Vernederen bij ‘ontgroening’ ondermijnt juist de groepsband

Samen de handen in ijswater houden, hoe pijnlijk ook, verbroedert. Uit onderzoek blijkt dat zo gauw je aspirant-leden psychisch vernedert dat het groepsgevoel ondermijnt.

Eerstejaars van de Leidse studentenvereniging Augustinus worden door ouderejaars bestookt met een mengsel van mayonaise, ketchup en mosterd. Foto Taco van der Eb/Hollandse Hoogte

Psychische vernedering tijdens de ontgroening verbroedert helemaal niet. Aspirant-leden in hun eentje voor de groep kleineren ondermijnt juist de groepsband. Slachtoffers ervaren geen bescherming meer en hebben de neiging zich terug te trekken. Dat blijkt uit onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam waarop sociaalpsycholoog Liesbeth Mann eerder dit jaar is gepromoveerd.

Mann bootste een ontgroeningsritueel na en vroeg 124 (ex-)leden van studentenverenigingen naar hun ervaringen. Die varieerden van overgoten worden met bier en uitgelachen worden tot in bikini op een rij staan om door mannelijke corpsleden te worden gekeurd – van mooi naar lelijk. Mann: „Hoe erger ze vernederd waren, hoe groter de neiging wraak te nemen op ontgroeners.”

Voorstanders van ontgroeningen verwijzen vaak naar Amerikaans onderzoek waaruit zou blijken dat zulke inwijdingsriten wel een positief effect hebben op de onderlinge verbondenheid. Maar dat is ten onrechte, zegt Mann. „Daar werd alleen gekeken naar het effect van een vervelende, wat gênante taak; gevoelens van vernedering werden nooit gemeten.” Samen de handen in ijswater houden, hoe pijnlijk ook, verbroedert: je zit allemaal in hetzelfde schuitje, bent elkaars gelijken. Maar zo gauw je aspirant-leden psychisch vernedert, ondermijnt dat het groepsgevoel. Meerdere ondervraagden vertelden Mann dat ze na zo’n ervaring waren afgehaakt.