Wie heeft de Avondvierdaagse eigenlijk bedacht?

Avondvierdaagse Deze maand lopen weer 500.000 kinderen de Avondvierdaagse. Sjokken, snoepen en vooral veel gedoe, het is een logistieke nachtmerrie voor veel ouders. Waarom doen we dit?

Avondvierdaagse in Amsterdam, 1969.

Het is weer die tijd van het jaar. De tijd dat overal in Nederland in de avondzon bonte rijen ouders en kinderen samen op pad gaan, om 5, of 7,5 of soms zelfs 10 kilometer per avond te wandelen. Vier avonden lang.

De Avondvierdaagse is geen geringe zaak. Ieder jaar lopen volgens de organisatie zo’n 500.000 kinderen de avondvierdaagse, en daar kan je zo nog eens de helft meelopende ouders, begeleiders, dj’s en verkeersregelaars bij optellen. Honderdduizenden wandelaars in het late voorjaar, de pa-ha-haden op, de la-ha-hanen in – het is een sterke, glansrijke Nederlandse traditie die bovendien goed is voor lichaam en geest, is de gedachte.

Het is dit jaar de 71ste keer dat de tocht gehouden wordt, en na het inzakken van de belangstelling aan het eind van de vorige eeuw gaat het weer goed met het collectief wandelen. De tochten worden niet overal tegelijk gelopen. In Den Haag bijvoorbeeld beginnen ze maandag, Amsterdam loopt een week later, in Arnhem pas in juni, en een deel van Rotterdam heeft al gelopen.

Het weer lijkt mee te werken dit keer, en het zij natuurlijk iedereen gegund, maar sommige mensen, onder wie ik, hebben vooral sombere herinneringen aan de wandelmarsen zoals ze oorspronkelijk heetten. Als ouder, maar zeker als kind.

Een deinende stroom ruggen

Kilometers lang voortsjokkend in een lange rij. Niets frisse lucht of mooie omgeving, het lawaai van kinderstemmen is oorverdovend en het enige dat je ziet is een deinende stroom ruggen. Sommige fier en recht, van de frisse meisjes die de volledige 5 kilometer volzingen met potjes vet, een Nederlandse Amerikaan, een potje met vet, het schoollied, en weer een potje met vet. Dan zijn er de kinderen, de meesten, die voortschommelen in goedmoedige tevredenheid, met een hint gelatenheid. En een enkeling staat strak van de tegenzin. Die wil nog wel eens een tak afrukken onderweg, of een pootje uitsteken als er weer zo’n huppelend, zingend klasgenootje langskomt. En iedereen heeft altijd meer snoep dan jij, of in ieder geval beter snoep.

Avondvierdaagse in 1966 in Amsterdam

Nu kunnen sombere herinneringen natuurlijk uiterst vormend zijn, en om die reden belangrijk. Mij heeft de avondvierdaagse in ieder geval de waarde van weigeren en de hypocrisie van de macht bijgebracht.

Na de avondvierdaagse al een keer gelukzalig te hebben overgeslagen, viel die nu samen met het schoolkamp in de laatste klas van de basisschool. Komt goed uit, moet de schoolleiding hebben gedacht, hebben we meteen het avondprogramma rond. En bovendien zouden er anders klachten komen van de kinderen die wel graag alle kruisjes (de medaille van de vierdaagse) willen, en terecht. De precieze dynamiek ben ik kwijt, maar kennelijk waren veel kinderen ontvankelijk voor mijn argument dat de avondvierdaagse een vrije keus is, die dus ook ‘nee bedankt’ kan zijn. Voordat ik het wist hadden we niet alleen het centrale kampgebouw bezet, inclusief beplakte ramen met ‘wij staken’, maar was ik ook stakingsleider.

De tien meter van de deur naar de bij de omgezaagde boom verzamelde en beslist chagrijnig kijkende schoolleiding behoort tot de langste wandelingen van mijn leven. Maar na een kort gesprekje gaf de schoolleiding toe. Ja, er was keuzevrijheid, en nee, we hoefden niet te wandelen. Victorie! We, dat was inmiddels nog maar een bescheiden groepje. En die avond merkten we wat het alternatieve avondprogramma was: wc’s schoonmaken.

Mij heeft de avondvierdaagse in ieder geval de waarde van weigeren en de hypocrisie van de macht bijgebracht

Als ouder is de vierdaagse nauwelijks beter. Het is nogal een organisatie. De tocht is altijd te laat én te vroeg. Te vroeg om na het werk rustig te eten en tijdig bij de start te zijn. Te laat om te zorgen dat vooral de kleintjes nog enigszins op tijd gaan slapen, wat niet heel bevorderlijk is voor het humeur in de loop van de week. Er zijn natuurlijk ook oplossingen – sommige naschoolse opvangorganisaties eten in de vierdaagse week bijvoorbeeld met de kinderen, en je kunt met andere ouders de dagen verdelen.

En het wandelen zelf? Lekker voortkuieren, je spreekt nog eens andere ouders dan altijd dezelfde vriendjesmoeders en -vaders. Je komt nog eens ergens, en het geheel verbindt ouders met elkaar en met de scholen in de buurt, en dat weer allemaal met de omgeving – dat is het idee.

Maar de tijd van strak in het gelid wandelen ligt ver achter ons. De kinderen gedragen zich als van die zwermende spreeuwen, zodat er voortdurend milde paniek op de loer ligt als ze lang uit beeld zijn, zeker als de tocht langs diep water voert en nog lang niet iedereen zijn zwemdiploma heeft.

Om nog maar te zwijgen van de snoeiharde snoepconcurrentie tussen de kinderen – ook de tijd dat wat stukjes komkommer en een rolletje King gangbaar proviand waren is voorbij. Natuurlijk deelt de organisatie tussentijds appels uit, maar die eindigen in de rugzak. En tot slot had ik de eerste keer als ouder niet meegekregen dat je je kind de vierde avond kennelijk moet belonen alsof hij olympisch goud gewonnen heeft. Ik was nog bij het bosje gladiolen gebleven – ik weet het, lang geleden – terwijl om ons heen kinderen hele snoeppakketten in de vorm van slingers, medailles en bekers kregen uitgereikt – lang niet allemaal zelf in elkaar geknutseld, gewoon te verkrijgen bij de kiene middenstand.

De massale wandeltocht begon begin twintigste eeuw

Waarom de avondvierdaagse, lijkt dus een terechte vraag. Waar komt het evenement vandaan?

Uit de oorlog, blijkt het verrassende antwoord bij navraag bij de Koninklijke Wandel Bond Nederland. Althans, toen is het avondaspect bedacht. Het idee van massale wandeltochten is aan het begin van de vorige eeuw ontstaan, en mogelijk gemaakt door welvaart en de wens het (toenemend in fabrieken werkende en daardoor niet bijster ‘gezonde’) volk te verheffen.

Gold lange tijd de natuur als gevaarlijk en lopen als vermoeiend, in de Renaissance en de Romantiek kwam daar verandering in. Natuur werd fascinerend, en lopen méér dan een noodzakelijk kwaad voor iedereen die geen paard had of een kruistocht wilde volbrengen. Het idee van lopen als recreatie vond ingang – wandelen geheten, naar het vrije, zoekende aspect van lopen zonder direct doel.

Avondvierdaagse in Utrecht, 2008. Foto Koen Suyk/ANP

In 1908 richtte F.W. baron van Tuyll van Serooskerken de Nederlandse Bond voor Lichamelijke Opvoeding (NBvLO) op. Die organiseerde naast militaire sportwedstrijden en cursussen ook vierdaagse prestatietochten op vier gebieden: wandelen, paardrijden, fietsen en roeien. De bedoeling was dat alle sporten onder de NBvLO zouden vallen, maar oud-voorzitter Van Tuyll van Serooskerken sneed ‘zijn’ bond de pas af door in 1912 het Nationaal Olympisch Committee op te richten.

De NBvLO bleef over met alleen de vierdaagse wandeltochten. Die werden midden jaren twintig van de vorige eeuw steeds populairder, en dorpen en regio’s richtten eigen ‘wandelkringen’ op.

De Duitse bezetter verbood de wandeltochten

Tot de Tweede Wereldoorlog werden vierdaagsen overdag gehouden. In de oorlog verbood de Duitse bezetter die wandeltochten als broeinest van protest en opstand. Oké, reageerden wandelaars in het Gooi onder het mom dat alles wat niet verboden is, is toegestaan: als die dagtochten niet mogen, dan lopen we vier avonden. En zo werd in 1940 de eerste avondvierdaagse gehouden in Utrecht, Bussum en Amersfoort. Dat was natuurlijk niet de bedoeling van het verbod op de vierdaagse, zeker niet toen het idee overal werd opgepikt, en werd gezien als daad van verzet. De Duitse bezetter verbood al snel ook deze tochten. Na de oorlog zijn gemeenten officieel van start gegaan met avondvierdaagsen.

Pas in de jaren tachtig gingen ook scholen meedoen, zegt de Koninklijke Wandel Bond Nederland. In steeds meer plaatsen werden ook kortere afstanden uitgezet, en de scholen werden gezien als goede startlocaties van een vierdaagse.

Als kind was het me niet duidelijk, maar de tijdgeest heeft altijd invloed gehad op de vierdaagsen. In de jaren zestig werden de tochten deels ontdaan van het ‘militaire karakter’ van de wandelmars.

Onze wederopbouwouders vonden een krentenbol al een hele traktatie, en we liepen redelijk gedisciplineerd als klas, zonder ouders. Nu zijn presteren en gezondheid belangrijk voor de immer zwaarder wordende kinderen van Nederland. Daar past de avondvierdaagse goed in, tenminste, als het ouders lukt hun kinderen te motiveren zonder steeds woestere zakken proviand mee te geven. Want, zegt de Koninklijke Wandel Bond Nederland fijntjes op zijn site: een gemiddeld kind van 27 kilo verbruikt nog geen 100 calorieën tijdens een uurtje lopen. Zo bezien is zelfs die rol King van vroeger, met 380 calorieën een slecht idee.