Recensie

Geen excuses in documentaire over Molukse kapingen

Zap

Een nieuwe documentaire van Coen Verbraak kijkt naar de gevolgen van de Molukse kapingen, precies veertig jaar geleden.

Roelof Snippe in ‘Wij Willen Leven!’ (VARA).

Je kunt veel zeggen over de gewelddadige acties van Zuid-Molukse jongeren in de periode 1975-78, maar niet dat ze uit het collectieve geheugen verdwenen zouden zijn. Er is veel over geschreven en gefilmd, ook in fictievorm, zoals de telefilms Wijster (Paula van der Oest, 2008) en De Punt (Hanro Smitsman, 2009).

De meest uitgebreide aandacht van televisie betrof in 2000 René Roelofs’ documentaireserie The Dutch Approach (NPS), met veel details over de aanpak door de regering van de acties, maar relatief weinig analyse van de consequenties.

Dat Coen Verbraak er nu een nieuwe documentaire aan toevoegt, Wij Willen Leven! - 40 Jaar na de Molukse Kapingen (2DOC/VARA) heeft deels te maken met de actualiteit. Er wordt immers vanuit de Molukse gemeenschap genoegdoening en schadevergoeding geëist voor het opzettelijk doodschieten („executeren”) van twee van de acht kapers van de trein in De Punt. Of er daadwerkelijk bevel is gegeven tot het doden van de „gijzelhouders” (de term „terroristen” wordt nog steeds doorgaans vermeden), dat zal wel nooit overtuigend opgehelderd worden. Toenmalig minister van Justitie Dries van Agt (CDA) ontkent het in Verbraaks film wederom stellig, maar sluit niet uit dat iemand ergens in de commandoketen dat toch gezegd kan hebben. Volgens de toenmalige commandant van de precisieschutters Kees Kommer luidde de instructie hen „uit te schakelen.”

De nadruk ligt in deze documentaire vooral op de trauma’s van de slachtoffers van de tweede treinkaping, die in 1977 bijna drie weken duurde, en van de gelijktijdige gijzeling van een lagere school in Bovensmilde. Een van de schoolkinderen, Roelof Snippe, vertelt zowel in archiefbeeld van een tv-interview met hem als kind als in een gesprek nu, hoe die dagen zijn hele leven ondersteboven hebben gegooid. Ze moesten op commando van de Molukse jongens scanderen: „Van Agt, wij willen leven!”. Een meisje uit dezelfde klas vertelt dat ze dertig jaar geen nacht heeft kunnen doorslapen. Het schoolhoofd, dat begrip had voor de motieven van de overvallers, is nog steeds „woedend” dat ze daarvoor kinderen hebben willen gebruiken en blijvend beschadigen.

Ook diverse treinpassagiers, onder wie de kort voor de uitzending van de film overleden latere burgemeester van Utrecht Annie Brouwer-Korf, zijn nog steeds geëmotioneerd als ze terugdenken aan de angst die ze hebben moeten doorstaan.

Verbraak wisselt het vertrouwde formaat van zijn series Kijken in de Ziel (sprekende hoofden in diepte-interviews) af met interessante archiefbeelden, vooral van het ministerie van Defensie. Daarin wordt per megafoon geroepen: „Hallo jongens in de trein!”

Ik denk dat de zin van een nieuwe documentaire vooral zou kunnen liggen in het confronteren van het militante slachtofferschap van de nabestaanden van de kapers met het leed van degenen die door hen belaagd waren.

In een kort nagesprek, ook geleid door Verbraak, komen alleen drie vertegenwoordigers van de Molukse gemeenschap aan het woord: de huidige president in ballingschap John Wattilete, een zoon van een kaper in Wijster en publiciste Sylvia Pessireron. De laatste vindt het nog te vroeg om excuses te maken, dat zou toch echt de Nederlandse regering eerst moeten doen. En bij het vellen van een moreel oordeel over het doodschieten van gijzelaars en het opsluiten van kinderen zou je toch ook de context en de voorgeschiedenis in aanmerking moeten nemen. Zou ze de koloniale schuld bedoelen?