Column

Winschoten

Marcel

Ik was uitgenodigd om voor te lezen in Winschoten, het was inclusief maaltijd en hotelovernachting. Het evenement heette ‘de bal is ronder’, een speelse verwijzing naar het thema: ‘een mix van voetbal, literatuur en kantine-leven’. Cultuurhuis De Klinker was uitverkocht. Van de andere voorlezers kende ik alleen Henk Spaan.

Het cultuurhuis lag aan het eind van de Langestraat, inderdaad een van de langste winkelstraten van Nederland. De recessie was er op bezoek geweest: de helft van de winkelpanden stond leeg, wat over was vocht zichtbaar voor het voortbestaan. Het tweede artikel was bijna overal gratis, of anders voor de helft van de helft van de prijs. De bakker, waar ze bij mooi weer baguette met brie – een Frans broodje met een Franse kaas – op het terras serveerden, had een kartonnen Eiffeltoren in de etalage.

Aan het eind doemde dan toch het cultuurhuis op, een enorm slagschip van frisse bakstenen. De andere voorlezers zaten al in de kantine, we aten aardappels uit aluminium bakken. Henk de Haan, oud-speler van SC Veendam, was in voetbalbroek en schepte drie keer op. De voorstelling duurde meer dan drie uur en was grotendeels in dialect, ik verstond alleen Henk Spaan. En Meindert Talma zong een mooi lied over Dick Nanninga.

Na afloop mee de foyer in, waar de sfeer deed denken aan een voetbalkantine. Een man vertelde over zijn maagbloeding, een ander schreeuwde dat hij alles had gefilmd en dat hij dat op YouTube ging knallen en er was ook een vrouw die wilde dat ik mijn naam met viltstift op haar arm schreef.

Met Spaan wandelde ik rond middernacht naar Hotel Victoria.

Weer door de Langestraat met al die opgeheven winkels. Pas halverwege kregen we door dat we achterna werden gelopen door wat inwoners. Ze haalden ons in. Spaan moest de uitslag van Ajax-Manchester United voorspellen. Daarna was er ook nog de ontmoeting met de uitbater van de lokale Bruna die vroeg of wij met hem een pot bier wilden drinken in zijn boekhandel.

Hij liet de sleutelbos zien.

„Nee, dat hoeft echt niet”, zei Spaan en van mij hoefde het ook niet.

De teleurstelling was van het gezicht van de boekhandelaar af te scheppen. Met een sliert bewoners achter ons aan bereikten we het hotel, waar we twee mini-kamertjes aan de achterkant betrokken.

De volgende ochtend dachten we heel wat te hebben meegemaakt, maar de hoteleigenaar zei me na het ontbijt dat dat wel meeviel. Hij herinnerde zich een cabaretier die na een optreden in De Klinker was gesneuveld in feestcafé No Limit.

„Nooit meer op tv gezien, jammer wel.”

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.