Zeker 35 omroepmensen verdienen meer dan minister

Jaarverslagen Publieke Omroep

De omroepen verliezen geld en leden, maar veelverdieners mogen blijven.

De kaartjes van Het Gouden Televizier-Ring Gala, leverden omroep AVRO-TROS vorig jaar 121.000 euro op. Foto ANP

Zeker vijftien bestuurders en twintig presentatoren bij de publieke omroep verdienen meer dan een minister. Dat blijkt uit een inventarisatie van de jaarverslagen van de omroepen over 2016. Dat aantal daalt voorzichtig: in 2015 vielen nog ten minste 19 bestuurders en 22 presentatoren in deze categorie.

Het aantal veelverdieners moet ook naar beneden: sinds 2015 mogen omroepdirecteuren en leden van de raad van bestuur van de NPO niet meer verdienen dan een minister: 179.000 euro in 2016. Dat er nog steeds een aantal boven die norm zit, hangt samen met een overgangsregeling. Voor presentatoren en programmamakers wordt voorlopig een uitzondering gemaakt.

Erg veel rek is er ook niet bij de omroepen. Een meerderheid sloot het jaar af met een negatief of lager exploitatiesaldo dan het jaar ervoor. Dat komt door bezuinigingen in Den Haag, door hogere loonkosten of uitbereiding van het personeel. Daarnaast maakten omroepen in 2016 meer producties binnenshuis. En hoewel Den Haag de omroepen stimuleert zelf geld te verdienen, nemen inkomsten uit programmabladen en verkoop van cd’s en dvd’s bij vrijwel alle omroepen af.

Vier opvallende cijfers uit de jaarverslagen.

  1. Minder dan 50.000 Powned-leden

    „Wij zijn door de ondergrens van 50.000 leden gezakt”, schrijft omroep Powned in zijn jaarverslag. Problematisch voor een nieuwe omroep, want die drempel is noodzakelijk om te mogen uitzenden. Ook WNL verloor leden, maar zit nog net boven de ondergrens. De omroepen mogen overigens nog tot 2021 programma’s uitzenden, net als de derde aspirant omroep: Human. Om een volwaardige omroep te worden zijn 150.000 leden nodig, die minimaal 5,72 euro per jaar betalen en 16 jaar of ouder zijn.

    WNL en Powned gebruiken hun jaarverslag om kritiek te uiten op het ledensysteem. Powned heeft zelfs besloten helemaal niet meer aan ledenwerving te doen: „Het ledengebonden bestel is wat ons betreft al lang ten einde. Wij zijn in afwachting van een nieuw kabinet. Daarin willen we proberen dit onderwerp op de agenda te krijgen.”

    WNL: „Een omroep legitimeert zich door idealen en programma-aanbod, niet door een slim vergaarde berg met naam- en adresgegevens.”

    Vrijwel alle omroepen hebben steeds minder leden. Uitzondering is Omroep Max met ruim 350.000 leden; 3.500 meer dan een jaar eerder.

  2. 120.000 Max Magazine-lezers

    De omroepbladen zijn na de bijdrage van de overheid een belangrijke inkomenspost voor veel van de omroepen. Al neemt het aantal abonnees al sinds de eeuwwisseling snel af. Over de hele linie daalde de oplage van de televisiegidsen afgelopen jaar met 9 procent. De VARA-gids verloor ruim 7 procent van zijn lezers (en een half miljoen omzet), de VPRO gids werd duurder en verloor eveneens meer lezers dan verwacht (5,5 procent), en ook het abonneebestand van de Evangelische Omroep en KRO-NCRV daalde.
    Er is één uitzondering: MAX Magazine. Het blad van omroep MAX is voor het vierde achtereenvolgende jaar het enige omroepblad met een stijgende oplage. De betaalde oplage van de gids van de seniorenomroep is in 2016 gestegen van 92.000 naar 120.000. Een oplage die in de buurt komt van bijvoorbeeld de VPRO Gids, met ruim 150.000 abonnees.

  3. 35 Veelverdieners

    Zeker vijftien bestuurders verdienen bij de publieke omroep meer dan 179.000 euro, het salaris van een minister. Vorig jaar ging het nog om zeker negentien bestuurders. Zij mogen door invoering van de Wet normering topinkomens (WNT) sinds 2015 niet meer verdienen dan een minister. Het salaris van zittende bestuurders wordt stapsgewijs afgebouwd.

    Naast de vijftien bestuurders, ontvangen nog ten minste twintig andere omroepmedewerkers meer dan een ministersloon: presentatoren, radio-dj’s en hoofdredacteuren. Vijf van hen werken bij BNN-VARA, en vijf bij de KRO-NCRV. Hun salarissen lopen op tot ruim drie keer dat van een minister. Het kabinet wil ook deze inkomens beperken.

    Nu nog hanteert de NPO een eigen salarisdrempel, de BPPO-norm (189.000). Een grens waarop overigens een aantal uitzonderingen mogelijk zijn: in 2016 waren dat er vijf. Deze presentatoren verdienen tot wel 580.000 euro per jaar. Want alleen zo, stelt de NPO, kunnen de omroepen „speciaal talent behouden”. Overigens betalen omroepen het bedrag boven de norm uit de eigen verenigingskas, dus niet van overheidsgeld.

  4. € 178.900.000 uit andere bronnen

    De publieke omroep krijgt minder geld van de overheid. In totaal bezuinigden de kabinetten Rutte I en Rutte II 178,9 miljoen euro op de NPO. Ter compensatie moedigt het kabinet de publieke omroep aan te zoeken naar andere inkomsten.

    Omroepen geven dus gidsen uit, cd’s, dvd’s, ze verkopen programma’s aan het buitenland, en experimenteren met festivals, zelfs met een restaurant. Met wisselend succes: het afgelopen jaar zijn inkomsten uit deze ‘nevenactiviteiten’ gedaald.

    Er zijn wel enkele positieve uitschieters. Zo verdiende BNN-VARA 86.000 euro met de cd van Kinderen voor Kinderen. De AVRO-TROS verkocht voor 121.000 euro aan kaartjes voor het Gouden Televisier-Ring Gala, en voor nog eens 46.000 euro aan kaartjes voor Tussen Kunst en Kitsch.

    De VPRO verkocht afleveringen van Tegenlicht aan zeker zeventig buitenlandse zenders.