Scorsese de feminist

Scorseses vrouwen Scorsese maakt niet enkel mannenfilms. Zijn vrouwen zijn niet passief, vindt recensent André Waardenburg.

‘Ik zou graag willen dat Martin Scorsese af en toe geïnteresseerd zou zijn in een vrouwelijk personage. Maar ik weet niet of ik zo lang zal leven.” Deze harde woorden van Meryl Streep geven een bekend gevoel weer. Dat regisseur Scorsese typische mannenfilms maakt. Gewelddadige gangsterfilm waarin voor vrouwen slechts bijrollen zijn weggelegd: ofwel stereotypen, ofwel aanjager van een plot waarin alleen mannen actief handelen.

Oppervlakkig beschouwd heeft Meryl Streep een punt, toch is de hoeveelheid interessante vrouwenrollen in Scorsesefilms opvallend groot. Zelf wijst hij graag op de tien Oscarnominaties die zijn actrices in de loop der jaren bij elkaar sprokkelden, waarvan twee een Oscar opleverden. De ene was voor Cate Blanchett als Katharine Hepburn in The Aviator, een vrouw die altijd stoïcijns haar eigen gang gaat en niet op haar mondje gevallen is. De andere was voor Ellen Burstyn in Alice Doesn’t Live Here Anymore (1974), die als Alice plotseling weduwe wordt: een bevrijding. Ze trekt met haar zoontje naar de grote stad om zangeres te worden, maar raakt onderweg gecharmeerd van een rancher. Pas als hij bereid is zijn ranch te verkopen en haar te volgen, besluit ze bij hem te blijven.

Een van de beste Scorsese-films is kostuumdrama The Age of Innocence (1993), over een maatschappij die even gecodificeerd en – emotioneel – even gewelddadig is als de maffia. Net als Alice is de gevallen gravin Ellen Olenska (Michelle Pfeiffer) een vrije vrouw die onconventioneel durft te zijn binnen het verstikkende elitaire milieu van New York anno 1870.

Ook de vrouwelijke rollen in zijn maffiafilms zijn bepaald niet eendimensionaal. Denk aan de memorabele passief-agressieve echtgenote in Goodfellas (Lorraine Bracco) of de ontembare wildebras Ginger in Casino (Sharon Stone). Zeker, Vickie (Cathy Moriarty) in Raging Bull is een trofeevrouw, maar wel eentje die het thema van de film in reliëf zet. Naast de ultieme boksfilm toont Raging Bull (1980) namelijk hoe ziekelijke jaloezie bokser Jake LaMotta ten gronde richt. Het leidt tot misselijkmakend huiselijk geweld, maar Vickie zegeviert in de slotronde.

Raging Bull geeft net zo’n vernietigend beeld van machismo als Taxi Driver, die Scorsese in 1976 een feministische film noemde. „Omdat het machismo naar zijn logische conclusie voert. Taxi Driver laat de problemen van sommige mannen zien, hoe ze heen en weer stuiteren tussen de vrouw als godin of hoer.”

In zijn oeuvre schetst Scorsese een patriarchale orde en gemankeerde, destructieve mannelijkheid. Maakt die focus op machismo Scorseses vrouwen inwisselbaar? Scorsese toont juist mannen die elkaar dat wijsmaken en intrigerende vrouwen die daarmee worstelen - en zich er soms aan ontworstelen.

„Er is maar één vrouw in de wereld, een vrouw met vele gezichten. De ene vrouw valt, de volgende staat op.” Het vat de houding prachtig samen. En het is niet toevallig Satan die Jezus dat in het oor fluistert in Scorseses The Last Temptation of Christ.