Column

Transparantie is het nieuwe liegen

Geheimen dienen soms ook een doel, meent Japke-d. Bouma. En als mensen toch totale transparantie willen, kun je altijd nog vragen of ze zich dan even willen uitkleden.

Waar ik altijd heel nerveus van word, zijn van die mensen die op kantoor alles ‘transparant’ willen hebben. Transparante besluitvorming, transparante doelstellingen, ja zelfs hele transparante bedrijfstakken komen er voorbij.

Mensen eisen het ook vaak, transparantie. „Meer inspraak, openheid en transparantie”, bijvoorbeeld. De politiek zou ook „eerlijker en transparanter” moeten zijn, hoor je voortdurend. Ik kwam laatst een uitnodiging voor een congres tegen met de titel ‘Transparantie is de sleutel tot succes’. Ik stelde me voor dat alle deelnemers aan het einde hun sleutels én elkaar niet meer konden vinden, omdat ze transparant waren geworden. Want dat is wat transparant betekent hè: doorzichtig. Je kijkt er dwars doorheen.

Mensen zeggen het ook vaak tegen mij: ‘Jij bent altijd zo lekker transparant.’ Dan bedoelen ze: makkelijk te doorzien. Daar hebben ze overigens groot gelijk in. Ik bedoel: transparantie is helemaal geen voordeel. De meeste mensen doen er een moord voor om niet transparant te zijn.

Als ik over ‘transparantie’ hoor denk ik ook altijd meteen aan een naaktstrand. Want als alles transparant is, dan zijn er geen belemmeringen meer om de dingen te zien zoals ze zijn. Moet je alleen wel een bepaald type voor zijn. Als ik lezingen geef vraag ik aan de mensen die pro transparantie zijn of ze zich even willen uitkleden. Is één keer fout gegaan. De rest snapt het altijd meteen: iedereen heeft recht op geheimen. Het is het geheim van de beste huwelijken. De hele geschiedenis zit vol met mystiek en geheimen. Transparantie is de bijl aan de wortel van de joods-christelijke cultuur.

Bij NRC zitten we ook in een transparant gebouw. Nou, je kunt niet eens meer even per ongeluk in je neus peuteren. Iedereen heeft een zekere privésfeer nodig om tot ontplooiing te komen. Transparantie is hooguit een zaklamp: in de lichtstraal is alles transparant. Maar daarbuiten krioelt het kwaad doodleuk weg en gaat het ergens anders niet-transparant zitten zijn. Transparantie is een illusie, transparantie is het nieuwe liegen. Het gaat er niet om wat mensen je willen laten zien, het gaat erom wat je niet ziet.

Sterker nog, ik las in een stuk van de Correspondent – en dan weet je het wel – dat transparantie de boel zelfs kan verslechteren.  Zo had de transparante beloningsstructuur in het bankwezen er bijvoorbeeld toe geleid dat de topmanagers nu precies wisten van elkaar wat ze verdienden en ze het gingen gebruiken als onderhandelingsmateriaal.

Transparantie is sowieso een jeukwoordenmagneet. Ik las laatst dat „zolang lijnorganisaties niet poreuzer zijn, over hun eigen schaduw heen stappen en transparanter met elkaar samenwerken om een breed maatschappelijk doel aan te pakken, er programma’s als deze nodig blijven”. Een beter voorbeeld is er niet. Als het woord transparant in een zin staat, kan deze probleemloos weg.

Ja, deze column dus ook, heel goed, jullie leren het al. Sterker nog: alle transparantie kan weg. Proberen eerlijker te zijn en duidelijker, dát helpt. En je best doen elkaar te helpen. Maar transparantie kun je in een bedrijf tot je ramen beperken. Als het je tenminste lukt om die streeploos te krijgen.

Iets wat transparant is, wordt vaak snel weer vuil.

Meer #kantoorclichés via @Japked op Twitter