Recensie

Anachronistische koning wil zijn land redden en kebab eten

Naar huis, dat is het enige wat Nicolas III, koning der Belgen, wil zodra hij hoort dat Wallonië de onafhankelijk heeft uitgeroepen. Dat, en kebab eten. Maar in ‘mockumentary’ King of The Belgians zitten Nicolas (Peter Van Den Begin) en zijn gevolg vast in Istanbul door een zonnestorm die luchtverkeer verhindert. Gelukkig reist Duncan Lloyd (Pieter Van Der Houwen) mee om een documentaire over de koning te maken. Deze Britse royaltywatcher met alcoholprobleem neemt Nicolas en zijn gevolg mee op een roadtrip door de Balkan naar België.

King of The Belgians bevat enorm geestig absurdisme. De koninklijke delegatie in jurken van een Bulgaars vrouwenkoor. Een Turkse geheime dienst die vreest dat een „koning op de vlucht” hun toelating tot de EU in gevaar brengt. En een redding door kukeri – Bulgaren in harige kostuums bekend uit filmhit Toni Erdmann. Maar nergens voelt het over the top; door de afwisseling met bitterzoete momenten en vooral door de manier waarop de makers kijken naar België, Europa en het koningshuis. België wordt de knoop genoemd die Noord- en Zuid-Europa bij elkaar houdt; is het niet normaal dat die af en toe openspringt?

Van Den Begin is geweldig als slungelige koning die langzaam ontdekt dat hij niet altijd hoeft te luisteren naar anderen. Maar zelfs zonder dat inzicht weet hij met zijn gestuntel vastgeroestheid als iets best menselijk te presenteren. Dankzij de verfrissend liefdevolle houding van de makers vergeef je ze het soms wat gemakkelijke spel met clichés.

Behalve een enkele discussie tussen een Waal en Vlaming in Nicolas’ gevolg, worden aan het conflict dat de roadtrip in gang zet weinig woorden vuilgemaakt. Terwijl de film herinnert aan Bye Bye Belgium, het Waalse nepjournaal uit 2006 waarin de onafhankelijk van Vlaanderen werd aangekondigd en dat door veel Belgen serieus werd genomen.