Column

De dood mag niet het monopolie van D66 zijn

Hoe heeft D66 zonder slag of stoot zeggenschap kunnen krijgen over de dood? Het lijkt me geen onbelangrijk onderwerp en toch is er zelden politiek gesprek over. Hoofddoekjes en vergelijkbare levenskwesties houden het land continu in beroering, maar de dood interesseert vrijwel niemand. Via een donorwet en een wetsvoorstel ‘voltooid leven’ regelt D66 ons levenseinde daarom helemaal in haar eentje. Dat is raar. Uiteraard zijn er mensen die op de partij hebben gestemd, maar om nou te zeggen dat Alexander Pechtold het volk vertegenwoordigt… Straks beweert Geert Wilders nog dat híj het volk vertegenwoordigt. En wie weet wat die dan voor ons gaat regelen zonder tegenspraak van andere partijen. Nee, nemen we de democratie serieus en willen we uiteenlopende opvattingen over leven en dood tegen elkaar afwegen, dan is een intensiever debat wel gewenst.

Dat hoeft natuurlijk niet plaats te vinden tijdens formatiebesprekingen, en zowel ChristenUnie als D66 heeft het volste recht tijdens die besprekingen dwars te gaan liggen vanwege de kwestie. D66’er Kasja Ollongren is ferm: regeren met de ChristenUnie is ondenkbaar. ‘D66-kopstuk Ollongren gelooft niet in kabinet met ChristenUnie’. ‘Praten met de ChristenUnie is zinloos’. Het heeft „geen zin”, „geen kans van slagen” en „geen kans op slagen”. Het is „een fase die we kunnen overslaan”. „Ik zie het op deze punten niet gebeuren.” En mochten optimisten hierna nog steeds denken dat het er wel van komt, dan zegt ze tot slot dat levenseinde en dood „moeilijke onderwerpen” zijn.

Punt gemaakt: het wordt niets tussen D66 en CU. Maar wat betekent dit eigenlijk? „Over de zorg kan je nog praten”, zegt Ollongren. „Daar kun je inhoudelijk denk ik een goed compromis over sluiten, maar over dat soort punten is dat heel moeilijk.” Het betekent dus dat met de andere partijen ook geen compromissen worden gesloten. En dat betekent weer dat de partijen die onderhandelen kennelijk meegaan met D66 in deze „moeilijke onderwerpen”. En dat is, zoals gezegd, raar, want zoveel eensgezindheid is er bepaald niet in de samenleving.

Volg de laatste ontwikkelingen in ons formatieblog.

Alexander Pechtold geeft de Bijbel de schuld van alle verzet tegen het wetsvoorstel ‘voltooid leven’. Op BNR Nieuwsradio zegt hij dat de goede samenwerking met de ChristenUnie in het verleden niets betekent voor besprekingen nu. „We onderhandelden daar over het kasboek, niet over de Bijbel.” Daarmee suggererend dat je bij kabinetsvorming ChristenUnie en Bijbel maar buiten de deur hoeft te houden en je bent af van bezwaren tegen stervenshulp bij voltooid leven. Maar hij rammelt iets te blijmoedig met zijn nieuwe kroonjuwelen.

Het verzet komt bepaald niet alleen van de christenen. Minister Schippers vroeg in 2014 een commissie van wijzen haar te adviseren over zelfdoding van oude mensen die niet ongeneeslijk ziek zijn. Deze commissie-Schnabel heeft begin 2016 geadviseerd geen nieuwe wet toe te voegen aan de bestaande euthanasiewet. Voor mensen die kampen met een optelsom van ouderdomskwalen biedt de bestaande wet immers al voldoende ruimte.

Niet alleen de commissie-Schnabel ziet weinig heil in een nieuwe wet. Nu D66 toch een initiatiefwetsvoorstel heeft ingediend voor hulp bij zelfdoding, blijkt ook de beroepsorganisatie Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland daar tegen gekant te zijn. Niet op grond van Bijbel of geloof, maar op grond van praktijkervaring met de stervenswens van mensen. En vervolgens maakt de artsenorganisatie KNMG zich er al net zo veel zorgen over. „Het thema voltooid leven was een belangrijk thema in verkiezingstijd”, schreef de KNMG net na de verkiezingen, „en zal dit naar verwachting ook zijn bij de formatie. Voor een weloverwogen en gedragen weging over dit complexe onderwerp deelt de KNMG graag de zorgen en vragen die artsen hierover hebben met de onderhandelaars voor een nieuw kabinet.”

Mochten de onderhandelaars voor een nieuw kabinet niet willen praten met de artsen, niet met de verpleegkundigen, niet met de commissie-Schnabel en ook niet met alle tegenstanders van het wetsvoorstel in de overige politieke partijen, dan kunnen ze nog Ready to Give Up on Life lezen. Een genuanceerd en leerzaam proefschrift, door Els van Wijngaarden verdedigd aan de Universiteit voor Humanistiek. Dat boek laat zien hoe lastig het begrip voltooid leven is, al was het alleen maar omdat de betrokkene nog wel degelijk leeft. Je weet niet welke partijen de komende tijd nog neerstrijken aan de onderhandelingstafel. Maar je mag hopen dat ze de dood niet beschouwen als monopolie van D66. Een belangrijk deel van de samenleving huivert namelijk nogal voor het kroonjuweel van de partij.

Maxim Februari is jurist en columnist. Deze column is wekelijks.