Veroordeelde mag worden ‘vergeten’

Vergeetrecht

Het gerechtshof in Den Haag heeft bepaald dat zoekmachine Google links naar een veroordeelde advocaat moet weghalen.

Een veroordeelde man mag ‘vergeten’ worden in Google. Dat heeft nu ook het gerechtshof in Den Haag bepaald. Het is voor het eerst dat een Nederlands hof dit standpunt inneemt.

De zaak, waarin dinsdag uitspraak werd gedaan, betreft een Nederlandse advocaat die in 2012 in Londen werd veroordeeld tot een taakstraf en een boete. Hij had bij een ruzie tijdens een nacht stappen dreigend met een machete gezwaaid. Een lokale blogger berichtte erover en noemde de naam van de man voluit. Zo kwam de veroordeling in Google terecht.

Google heeft officieel geen wettelijke basis om zonder toestemming zogenoemde bijzondere persoonsgegevens te verwerken. Dat zijn bijvoorbeeld data over seksuele geaardheid, ras of geloof, maar ook strafrechtelijke gegevens. Google verwerkt die bijzondere persoonsgegevens door webpagina’s te indexeren, zo stelde het hof vast.

Google liet eerder weten dat zoekresultaten over verdenkingen die hebben geleid tot vrijspraak „meestal” desgevraagd worden verwijderd. Bij veroordelingen is dat anders. Een Franse priester vroeg bijvoorbeeld tevergeefs aan Google of zoekresultaten over zijn veroordeling voor het bezit van kinderporno konden worden verwijderd.

Het Haagse hof volgt met zijn uitspraak de lijn van de rechtbank Rotterdam, die vorig jaar al oordeelde dat de advocaat – werkzaam binnen het ondernemingsrecht – geen rol speelt in het openbare leven en dat zijn veroordeling ‘vergeten’ mag worden. Google ging daarop in hoger beroep.

Criminelen staan door de uitspraak nu sterker als ze ‘vergeten’ willen worden, zegt Stefan Kulk, die aan de Universiteit Utrecht promotieonderzoek doet over het recht om vergeten te worden. Toch laat het hof nog enige ruimte om het vergeetrecht niet toe te passen. Kulk: „Het moet dan gaan om ‘bijzondere gevallen’ zoals ernstige misdaden gepleegd door publieke figuren. Dan heeft het publiek namelijk wel recht op toegang tot de informatie.”