Opinie

CDA, VVD en PVV voeren een voorheen linkse agenda uit

Links bedong de homorechten, rechts maakte daar pas goede sier mee toen de islam opkwam. Deze nationalisatie van universele waarden is ruim twee eeuwen oud, zo laat zien.

Demonstratie voor homorechten, Binnenhof. Foto Jacques Klok / ANP

In hun opiniestuk ‘Waarom de formatie wel stuk móest lopen’ laten Saskia Bonjour en Jan Willem Duyvendak zien dat in de afgelopen vijftien jaar door CDA en VVD de liberale, progressieve waarden steeds meer gezien worden als ons nationaal erfgoed, en steeds minder als algemeen geldende waarden. Zij nemen daarbij vrouwen- en homorechten als voorbeeld. Zij schrijven: „Maar gaat het bij homo- en vrouwenrechten niet bij uitstek om universele mensenrechten? Waarom worden dergelijke waarden dan door VVD en CDA gebruikt om Nederland van de wereld af te zonderen?

Een interessante vraag, waarop zij het antwoord schuldig blijven. Ik pretendeer niet het antwoord te weten, maar wil toch een poging wagen. Een eerste en voor de hand liggend antwoord is natuurlijk dit: VVD en CDA zien die liberale en progressieve waarden in gevaar komen door de toestroom van vreemdelingen, in het bijzonder van moslims, die andere waarden aanhangen.

In die zin is de nationalisering van ‘universele waarden’ een defensieve reactie. Je zou kunnen zeggen dat de achterbannen van GroenLinks en van D66 meer vertrouwen hebben in de robuustheid van het Nederlandse waardenstelsel. Zij gaan ervan uit dat bij een botsing van beschavingen hun eigen beschaving als winnaar uit de strijd komt. De aanhang van CDA en VVD – en a fortiori die van de PVV – is minder zeker van zijn zaak. Zij vrezen een ‘islamisering’ van onze samenleving. Zonder staatssteun en grensbewaking is onze beschaving ten dode opgeschreven. CDA en VVD vrezen dat zonder een zekere mate van afzondering zelfs in Nederland die universele waarden geen standhouden.

Duyvendak wees in een eerder stuk, ‘Laten we onze Nederlandse waarden niet witschilderen’, op een paradoxaal effect van die angst voor de islam. Van de weeromstuit worden de homorechten omarmd door velen die dat eerder niet deden. Hij schreef: „Nog in 1996 stemde de helft van de VVD-fractie onder aanvoering van Frits Bolkestein tegen de openstelling van het huwelijk voor homo’s. Ook is het pas enkele jaren geleden dat de SGP door de rechter werd verplicht om vrouwen de mogelijkheid te geven om verkiesbaar te zijn voor deze partij. En analyseren we de cijfers goed, dan zien we dat de achterban van de PVV er ongeveer dezelfde opvattingen op nahoudt met betrekking tot gender en homoseksualiteit als Nederlandse moslims.” De homorechten zijn door de linkse partijen bevochten, maar worden nu ook door de rechtse partijen met vuur verdedigd, tegenover een homofobe islam.

De Jacobijnse terreur

Bekijken we de zaak vanuit historisch perspectief dan is de nationalisering van de mensenrechten geen 21ste eeuws verschijnsel. Aan het einde van de 18de eeuw ontstond internationaal een mensenrechtenbeweging in Engeland, Amerika en Franrijk, die echter een nationale bedding zou krijgen. Nationale onafhankelijkheid, nationalisme en democratisering gingen steeds meer hand in hand zoals de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog en het verloop van de Franse Revolutie laten zien. Een aanvankelijk zeer kosmopolitische ingestelde beweging werd in de loop van de tijd steeds nationaler.

Toekomstige Franse Revolutionairen vochten in 1776 zij aan zij met George Washington, de Engelsman Thomas Paine vierde als revolutionaire schrijver successen in de VS en vertrok vervolgens naar Frankrijk. Zijn belangrijkste boek had als titel Rights of Man (1791). Hij werd in 1792 lid van de Nationale Conventie in Frankrijk om zich – onder leiding van de markies van Condorcet – bezig te houden met de opstelling van een democratische grondwet. De Duitser Anacharsis Clootz meldde zich in 1790 bij de Nationale Vergadering aan het hoofd van 36 buitenlanders, afkomstig uit vier werelddelen. In naam van deze ‘gezanten van de mensheid’ verklaarde hij dat de wereld toetreedt tot de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger. Paine, Condorcet en Clootz waren overtuigde atheïsten. Zij werden alle drie slachtoffer van de Jacobijnse terreur. Robespierre maakte aan de macht van deze wereldburgers snel een eind. Clootz eindigde onder de guillotine. Condorcet werd dood gevonden in een politiecel, Paine kwam in de gevangenis en ontsnapte ternauwernood.

Zaak van de elite

De Revolutionaire vreemdelingen, in 1790 nog verwelkomd, waren in 1794 de vijanden van de natie geworden. Toch werden de verworvenheden van de Verlichting op nationaal niveau vastgelegd. Dat geldt met name voor de rechten van de burger die in de loop van de 19de eeuw de grondslag zouden vormen van de democratisering van het staatsbestel.

Het wereldwijd uitdragen van de rechten van de mens was en bleef een zaak van de elite. Het waren vooral aristocraten die lid waren van de vereniging ‘Vrienden van de Zwarten’. Condorcet was voorzitter en schreef een pamflet waarin hij de afschaffing van de slavernij bepleitte. Nationalisme en internationalisme traden tijdens de Verlichting vaak samen op, maar voerden even vaak een broederstrijd op leven en dood.

Rousseau was bij uitstek de filosoof van de nationalistische Verlichting. Hij schreef over Condorcet cum suis: „Deze heren pretenderen van iedereen te houden om een voorwendsel te hebben van niemand te houden.”

Je hoort het Buma zeggen over Duyvendak en Klaver.