Springkussen

Het was de eerste keer dat we er met de dochters (0 en 1) op uit trokken. Naar de braderie in Diemen. Vreemd hoe groot de verschillen binnen een straal van vijfhonderd meter kunnen zijn. Hier geen verantwoorde hapjes en sapjes als in de Amsterdamse Watergraafsmeer, maar kraampjes met suiker. We sukkelden van attractie naar attractie om uiteindelijk voor een monsterlijk springkussen te stoppen. Een soort pretmachine: kinderen klommen er aan de ene kant in en vielen er aan de andere kant gillend uit. Twee pubers met buttons, types Dave en Donnie Roelvink, zagen erop toe dat iedereen de schoenen uit deed.

Ik zette de oudste op het plastic en ging tussen de andere ouders over de opblaasbare balustrade hangen om het eigen kind aan te moedigen. Die van ons bleef halverwege steken. Een van de pubers vroeg hoe oud of ze eigenlijk was want de minimum leeftijd was vier. De paniek die me overviel moet zichtbaar zijn geweest.

„U mag helpen hoor.”

Ik had de schoenen al uit en wrong me tussen de kinderen omhoog. De dochter werd ondertussen verder omhoog gesleurd door twee zesjarigen. Toen ik bijna haar beentje kon pakken gleed ik naar beneden. Het was te steil en te glad en ik had te weinig grip.

Elke keer als ik in de kinderkluwen onder me viel, klonk er een afkeurend gebrom vanuit de groep ouders, maar daar hoorde ik pas later van. De dochter verdween uit het zicht, nog even en ze zou aan de andere kant naar beneden storten. Ik nam een aanloop, reikte hoog en greep weer mis om daarna weer met veel verdommes naar beneden te vallen.

Lag ik daar.

De vriendin kwam zeggen dat de oudste inmiddels veilig was geland. En ook dat mijn broek afzakte. Of ik alsjeblieft uit het springkussen wilde komen?

Toen pas kruiste mijn blik met die van de andere ouders, waarvan er een, een man met een kortgeschoren kapseltje, me even kwam zeggen dat hij nog nooit zo’n imbeciel had gezien. En ik had ook twee keer zijn kind geplet.

Een van de jongens die het springkussen bewaakte kwam me later toen we bij de pony’s stonden mijn iPhone terug brengen waarvan ik me niet bewust was dat ik die bij het springen had verloren. Ik mompelde iets van excuses voor de overlast, maar die wuifde hij weg.

„Geeft niets, het was vooral erg voor u toch?”

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.