Column

Mag de redelijkheid terug in Den Haag?

Een van de ongemakkelijkste verschijnselen, in de politiek en daarbuiten, is de terloopse verdwijning van de redelijkheid. Redelijkheid is voortaan gedegradeerd tot vaagpraat uit de tijd van de ribfluwelen broek. Dat in de formatie uitgerekend D66, onder Terlouw het ‘redelijk alternatief’, zich de laatste dagen onbuigzaam tegenover de ChristenUnie opstelde, was tactisch en inhoudelijk begrijpelijk – maar evengoed de bevestiging van deze trend.

Het heeft alles met ons, kiezers, te maken: we worden állemaal minder schappelijk. Al die partijen die elkaar in de formatie tot vervelens toe als partner uitsluiten, doen dat óók omdat zij weten dat kiezers dit waarderen.

Nu gaat onredelijkheid onvermijdelijk gepaard met zelfbedrog. Het droevigste nationale geval is Volkert van der G. De moordenaar van Fortuyn weet telkens een of andere rechter of ombudsman te vinden die hem in het gelijk stelt inzake onrecht dat hem zou zijn aangedaan.

Ik kijk daar altijd van op. Uitgerekend de man die ons politieke klimaat voor decennia heeft bedorven, en daar nooit berouw voor toonde, wil voortdurend aantonen dat híj unfair behandeld is.

En omdat we door zijn daad nooit een (vice)premierschap van Fortuyn meemaakten, is onze politiek al jaren een parade van gelukzoekers die zich specialiseren in onredelijkheid: altijd een Moszkowicz of Baudet die aandacht krijgt omdat hij misschien de nieuwe Pim is. Vergelijk dit met de VS: daar erváren burgers de consequentie van hun keuze voor Trump (en iets zegt me dat het tegenvalt).

Intussen durft hier amper nog iemand redelijk te zijn, en de vraag is: wat doen we eraan? In de formatie heeft Schippers de zaak maandag voorspelbaar op scherp gezet, en vandaag, dinsdag, moeten D66 en CU kiezen of ze met VVD en CDA gaan onderhandelen.

Je mag aannemen dat beide fracties de wet van de onredelijkheid kennen: onredelijkheid produceert altijd meer onredelijkheid. Anders gezegd: juist als je de andere partij als onredelijk ervaart, is het zaak schappelijk te reageren.

In de voltooidlevendiscussie draait het er natuurlijk om dat je mensen met een ander wereldbeeld niet jouw normen oplegt. Dat je aanvaardt dat de wetgever er ook is voor mensen met een verlangen naar zelfbeschikking. En andersom: dat de wetgever evengoed mensen moet beschermen die hun leven in handen van het Opperwezen stellen.

Precies zo’n discussie die we bij gebrek aan redelijkheid nog zelden voeren. Dus we kunnen nu CU en D66 toewensen dat zij hun redelijkheid terugvinden, maar wees eerlijk: het zou voor ons allemaal niet slecht zijn.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Jutta Chorus.