‘In België is er een tragisch gebrek aan communicatie’

Jessica Woodworth en Peter Brosens Het Amerikaans-Belgische filmechtpaar maakte een satirisch ‘wat-als-verhaal’ over een Belgische koning, maar werd op de hielen gezeten door de werkelijkheid.

De Bulgaarse Black Sea Sirens in King of the Belgians.

Dat King of the Belgians zo razend actueel is, is bijna toeval, vertelt het Amerikaans-Belgische filmechtpaar Jessica Woodworth en Peter Brosens in hun woning in Gent. Woodworth: „De eerste versie van het scenario dateert van ruim vijf jaar geleden. Tussendoor heeft het zelfs twee jaar stilgelegen omdat we eerst Het vijfde seizoen [een apocalyptische visie op klimaatverandering, red.] nog draaiden. En ondertussen werden we op de hielen gezeten door de werkelijkheid: een meer dan 500 dagen durende regeringsformatie in België, de politieke veranderingen in Turkije, Brexit, de vluchtelingenstromen.”

King of the Belgians is een heerlijk wat-als-verhaal: op een dag strandt de Belgische koning na een staatsgreep en een zonnestorm in Turkije en moet met een documentairemaker in zijn gevolg terug te zien komen in Brussel. „Niet zo heel vergezocht”, aldus Brosens, die een artikel laat zien uit The New York Times over de Estse president Toomas Ilves, die in 2010 op staatsbezoek was in Istanbul toen de IJslandse vulkaan Eyjafjallajokull uitbarstte en in een minivan terugreed naar huis.

Het internationale succes van hun aanstekelijke mix van satire, roadmovie en mockumentary inspireerde al tot een vervolg. Woodworth en Brosens zitten middenin de voorbereidingen van het tweede deel, waarin koning Nicolaas III strandt op het voormalige vakantie-eiland van Tito voor de kust van Kroatië.

In hoeverre is Nicolaas III geïnspireerd op koning Filip van België?

Brosens: „Het was niet de bedoeling om een parodie te maken, maar we wilden ook geen koninkrijk verzinnen. De film is geworteld in een bepaalde realiteit. Maar de innerlijke reis die de man doormaakt door die onvoorziene fysieke reis is het eigenlijke thema.”

Woodworth: „Je zou het personage het magnetische hart van de film kunnen noemen. We zien een man die helemaal is losgezogen van de maatschappij, en in een paar dagen leert hij het belang van nederigheid en communicatie.”

Wat is België voor jullie?

Woodworth: „Ik woon nu al zestien jaar in België. Het is een land van enorme contradicties. Er is een grote kloof tussen het paleis, de elite en het volk, een tragisch gebrek aan communicatie op alle vlakken, ook door het taalverschil. Bijna de helft van het land spreekt de taal van de ander niet. Als je ziet hoe snel haat en xenofobie zich verspreiden, dan maakt dat soms wel angstig. We moeten met elkaar in gesprek.”

Brosens: „We zijn te kwetsbaar om te splitsen. Het is te ingewikkeld en het kost te veel geld. Bovendien ben je er niet met Vlaanderen en Wallonië. De Franstalige Brusselaars voelen zich niet Waals. En wat doe je met de Duitstaligen? Die willen dan bij Luxemburg.”

Woodworth: „We zijn kleine gasten, samen in dezelfde boot. Dat is een kernbeeld uit de film dat duidelijk maakt hoe we de mens zien.”

Door de faux documentaire-stijl gaat ‘King of the Belgians’ ook over filmmaken zelf. In hoeverre is Duncan Lloyd jullie alter ego?

Brosens: „We maken onze films altijd in dialoog met een locatie. Dat betekent veel research, eindeloze kilometers maken in Bulgarije, Servië, Bosnië, Montenegro en Albanië, waar de film nu eindigt. Altijd reageren op de situaties die zich aandienen, ook als we fictie draaien. We hebben alles chronologisch gedraaid, begonnen bij het Atomium in Brussel en toen op het vliegtuig naar Istanbul.”

Woodworth: „De ethische vragen waarmee Duncan wordt geconfronteerd zijn ook onze vragen: wat kun je tonen? In hoeverre moet je je hoofdpersonen beschermen?”

Hoe zijn jullie omgegaan met typecasting en stereotypen?

Woodworth: „Het was onvermijdelijk, maar we moesten het zo uitleggen dat we ze samen met de acteurs en vooral samen met de lokale figuranten gestalte konden geven. De Belgen lachen om de Belgen, de Bulgaren lachen om de Bulgaren.

„De koning wordt op zijn vlucht bijvoorbeeld geholpen door de Black Sea Sirens, een zanggroep à la het Bulgaars Staatsomroep Vrouwenkoor Le Mystère des Voix Bulgares. We hebbeneen scène met dat koor gedraaid voor het voormalige hoofdkwartier van de Bulgaarse communistische partij. Ze zingen daar het volksliedje Izlyal e Delio Haidutin dat over een zeventiende-eeuwse rebel gaat. „Of cosmic beauty”, beschrijft documentairemaker Duncan het in de film; het hoofdkwartier is een karakteristiek ruimteschip-achtig gebouw en het liedje zelf is op de Gouden Plaat met de Voyager de ruimte in gestuurd. Dat ging niet zonder slag of stoot: twee van die dames waren nog steeds communist.””

Brosens: „Het liedje is nog nooit in een Bulgaarse film gebruikt, zo betekenisvol is het voor de Bulgaarse ziel, dat een Bulgaarse filmmaker zich er nooit aan zal wagen.”