Recensie

Verfilming roman Arion is vooral feest van herkenning

Een fataal potje domino fungeert als een metafoor voor het neokolonialisme in Dubbelspel. (V. l.n.r. Lennie James, Mustafa Shakir, Alexander Karim)

Al met al heeft het nog flink lang geduurd voordat de roman Dubbelspel van de Curaçaose schrijver Frank Martinus Arion is verfilmd. Het boek waarin een fataal potje domino fungeert als een metafoor voor het neokolonialisme werd eigenlijk al direct na zijn verschijnen in 1973 een klassieker. Arion schreef met Dubbelspel de eerste Antilliaanse roman die geheel vanuit een zwart perspectief werd verteld - maar na een gesneefde poging van Pim de la Parra begin jaren tachtig hield hij alle filmplannen af.

Tot kort voor zijn dood in 2015 een Amerikaanse producent zich meldde. Want een grote internationale productie, met Engelssprekende acteurs, dat sprak hem wel aan. De van de films van Spike Lee, en zijn regiewerk voor de series Treme en The Walking Dead bekende Ernest Dickerson had die wellicht kunnen maken, maar zijn film die begin dit jaar op het Filmfestival Rotterdam zijn wereldpremière beleefde is eerder sociologisch belangrijk, dan cinematografisch belangwekkend. Voor de vele enthousiaste bezoekers van die vertoning op het IFFR was echter het feest van herkenning belangrijker, dan een hernieuwde kennismaking met Arions meer politieke plaatsbepaling waar Curaçao begin jaren zeventig nou precies stond.

De film is iets anders gestructureerd dan het boek. Aan de hand van de middelbare Ostrik, een arts die na jaren in Nederland gewoond te hebben naar het eiland van zijn jeugd terugkeert, wandelen we de ‘levende paradox die Curacao’ binnen. Ostrik maakt in flashbacks een reis door zijn verleden en de huwelijks- en overspelperikelen van zijn ouders Boeboe en Nora die hem voor altijd getekend hebben. Maar het is heel nadrukkelijk verteld vanuit een heden dat de scherpe randjes eraf heeft geslepen.

In het verleden van de 11-jarige Ostrik heeft het beroemde dominospel plaats van Boeboe en zijn vrienden; de rijke Manchi met zijn losse handjes, huisjesmelker Chamon en de charmante scharrelaar Ernesto. Minder dan in het boek vertegenwoordigen zij de verschillende klassen en bevolkingsgroepen op het eiland. Dat had de film waarschijnlijk ook nog schematischer gemaakt.