Verrassend middelmatige Haneke in Cannes

Cannesblog #6

Michael Haneke won twee keer een Gouden Palm, maar zijn nieuwe film Happy End behoort tot de middenmoot van het aanbod in Cannes.

Regisseur Michael Haneke in Cannes. Foto Eric Gaillard/Reuters

Niemand zou vooraf hebben voorspeld dat de grote Michael Haneke met zijn nieuwe film tot de middenmoot van de filmcompetitie in Cannes zou behoren. Maar de tweevoudig winnaar van de Gouden Palm - met Das weisse Band en Amour - leverde met Happy End een van de zwakkere films uit zijn rijke en gedistingeerde loopbaan af.

Happy End is een troebele, gefragmenteerde film over de getroebleerde familie Laurent in Calais. Het gezin is rijk, maar niet gelukkig. Isabelle Huppert bestuurt als Anne het bouwbedrijf van haar kille familie. Ze heeft veel te stellen met een ongeluk op de bouwplaats en haar alcoholische, losgeslagen zoon Pierre (Franz Rogowski), die is voorbestemd om het bedrijf over te nemen.


Dan is er de twaalfjarige Eve (Fantine Harduin) die door de ziekte van haar moeder plotseling verblijft bij haar gescheiden, egocentrische vader Thomas (Mathieu Kassovitz), waar ze nauwelijks contact mee kan maken. Dat gaat iets beter met grootvader Georges, die lijdt aan dementie en dood wil. Georges wordt gespeeld door Jean-Louis Trintignant, in een rol met een dikke knipoog naar zijn memorabele hoofdrol in Amour.

Gefragmenteerde structuur

Om de familie heen scharrelen de verschoppelingen der aarde rond, in vrijblijvende bijrollen als hulp in de huishouding dan wel als asielzoekers, die zijn gestrand in Calais. Haneke had ooit een plan om een film te maken over de rol van sociale media in het internettijdperk. Resten van dat plan zijn in dit curieuze familiedrama terecht gekomen: zowel het kind als sommige volwassenen leidden een woest geheim leven online.

Haneke maakte eerder fantastische films met dezelfde, gefragmenteerde structuur, zoals 71 Fragmente einer Chronologie des Zufalls (1994) en Code Inconnu (2000). Maar Happy End komt niet in de buurt van de zeggingkracht van die eerdere films. Hier versterken de fragmenten en flarden elkaar niet – ze blijven willekeurig en hebben iets ridicuuls. De dramatische wendingen zitten elkaar in de weg. De film hangt ergens ongemakkelijk tussen drama en zwarte komedie in. Maar humor blijft voor Haneke een grotendeels onontgonnen gebied waar hij niet op zijn gemak is.

Natuurlijk zijn er nog steeds mooie momenten en ook een aantal sterke beelden: vooral een lang shot van Trintignant, die in zijn eentje een moeizame tocht maakt in zijn rolstoel; Huppert die haar treiterende zoon gecontroleerd en hardhandig op zijn plaats zet. Haneke kan altijd een beroep doen op de beste acteurs die er zijn. Maar voor dit moment lijkt de meester even zonder goede, nieuwe ideeën te zitten.
Na afloop van de persvoorstelling van Happy End klonk in Cannes zelfs boegeroep, van iemand die kennelijk even vergeten was wat Haneke de filmkijker in de afgelopen dertig jaar allemaal heeft gegeven.