Ontheffing verhuisplicht wethouders verruimd

Gemeenten hoeven niet meer elk jaar aan te geven of een wethouder buiten de gemeente mag wonen.

Stadhuis Amsterdam

Gemeenteraden hoeven straks niet meer jaarlijks te beslissen of wethouders buiten hun gemeente mogen blijven wonen. Dat heeft de ministerraad op voorstel van demissionair minister Ronald Plasterk (PvdA, Binnenlandse Zaken) besloten, meldt de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) op woensdag.

Volgens het kabinet is het aan de gemeente om te beslissen hoe belangrijk de zogenoemde woonplaatsvereiste is. Gemeenteraden moeten daarom de vrijheid krijgen om zelf te beslissen over de termijn en de voorwaarden van zo’n ontheffing. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Wethoudersvereniging en het Interprovinciaal Overleg staan achter de beslissing.

“Gemeenten kunnen nu ontheffingen geven die voor langere tijd gelden”, reageert een woordvoerder van VNG. “Ook kunnen ontheffingen bijvoorbeeld niet meer gebruikt worden om commentaar te leveren op het functioneren van een wethouder.” Het is “niet meer van deze tijd” om constant beslissingen te moeten maken over de woonplaatsvereiste.

Volgens eerdere brieven van VNG zou het op deze manier gemakkelijker worden om wethouders van buiten de gemeente aan te trekken. Die kunnen zo minder snel in de problemen komen omdat zij bijvoorbeeld hun huis binnen een jaar niet verkocht krijgen.

Politieke consequenties

Officieel moet een wethouder verhuizen naar dezelfde gemeente waarvan hij bestuurder is, maar de gemeenteraad kan er voor kiezen om hem daarvan vrij te stellen. Doet de gemeente dat niet, dan wordt de wethouder ontslagen. Dat kan politieke consequenties hebben.

Het gaat nog om een wetsvoorstel dat nu naar de Raad van State gaat. De ministerraad wil dat de wet vóór de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 ingaat.