Ajax toont dat het kan, dus kan het vaker

Europa-Leaguefinale

Het Nederlandse voetbal is niet dood, het leeft. Dankzij een wervelend Ajax. Knappe kenner die dit scenario had voorspeld.

De selectie van Ajax werkt in Stockholm de laatste training af voor de Europa-Leaguefinale van woensdag. Foto Odd ANDERSEN/AFP Photo

Het duurde 21 jaar eer Ajax weer in een Europese finale stond en vijftien jaar voor een Nederlandse club om zover te geraken. En toch is het moeilijk voor te stellen dat het hierna weer zolang zou moeten duren. Het kán, dus kan het vaker.

De ploeg die dat besef in Nederland losmaakte, trainde dinsdagavond nog een laatste keer voor er woensdagavond om 20.45 uur voor de Europa-Leaguefinale wordt afgetrapt. Onder een streep zonlicht, na een minuut stilte voor de slachtoffers in Manchester, werkte Ajax zich, ogenschijnlijk speels, een laatste keer in het zweet. „Ik zou een dokter bellen als ze nu geen zenuwen voelen”, zei trainer Peter Bosz.

Roem ligt binnen handbereik, alleen de rijkste club van de wereld ligt nog dwars. De Friends Arena is het decor voor een finale die voetballiefhebbers achter de dijken amper nog voor mogelijk hielden: Ajax-Manchester United.

Ajax lééft weer, boeit weer en bloeit weer – en als bonus trekt Bosz het hele vaderlandse voetbal los uit de modder van middelmaat waarin het vastgelopen was. Knappe kenner die dit allemaal had voorzien, afgelopen september toen de Friends Arena een podium bood aan een ander Nederlands keurkorps: Oranje. Het was hier in Stockholm dat Danny Blinds Nederlands elftal met 1-1 tekort gedaan werd tegen Zweden. Een rotstart die Blind niet meer te boven kwam – het werd nog veel rotter.

Alle seinen op rood

Van Solna tot Solna, wat een voetbaljaargang allemaal niet brengen kan. Alle seinen stonden op rood bij aanvang van dit seizoen. Het was in de Friends Arena dat Blind de vraag kreeg, daags voor de aftrap voor de WK-kwalificatie, of hij het bij een nederlaag tegen Zweden voor gezien zou houden. „Nee.” De vraag was ingegeven door de wankele organisatie rond hem. Blind bleek, zes maanden later, niet te handhaven.

Er was meer mis bij de KNVB. Van alles eigenlijk. Assistenten bedankten, de directie was onthoofd na het vertrek van Bert van Oostveen. Het was de zomer geweest zonder EK voor Nederland, er was de uitschakeling van Ajax tegen Rostov in de voorronde Champions League. Internationaal te schande gemaakt: 4-1. Nederland was zich wel zo’n beetje aan het opheffen als voetballand van statuur. Wie deed het licht uit? Nieuwe sterren dienden zich aan: Dafne Schippers, Max Verstappen, Tom Dumoulin. Winnaars van nu.

Want voetbal in Nederland was te jong, te traag, te voorspelbaar. Financieel ontoereikend, dus sportief ook. PSV overwinterde in 2015 in de Champions League en haalde bijna de kwartfinales – maar die ploeg had niet de aantrekkingskracht van Ajax dezer dagen. Ajax staat op de drempel van een sensatie, al is volgens Bosz „de glans van de finale af” door de aanslag in Manchester.

Buitenlandergehalte

Wat dit betekent voor Het Nederlands Voetbal? Dan wordt meteen gewezen op het buitenlandergehalte in de selectie: zeven basisspelers, en zeker niet de minsten, kunnen niet voor Oranje uitkomen.

Maar dat is niet het punt. En dat het Ajax-succes wellicht een uitzondering zal blijken, is ook niet het punt. Bosz toont aan dat een visie in combinatie met een talentvolle groep spelers die zich committeert aan een speelwijze, de puurste vorm van spelvreugde kan opleveren. Die van winnend, attractief voetbal.

Dat hoeft niet weer vijftien jaar te duren, laat staan 21 jaar.