Trumps dollar: van opmars naar aftocht

Valutamarkt

Terwijl de Amerikaanse dollar, mede door de chaos in de regering-Trump, terrein begint te verliezen, beleeft de euro een onverwachte renaissance.

Voedselbanken en gaarkeukens in de VS, zoals deze in New York, vrezen dat Trump diep wil snijden in de zorg voor minderbedeelden en daklozen. Foto Spencer Platt / AFP

Het jaar van de dollar zou het worden, 2017. Toen Donald Trump op 8 november vorig jaar de Amerikaanse verkiezingen won, was de reactie op de financiële markten verrassend positief. Als president zou hij de economie aanjagen met grootscheepse investeringen in de infrastructuur, en via belastingverlagingen de bestedingen aanjagen.

De handel die op de beurzen op gang kwam, kreeg al snel een naam: Trump trade of, feitelijker, de ‘reflation trade’. Een aantrekkende economie zou een einde maken aan de structureel lage inflatie. De centrale bank zou daarop antwoorden met een veel snellere verhoging van de rente dan gedacht. En die rente zou, voor Amerikaanse staatsleningen, waarschijnlijk toch al gaan stijgen omdat de ploeg van Trump zich geen overmatige zorgen leek te maken over de gevolgen van alle plannen voor de staatshuishouding. Kort gezegd: dat het begrotingstekort zou oplopen namen de nieuwelingen in het Witte Huis op de koop toe.

Juichend voor Trump…

De beurskoersen stegen na Trumps zege fors, en ze staan nog steeds op recordhoogte. Ook alle onthullingen, controverses en mogelijke schandalen, waarvan het tempo vorige week een crescendo bereikte, leidden achteraf niet tot een al te grote nervositeit op Wall Street. Er klotst zoveel geld (‘liquiditeit’) tegen de beursplinten dat op zoek is naar rendement, dat elke koersdaling wordt aangegrepen om bij te kopen. Buy on the dips, heet dat in beursjargon.

Op de valutamarkt zit dat anders. In zekere zin is die de liquiditeit zelf. Dagelijks wordt er 5.100 miljard dollar aan valuta verhandeld. De dollar zelf is betrokken bij 88 procent van alle wereldwijde transacties. En de combinatie euro-dollar is van alle verhandelde valutaparen de dominante met 24 procent van alle transacties.

Op de valutamarkt worden andere conclusies getrokken dan op de rest van de financiële markten. De dollar won fors op andere munten na Trumps zege. De combinatie van forse economische stimulering en oplopende rentes deed sterk denken aan de eerste termijn van president Reagan in de jaren tachtig. Toen ging de dollar door het dak. Terugrekenen is lastig, maar het is veilig aan te nemen dat de hoogste koers van de dollar destijds zo’n 0,64 dollar per euro was geweest – als de Europese munt die dinsdag 26 februari 1985 al had bestaan.

Ook eind 2016 ging het best hard: van meer dan 1,10 dollar per euro op verkiezingsdag naar onder de 1,04 anderhalve maand later (het getal neemt af als de dollar sterker wordt). Daarmee trok de dollar een eindsprint, na een koers die al sinds begin 2014 verbeterde.

Dat lag ook aan, nog steeds, de belangrijkste tegenhanger van de dollar in de internationale economie: de euro. Van de eurozone werd weinig verwacht. Het zou doormodderen in een licht economisch herstel. Er waren verkiezingen op komst in Nederland en Frankrijk, die het gevreesde populisme aan meer, of volledige, macht konden brengen. En de Europese Centrale Bank zou, om al deze redenen, geen aanleiding zien om het buitengewoon ruime monetaire beleid in te tomen.

…maar nu wat bedroefd

Het bleek allemaal anders uit te pakken. Zowel in Nederland als in Frankrijk viel de verkiezingsuitslag uit in het voordeel van gematigde politieke stromingen. Op de financiële markten wordt van de nieuwe Franse president Emmanuel Macron een initiatief verwacht dat de Frans-Duitse samenwerking sterker maakt, en daarmee ook de euro.

Maar daarvóór al versterkte de Europese economie zienderogen. Alsof Brexit noch populisme een rol speelde, stoof de eurozone vooruit. Deze week bereikte de Duitse Ifo-index een waarde van 114,6, nipt hoger zelfs dan vlak voor de financiële crisis van 2008. Analisten moesten tot in de jaren tachtig terug om zo’n piek te vinden in de indicator, die doorgaans een goede voorspeller is van de Duitse bedrijvigheid.

De zogenoemde PMI-index voor de gehele eurozone, die internationaal de bekendste voorlopende indicator is voor de bedrijvigheid, bedroeg in mei 56,9. Dat is zeer hoog, en veel beter dan de 53,9 die de VS lieten noteren.

Andere verwachtingen passen zich daaraan aan: de Europese Centrale Bank zou sneller dan gedacht zijn uitzonderlijke stimulus kunnen afbouwen, al is nog onduidelijk in welke mate dit een verhoging van de rente betreft en in welke mate het zou gaan om het sneller afbouwen van de maandelijkse steunaankopen van staatsleningen en andere leningen, die nu nog steeds 60 miljard euro per maand bedragen. Juist dat beleid van steunaankopen, door ‘geld bij te drukken’ droeg sterk bij aan de daling van de eurokoers in de afgelopen jaren.

In de Verenigde Staten is de centrale bank al veel verder met het normaliseren van dat beleid. Maar op de financiële markten treedt een aarzeling in. De regering-Trump blijkt niet of nauwelijks in staat om te leveren. De beloofde 1.000 miljard dollar aan investeringen verdampen met de dag. En de dinsdag gepubliceerde begrotingsvoorstellen worden ongeloofwaardig bevonden.

Dat belastingverlagingen zowel voor 3 procent duurzame economische groei zorgen als dat zij zichzelf via hogere economische groei terugbetalen is al weggehoond als een beginnersfout van budgettaire dubbeltelling. De vermaarde econoom Larry Summers, zelf ooit minister van Financiën onder president Clinton, zei dat hij er een eerstejaarsstudent om zou wegsturen. De kans dat dit plan ongeschonden door het Congres komt is vooralsnog klein.

De euro steeg woensdag naar 1,12 dollar, de hoogste stand sinds oktober vorig jaar. De munt mag zich verheugen in toenemende populariteit, zeker omdat het existentiële debat – bestaat de euro over een paar jaar nog wel? – is verstomd.

Of dat terecht is? De meewind die de economie van de eurozone jarenlang door de sterk gedaalde munt genoot, gaat nu langzaam liggen. Straks moet blijken of de Europese renaissance ook standhoudt bij valutaire tegenwind.