP / Els Buijs

Daar zaten ze dan woensdag, met z’n tweeën in de Scheveningse strandtent Werelds. Witte hemdsmouwen opgestroopt, kop koffie op tafel. De foto’s van Alexander Pechtold (D66) en Mark Rutte (VVD) gingen vlot de sociale media over.

Iedereen in Den Haag weet: als Mark Rutte één op één moet praten met Pechtold, is het mis. De premier wordt aan het Binnenhof gezien als de enige man die de D66-leider kan bewegen tot inbinden.

En mis is het behoorlijk. Een verkennend gesprek van Pechtold met Gert-Jan Segers (ChristenUnie) bij informateur Edith Schippers (VVD) pakte dinsdagavond totaal anders uit dan velen in Den Haag verwachtten: na ruim drie uur praten besloten de twee partijleiders dat hun partijen niet met elkaar gaan onderhandelen.

Dat was de schuld van Pechtold, vertelde Segers later aan journalisten. Wat bedoeld was als een verkennend gesprek, mondde uit in een ‘preonderhandeling’. Pechtold zou een waslijst aan ingewikkelde kwesties op tafel hebben gelegd.

Bij D66 bestrijden ze die lezing. Het was wel degelijk de afspraak, zeggen betrokkenen, dat er een aantal lastige onderwerpen ter tafel zou komen.

Hoe het ook zij, Pechtold heeft met zijn wensenlijst de persoonlijke en politieke verhoudingen aan het Binnenhof op scherp gezet. De formatie zit muurvast. Deze vrijdag ontvangt Schippers nog één keer de fractievoorzitters. Leidt dat tot niets, dan is de verwachting dat ze haar opdracht teruggeeft aan de Tweede Kamer.

Keizer aller constructieve politici

Waarom stelt Alexander Pechtold, onder Rutte II juist de keizer aller constructieve politici, zich zo hard op? Wie zijn optreden wil begrijpen, moet terug in de tijd. Toen Pechtold in 2005 de Haagse politiek betrad, zat het kleine D66 doodongelukkig te wezen in het kabinet-Balkenende II. De partij werd voortdurend gepiepeld door de conservatieve coalitiepartners VVD en CDA. „Met je ballen in de bankschroef”, omschreef een D66’er die periode ooit.

D66 moet niet meer die aardige, redelijke club zijn die altijd wel ‘ja’ zegt

Uit dat mislukte regeeravontuur heeft D66 twee conclusies getrokken. Eén: nooit meer in een kabinet met alleen maar conservatieve partijen. Twee: een assertievere houding. D66 moet niet meer die aardige, redelijke club zijn die altijd wel ‘ja’ zegt.

Onder Pechtolds leiding ontwikkelde D66 zich de afgelopen tien jaar tot een gehaaide partij die de kunst van de machtspolitiek en beeldvorming als geen ander beheerst. De opvattingen van D66 zijn misschien genuanceerd, de modus operandi die erachter schuil gaat is dat zeker niet. Voor harde onderhandelingstactieken en vileine media-offensiefjes draait de fractie haar hand niet om.

Het uitgangspunt van Pechtold is helder: in een coalitie met de conservatieve partijen VVD, CDA en ChristenUnie valt voor D66 niets te winnen. Hij zal de ‘nieuwe’ D66- kroonjuwelen – donorregistratie, ‘voltooid leven’, legalisering van wietteelt – niet zonder slag of stoot opgeven. Als de andere partijen zich dat onvoldoende realiseren, zoekt hij de confrontatie. En Pechtold weet: D66 is in iedere coalitie nodig, dus hij kan wel eventjes moeilijk doen.

De vraag is alleen: is hij deze week niet te ver gegaan? Niet alleen de ChristenUnie is onthutst over het optreden van Pechtold, ook bij de twee andere beoogde coalitiepartners VVD en CDA heerst groot chagrijn. In de wandelgangen vallen woorden als „stupiditeit”. Pechtold, zo waarschuwen ze, heeft hun bereidheid om in te schikken richting D66 in een volgende formatieronde ernstig verminderd. Misschien moeten er zelfs wel nieuwe verkiezingen komen, want de combinatie met ChristenUnie was de laatste serieuze kans op een meerderheidskabinet – en een minderheidskabinet wil niemand.

Bij D66 zijn ze duidelijk geschrokken van alle tumult. In eerdere onderhandelingen bond Pechtold uiteindelijk altijd in. Maar wat als dat in deze formatie niet meer kan?