Salam moest in het ondiepe bad blijven

Rechtszaak

Twee leerkrachten waren erbij, en drie badmeesters. Toch verdronk Salam. Ze kon niet zwemmen. Wie had op haar moeten letten?

De vijf verdachten in de Rhenense verdrinkingszaak voor de rechtbank in Utrecht. Illustratie Aloys Oostyerwijk / ANP

Het is iets voor drieën, 21 september 2015, als een vrouw in zwembad ’t Gastland in Rhenen aan haar baantjes wil beginnen. Groep vijf van de Ericaschool is amper een kwartier klaar met schoolzwemmen. Dan ziet de vrouw ter hoogte van startblok 2 iets op de bodem liggen. Ze waarschuwt het zwembadpersoneel. Badjuf Marjan duikt naar de bodem. Een paar tellen later wordt een meisje in roze badpak met groene palmbomen uit het water getild.

Reanimatie volgt: eerst door het zwembadpersoneel, daarna door politie, ambulancepersoneel. Om vijf voor vijf wordt in het UMC Utrecht de reanimatie gestaakt. De Syrische Salam (9) is dood. Verdronken.

Voor dit sterfgeval stonden maandag drie badmeesters en twee leerkrachten van de Ericaschool voor de Utrechtse rechtbank. Het Openbaar Ministerie (OM) verwijt hun onvoorzichtigheid en onoplettendheid. Salam kon niet zwemmen, en daarmee hebben ze te weinig rekening gehouden. Het vijftal had onderlinge afspraken moeten maken, vindt het OM.

Slim meisje

Op deze eerste zittingsdag worden de feiten besproken met de verdachten en spreken de ouders. Salam werd geboren in de Syrische hoofdstad Damacus. In mei 2015 kwam ze met moeder, broertje, en zusje naar Nederland. Haar vader was een jaar eerder al vertrokken, door de oorlog. Het gezin belandde in Rhenen. Daar werd Salam – „een slim meisje” – ingedeeld in groep 5 van de Ericaschool. Ze sprak geen Nederlands en nauwelijks Engels.

Op 21 september kreeg ze haar vierde zwemles – de eerste had ze bij juf Jesse aan de kant gezeten omdat ze niet de juiste zwemkleding had. Les vier begon met een kort instructiepraatje. Daarna werd de klas verdeeld in groepen. Salam en klasgenootje Sam, de enige twee die niet konden zwemmen, gingen met badmeester Jos (61) naar het ondiepe bad. Daar leerde hij ze drijven en de babyslag.

De laatste vijf minuten van de les mochten de kinderen vrij zwemmen. Kinderen uit het diepe bad kwamen nu ook spelen in het ondiepe. Maar Salam mocht niet in het diepe bad zwemmen, zegt de badmeester. Of hij dat ook aan het meisje heeft verteld, wil het OM weten. Jos herinnert zich dat niet meer. „Het zit wel in mijn systeem.”

Migratieachterstand

Volgens het protocol schoolzwemmen zijn leraren en zwembadpersoneel bij het vrij zwemmen samen verantwoordelijk voor de veiligheid van de kinderen. Het is, volgens het protocol, belangrijk dat tevoren duidelijke afspraken worden gemaakt over wie welk deel van het zwembad in de gaten houdt. Uit onderzoek, zegt de rechter, blijkt dat veel kinderen die verdrinken een migratieachtergrond hebben. „Letten jullie daar op?”

Badmeester Rob heeft niet extra op Salam gelet. En ook de andere verdachten verklaren dat zij niet extra hebben gelet op Salam toen het vrij zwemmen begon. Rob: „Je kijkt naar de groep, niet naar een individu.” De badmeesters weten uit ervaring dat kinderen die niet kunnen zwemmen doorgaans niet snel de oversteek naar het diepe bad maken. Ze weten dat het niet mag, zegt badjuf Marja (57): „En de meesten zijn vrij bang.”

Alle kinderen gingen bijna direct uit het water en door naar de douches toen badjuf Sandra om kwart voor drie de bel luidde. De badjuffen inspecteerden het bad en verzamelden daarna de zwemkurkjes, constant met een schuin oog op het zwembad. Toen juf Jesse niet veel later de leerlingen in de hal had geteld, miste ze er één.

Deze dinsdag houdt de officier van justitie zijn requisitoir.