Een clown verschijnt in kleur

Theater

Er waren alleen oude geluidsopnames en zwart-witbeelden van revueclown Johan Buziau. Totdat zestien kleurendia’s van hem opdoken.

Johan Buziau (midden, in gestreept kostuum) als miljonair Evert Deddes/UVA

Ze waren totaal onbekend, de zestien kleinbeeldkleurendia’s met scènes uit de theaterrevue Jolijt uit 1939. Ze tonen een toverwereld in tere, verschoten kleuren die de sfeer oproepen van tableaux vivants uit vervlogen tijden.

Alle kenners dachten tot dusver zeker te weten dat de vooroorlogse theaterclown Johan Buziau nimmer in kleur is gefotografeerd. Des te groter is de verbazing, aldus Hans van Keulen, conservator van de theatercollectie van de Universiteit van Amsterdam, dat deze dia’s nu opeens zijn opgedoken.

Jolijt was eind 1939 de nieuwste editie van de Bouwmeester-revue, het theaterbedrijf van Louise Bouwmeester-Sandbergen. Het schouwspel was tot eind 1940 op tournee; daarna stond de volgende editie alweer in de steigers. En in al die revues was de als clown geschminkte Johan Buziau (1877-1958) de voornaamste trekpleister – met zijn slepende, schorre stemgeluid en zijn sloom-laconieke voordracht die zijn kwinkslagen voor de goede verstaander des te lachwekkender maakten.

Totdat enkele dubbelzinnige grapjes over het Duitse regime – ten onrechte – aan hem werden toegeschreven. Toen durfde hij het toneel niet meer op. En ook na de oorlog trad hij nooit meer op.

In de revue speelde Buziau een miljonair in een zwart-wit gestreept kostuum, dat zich al in de UvA-collectie bevindt.

Scène uit Jolijt (1939): Johan Buziau (rechts) als miljonair in de wolken, met zijn tegenspeler John Kaart als de butler

Foto’s Evert Deddes/UvA
Foto’s Evert Deddes/UVA

De dia’s zijn gemaakt door Evert Deddes, een Rotterdamse hoge marine-officier en amateurfotograaf. Deddes moet met zijn kleinbeeldcamera tot een kleine groep bevoorrechten hebben behoord.

Van Keulen verbaast zich ook over het standpunt van de fotograaf: „De foto’s moeten wel vanuit de zaal zijn gemaakt. Je vraagt je af of hij daar toestemming voor had.”

Een nazaat van Deddes heeft de onvermoede schat recentelijk aan het Utrechts Archief geschonken. Daar nam men contact op met de theatercollectie van de Universiteit van Amsterdam, die de vondst graag in ontvangst nam.

Alle juichkritieken die destijds over Jolijt verschenen, prezen de oogstrelende aankleding. „Een fantastische weelde van kostbare en veelkleurige kostuums (…) in decors welke met zo veel vernuft en smaak gemaakt zijn dat zij het publiek van de ene verbazing in de andere doen vallen”, oordeelde De Telegraaf. En het Algemeen Handelsblad maakte het nog mooier: „De voorstelling is als een bont sprookjesboek waarvan de platen levend geworden zijn.”

Er leven weinig mensen meer die dat nog met eigen ogen hebben gezien. Maar gelukkig hebben we nu de foto’s.