Progressieve bisschop bleef tot aan het einde ook een diplomaat

Huub Ernst (1917-2017)

Hij noemde zich ooit de ‘linkse bisschop’. Vóór getrouwde priesters, tegen kernwapens. Maar liever geen scheuring in de kerk.

Huub Ernst in 2007. Foto ANP

In 1994 werd monseigneur Huub Ernst onderscheiden als ‘Beste Brabander’. Dat verbaasde niemand, want de bisschop van Breda, twee jaar daarvoor met emeritaat gegaan, genoot grote populariteit. Hij had oog voor de noden van de gewone man en vrouw, stond dicht bij de mensen en wees openlijk atoomwapens af.

Hubertus Cornelis Antonius Ernst (8 april 1917), in 1967 tot bisschop benoemd, doorstond alle stormen in de Nederlandse kerkprovincie: de liberalisering in de jaren 60, de harde ‘romanisering’ van het lokale kerkbestuur in de jaren 70, de polarisatie die daarop volgde en de verwarring door het onverwachte vertrek van zijn collega’s Jo Gijsen en Philippe Bär in 1993.

De Bredase bakkerszoon Ernst, vrijdag op 100-jarige leeftijd overleden, wist al vroeg dat hij priester wilde worden. Het praktische pastoraat trok hem aan. Tussen de mensen staan, dát wilde hij graag. Ernst werd tot priester gewijd in 1941, begon als kapelaan in Leur, maar moest dat praktische pastoraat na twee jaar al opgeven. Een keur aan kerkelijke functies voerde naar zijn benoeming tot bisschop.

Het was de tijd van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965), waarin de kerk van Rome een progressieve sprong maakte. De Nederlandse katholieken bleven bepaald niet achter. Op het pastoraal concilie in Noordwijkerhout (1968-1970) bleek een grote kloof tussen de progressieve Nederlandse kerkprovincie en het Vaticaan. Aartsbisschop Bernard Alfrink en de andere bisschoppen, onder wie Jan Bluyssen (Den Bosch) en Ernst, waren uitgegroeid tot de avant-garde van de wereld. Ze vonden dat getrouwde mannen priester moesten kunnen worden en dat geestelijken die niet meer met het celibaat konden leven, moesten kunnen trouwen.

In de controverse dolf de Nederlandse kerkprovincie het onderspit tegen het Vaticaan. De tweedracht binnen de kerkprovincie nam toe, ook door snelle benoemingen van bisschoppen die trouw waren aan Rome.

Rechtbank

Ernst, die zichzelf ooit de ‘linkse bisschop’ noemde, was van 1976 tot 1994 voorzitter van Pax Christi Nederland, afdeling van de internationale katholieke vredesbeweging. In die functie nam hij ferm stelling tegen atoombewapening. Op een demonstratie in Den Haag sprak hij 550.000 demonstranten toe.

In 2011 trad hij voor het laatst in de schijnwerpers van het nieuws, toen hij voor de rechtbank van Middelburg moest getuigen in de zaak rond de pater salesiaan Jan N., die keer op keer jongens had misbruikt, eerst in Rijswijk, bisdom Rotterdam, later in Terneuzen, in het bisdom Breda, waar Ernst hem had ontslagen. De rechter vroeg de toen 93-jarige oud-bisschop hoe hij wilde worden aangesproken: als monseigneur, als bisschop of als meneer? „’t Laatste graag”, antwoordde Ernst.

Ernst had een grote afkeer van kerkscheuringen en wilde niets liever dan dat katholieken onderling in gesprek bleven. „Laten we toch proberen het bij elkaar te houden”, zei hij meer dan eens met zijn zachte stem. Orthodoxe katholieken noemden hem weleens „slap”, andere gelovigen prezen juist de pastorale vriendelijkheid van de „wijze man”, die naar eigen zeggen als bisschop had geleerd diplomatiek te zijn.