Moorden oplossen vanuit het archief

Cold cases

Moord en doodslag verjaren niet meer sinds 1988. Tien politieteams pluizen oude zaken uit, met de nieuwste technieken en veel zitvlees.

Francien Lijnkamp en Henk Kamstra ploegen archiefstukken door op het bureau van hun team in Ede. Foto’s Merlin Daleman

Elke rechercheur kent wel zo’n zaak die zich nestelt in zijn gedachten. Een moord- of zedenzaak waarin hij na uitgebreid onderzoek, tot groot verdriet van nabestaanden of slachtoffer, de dader niet heeft kunnen vinden. Zo’n zaak, weten rechercheurs, wordt persoonlijk. Die hoop je op te lossen voor je pensioen.

Dus toen de doorgewinterde speurder Henk Kamstra in 2013 meewerkte aan het optuigen van een coldcaseteam in de regio Oost-Nederland, nam hij eerst plaats achter het stuur. Met een busje reed hij kriskras door de Veluwe, Twente en de Achterhoek om bij politiebureaus even te neuzen in de archiefkast. Heel wat collega’s bleken nog ergens een mapje te bewaren met informatie over een zaak die was blijven knagen. Hamstra verzamelde alle papierwerk en voegde het toe aan het zenuwcentrum van elk coldcaseteam: de archiefkast.

Het team van Oost-Nederland, twaalf leden groot, heeft zijn werkplaats op de bovenetage van het politiebureau in Ede. Een eenvoudige kantoortuin met een koffieautomaat die de leden delen met het basispolitieteam. En in elke kamer wel iemand die zich verontschuldigt omdat de locatie minder spannend oogt dan je bij ‘cold cases’ zou verwachten.

Oude speurneuzen

Tien van zulke teams telt Nederland, elke regionale politie-eenheid één. De teams zijn opgericht met de komst van de Nationale Politie in 2013. Ze variëren in sterkte van enkele tot twintig leden, en zijn een mix van oudere speurneuzen met ervaring en jonge recherchekundigen met een hbo-master. Ze houden zich bezig met in totaal 1.500 ernstige, onopgeloste misdrijven die nog niet zijn verjaard. Het gros betreft moord en doodslag, gepleegd na 1988. In veel van die zaken is de dader vermoedelijk geen bekende van het slachtoffer geweest. Geen kwade echtgenoot of verknipte buurman helaas. Het maakt een dader vinden meteen veel moeilijker.

De politie bewaarde ook in zulke zaken veegsporen, vingerafdrukken, sperma. Dat bleek waardevolle informatie toen eind jaren 90 de onderzoekstechnieken op DNA-gebied een vlucht namen. De sporen belandden in een DNA-databank, wachtend op een ‘match’. Veroordeelden voor een ernstig misdrijf werden verplicht hun DNA af te staan en inmiddels telt de databank bijna 70.000 sporen en 250.000 profielen. Wekelijks rollen er ruim honderd matches uit, heel soms ook in een oude zaak. De politiek besloot vanwege de ontwikkelingen op DNA-gebied de verjaringstermijn van misdrijven te verlengen, bij moord en doodslag gepleegd na 1988 werd die zelfs afgeschaft. De oprichting van coldcaseteams was daarop een logisch gevolg.

Een immense hooiberg waarvan niemand weet hoeveel spelden daarin te vinden zijn.

Taart en een borrel

Successen bleven niet uit. De Rotterdamse politie arresteerde vorige maand een man die verdacht wordt van twee moorden op prostituees, begin jaren 90. Hij kwam in beeld na DNA-onderzoek en speurwerk van het lokale coldcaseteam. En ook het team in Oost-Nederland vierde onlangs met taart en een borrel de arrestatie van twee verdachten voor een veertien jaar oude moord. Een hardloper in natuurgebied De Posbank werd in 2003 doodgeschoten toen hij twee autokrakers had betrapt. Het coldcaseteam luisterde na een DNA-match maandenlang een van de vermoedelijke daders af. Die stapte na een uitzending van tv-programma Opsporing Verzocht laatst zelf naar de politie.

De oplossing van de Posbankzaak – zo’n 180 ordners groot – geeft weer wat ruimte in het archief. Tientallen meters aan bruine archiefdozen staan in stellingkasten verdeeld over het kantoor van het coldcaseteam in Ede. Dozen vol ordners met codes als 05ICC90001. Duizenden kilo’s afgetapte gesprekken, telefoonhistorie, getuigenverklaringen en sporenonderzoek. Ze vertegenwoordigen de papieren geschiedenis van alle ernstige, onopgeloste 220 misdaden in de politieregio Oost-Nederland. Een immense hooiberg waarvan niemand weet hoeveel spelden daarin te vinden zijn.

„Alle 220 zaken tegelijk aanpakken gaat niet”, zegt recherchekundige Francien Lijnkamp, die voor het coldcaseteam Oost-Nederland bedacht hoe je de kansrijkheid van cold cases kunt bepalen. De 38-jarige Lijnkamp vertelt erover, samen met rechercheur Henk Kamstra (63), op hun werkplek in Ede. Dagelijks werkt het team aan zo’n tien dossiers tegelijkertijd. Zaken waarin nieuwe tips binnenkomen, krijgen voorrang. „Veel tips komen binnen via de Criminele Inlichtingendienst en Meld Misdaad Anoniem.”

Ook geeft het team voorrang aan zaken waarin forensische mogelijkheden zijn. Is er een DNA-spoor in het dossier te vinden? Op huid, kleding, moordwapen, plaats delict? Kan het worden onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut, en in geval van een onvolledig profiel worden opgewaardeerd – om geschikt te maken voor de DNA-databank?

Plas bloed

Vroeger had je daarvoor een „plas bloed” nodig, zegt Kamstra. Maar met de huidige technieken is het aanraken van een beker al genoeg voor een DNA-profiel. „En dat spoor verdwijnt niet. Ook na jaren niet.”

Maar een DNA-match alleen is niet zaligmakend, weten ze ook. Verdachten kunnen altijd zeggen dat ze ten tijde van het misdrijf niet op die plek waren.

„Kan ik de verdachte linken aan de plaats delict, dat is steeds de grote vraag”, zegt Lijnkamp. „Je moet rondom zo’n verdachte het net zien dicht te trekken”, zegt Kamstra.

„Je moet echt zitvlees hebben. Sommigen staan liever met hun poten in de modder.”

En daarvoor moet je een oude zaak toch echt goed leren kennen. Dat betekent digitaliseren, het hele dossier. Een tijdrovende klus, vooral vanwege de vele tapgesprekken die tot voor kort allemaal werden uitgetypt. Eerst moet alles geordend – getuigenverhoor bij getuigenverhoor, etcetera –, dán alles in Excel-lijsten, dán alles coderen met QR-stickers en dan pas kan de hele stapel door de scanner.

Al heel wat dagen hebben de leden van het coldcaseteam doorgebracht achter de Kodak i5200 Scanner – 140 pagina’s per minuut. Ze doen het allemaal zelf.

En dáárna pas begint het lezen. „Héél véél lezen”, zegt Lijnkamp. Het is een van redenen dat niet alle politiecollega’s even geschikt zijn voor dit werk, zegt „Je moet echt zitvlees hebben. Sommigen staan liever met hun poten in de modder.”

Met nieuwe informatie levert het lezen van oude getuigenverhoren soms verrassende inzichten op, weet Kamstra. „Soms vermoed je dat iemand in een verhoor niet het achterste van zijn tong heeft laten zien.”

Zulke mensen worden door het coldcaseteam opnieuw verhoord. Vrijwel dagelijks zijn teamleden op pad om buiten de deur informatie in te winnen. Ze weten dat de factor ‘tijd’ een zaak soms goed kan doen: mensen kunnen wroeging krijgen, relaties tussen mensen kunnen zodanig veranderen dat iemand plots wel bereid is te verklaren. Een beloning of uitzending bij Opsporing Verzocht kan net „dat ene duwtje” geven.

Van de 220 zaken die in de archiefkasten van het coldcaseteam staan, zijn er nu 35 gedigitaliseerd. Naast de Posbankmoord heeft het team inmiddels ook drie verkrachtingszaken en een roofmoord opgelost. En het team hielp met de identificatie van vier vermiste jongens die na jaren uit een auto in het water werden gehaald.

Er zijn ook zaken die na grondig en tijdrovend onderzoek zonder oplossing bleven. Zoals de verdwijning, 28 jaar geleden, van een man in Zutphen. Het coldcaseteam stak veel energie in de zaak en zette na een tip over de vermoedelijke vindplaats van zijn stoffelijke resten een grondradar en graafmachine in. Gevonden werd alleen een groot metalen vat.

„Leren omgaan met teleurstellingen hoort er ook bij”, zegt Francien Lijnkamp. Cold cases oplossen is werk van de lange adem, maar de moeite waard. „Het is mooi om in een afgeschreven zaak tóch nog een kansje te vinden.”