‘Slachtoffers van oorlog laat je niet in de steek’

Hongersnood

Er is stevige kritiek op Nederlandse noodhulp aan Zuid-Soedan. Houden hulporganisaties oorlogen en foute regimes onbedoeld in stand? Nee, zeggen ze: „Wij beëindigen geen oorlogen.”

Vluchtelingenkamp van de VN in Wau, Zuid-Soedan. Hulp is er kostbaar door gebrek aan infrastructuur en expertise. Foto Ilvy Njiokiktjien

Nederland moet overwegen de noodhulp in conflictgebieden met corrupte overheden te staken, als uit een grondige evaluatie blijkt dat de nadelen ervan groter zijn dan de voordelen. Dat zegt Robert Lensink, hoogleraar financiering en ontwikkeling in Groningen, tegen NRC. „Zet experts naast elkaar en laat die kijken of we moeten blijven. We moeten geen overhaaste beslissingen nemen, maar ik denk niet dat je op voorhand moet zeggen: we blijven. De uitkomst is ongewis.”

Lensink reageert op een reportage, onlangs in deze krant en via de NOS op televisie, over de besteding van geld dat de gezamenlijke hulporganisaties twee maanden geleden via Giro 555 inzamelden voor bestrijding van honger in onder meer Afrika. De reportage, over een hulpproject in Zuid-Soedan van Stichting Vluchteling, toonde hoe lastig het is hongerende mensen van voedsel te voorzien, in een land verscheurd door burgeroorlog.

De hulporganisaties hadden vorige week hun handen vol aan uitleg over het project in het jonge land Zuid-Soedan, dat ook na de onafhankelijkheid in 2011 door geweld wordt geteisterd. Een lokale denktank stelde in de reportage dat hulporganisaties medeplichtig zijn aan het voortzetten van de burgeroorlog, omdat de hulp de leiders van het land een „alibi” geeft „om niet voor het welzijn van hun bevolking te zorgen”.

Inderdaad kan noodhulp aan landen met corrupte overheden „de plaatselijke overheid legitimeren”, zegt Lensink. „Een overheid kan rustig blijven zitten doordat er geld binnenkomt.” Anderzijds is het „moeilijk” de hulp te staken. „Het gaat om menselijke rampen.” Een politieke interventie van buitenaf is in sommige gevallen mogelijk, aldus Lensink, „maar kan ook verkeerd uitpakken”.

Vluchtelingenkamp in Abroch in Zuid-Soedan. Spullen worden uitgedeeld door Cordaid, WFP en World Vision. Foto llvy Njiokiktjien in opdracht van Cordaid

Politiek en hulp

Hulporganisaties als het Rode Kruis vinden de argumentatie niet opgaan. „De redenering zou kloppen als oorlogen zouden stoppen in gebieden waar hulporganisaties niet kunnen komen. Die gebieden bestaan. Toch stopt de oorlog daar niet”, zegt woordvoerder Merlijn Stoffels van het Rode Kruis.

Politiek en hulp moet je scheiden, vindt hij. „Wat het Rode Kruis in volstrekte neutraliteit probeert te doen, is overeenkomsten sluiten met alle partijen in een strijdgebied en mensen door een oorlog heen slepen. Wij redeneren vanuit de mensen die ongewild slachtoffer zijn van oorlogsgeweld. Wij vonden het in Nederland ook normaal dat wij na de oorlog voedseldroppings kregen. Mensen hebben recht op hulp.”

Directeur Tineke Ceelen van Stichting Vluchteling noemt de beschuldiging dat haar hulp een oorlog laat voortduren „bizar”. Ceelen: „Wij legitimeren geen regimes. Wij beëindigen geen oorlogen. Wij redden mensenlevens. Het is onbewijsbaar en amoreel te veronderstellen dat als wij ons zouden terugtrekken, de strijdende partijen zich ineens zouden bekommeren om de eigen bevolking. Als we ons terugtrekken, gokken we met mensenlevens. We zijn geen casino!”

De reportage over het project in Zuid-Soedan meldde dat iets meer dan 20 procent van de 800.000 euro die eraan wordt besteed, voor medicijnen en voedingssupplementen is. „De rest gaat op aan personeel en operationele kosten”, aldus het artikel.

Personeel is duur

Dat betekent niet dat er geld aan de strijkstok blijft hangen, zeggen de samenwerkende hulporganisaties. Het zijn bijna nooit medicijnen en voedingsupplementen die duur zijn, stelt directeur Ceelen van Stichting Vluchteling: „zo’n 55 euro per ondervoed kind”. Wat aantikt, zijn de kosten van onmisbaar medisch personeel. „Dat is in een ziekenhuis in Nederland niet anders. Ik lijd zelf aan een chronische ziekte; zet mij in een ziekenhuis met een doos medicijnen en ik heb er niets aan. Het gaat juist om het personeel.”

Ons terugtrekken is gokken met mensenlevens. We zijn geen casino!

Bram Vermeulen, maker van de reportage voor NRC en NOS, houdt reserves. „Giro 555 heeft sinds mijn reportages verklaard dat veel van de kosten in gespecialiseerd medisch personeel zit. Daar was ter plekke weinig van te merken. Ik heb maar één dokter gezien en volgens het dienstrooster waren er een paar Zuid-Soedanese verpleegkundigen in dienst. Verder trokken we vooral op met emergency workers – nadrukkelijk geen artsen maar mensen die gespecialiseerd zijn in werken in crisisgebied – en personeel dat de kampen van IRC, de partner van Stichting Vluchteling, draaiend houdt.”’

Inefficiënt is de operatie in Afrika bepaald niet, meent Giro 555. De kosten van „overhead” in Zuid-Soedan zijn beperkt. „Zo’n 20 procent”, stelt een woordvoerder, die wijst op de „enorme uitdagingen” ter plaatse. Wat de hulpverlening in Zuid-Soedan kostbaar maakt, is het invliegen van goederen en van deskundig personeel. „Er is daar onvoldoende kennis beschikbaar”, zegt Ceelen.

Het Rode Kruis bevestigt dat. „Je wilt natuurlijk zo goedkoop mogelijk hulp leveren”, legt Merlijn Stoffels uit. „Lokaal inkopen, over de weg vervoeren. Maar als er lokaal niets is? En wegen onbegaanbaar zijn? En onveilig? Dan kun je de mensen toch niet in de steek laten? Dan gaan er honderdduizenden mensen dood.”

Een andere kwestie is dat inzamelingen zoals voor hongerend Afrika doorgaans te laat komen. Effectiever en goedkoper is preventie. Stoffels: „Als er bijvoorbeeld droogte heerst, zoals in Somalië, moet je zorgen voor droogtebestendige zaden. Bewoners overhalen hun geiten in te wisselen voor kamelen die beter bestand zijn tegen droogte. Daarmee maak je jezelf overbodig. Maar het is lastig fondsen daarvoor te werven; mensen overtuigen geld te geven is moeilijk als er nog geen ramp is.”