NRC checkt: ‘Mogelijk 200.000 misbruikte sporters’

Dat zei Twan Huys (Nieuwsuur) op basis van onderzoeksopzet commissie-De Vries.

Foto ROBIN UTRECHT

De aanleiding

Voor het eerst verscheen oud-minister Klaas de Vries dinsdag in de media als voorzitter van de commissie die onderzoek doet naar seksuele intimidatie en misbruik in de sport. ’s Ochtends op een persconferentie, ’s avonds bij Nieuwsuur, waar presentator Twan Huys hem ondervroeg.

„Nadat in Engeland de beerput bij het voetbal was opengegaan, volgden ook in ons land de getuigenissen van slachtoffers van seksueel misbruik in de sport”, leidt Huys het gesprek in. „Het zou kunnen gaan om 200.000 misbruikte sporters.”

Waar is het op gebaseerd?

Het getal staat in de onderzoeksopzet van de commissie, aldus Guido van Gorp, redacteur bij Nieuwsuur. Terwijl De Vries op de persconferentie nadrukkelijk geen getallen en indicaties wilde noemen, komen er in de opzet van zijn onderzoek wel cijfers voor. Er staat: „Een op de tien sporters onder de 18 jaar meldt matige tot ernstige vormen van seksuele intimidatie en misbruik: meer dan tweehonderdduizend.”

En, klopt het?

Bert Kreemers, secretaris van de onderzoekscommissie, verbaast zich erover dat het in de pers al over getallen gaat terwijl het onderzoek nog moet beginnen. In de onderzoeksopzet verwijst de commissie naar een studie van de Vlaamse criminologe Tine Vertommen, die werkzaam is aan de Universiteit Antwerpen. Via een online enquête in 2014 vroeg zij vierduizend volwassenen die voor hun achttiende hadden gesport of zij daarbij te maken hebben gehad met vormen van seksuele intimidatie en misbruik. Er waren drie varianten: mild (seksuele opmerkingen), matig (meerdere seksuele opmerkingen, aanrakingen) en ernstige ervaringen (aanranding of verkrachting).

Van de Nederlandse respondenten meldde 1 procent milde ervaringen, 6,7 procent matige en 4,2 ernstige. Door die laatste percentages bij elkaar op te tellen, kon worden vastgesteld dat ruim één op de tien sporters matige tot ernstige vormen van seksuele intimidatie en misbruik meldt.

Hoe leidt dat tot 200.000? „Dat getal is mij aangereikt door iemand”, zegt Kreemers. Onlangs sprak hij op een dag met vier deskundigen op dit vlak en één van hen zei het. Wie kan hij zich niet herinneren.

Het getal komt niet van Tine Vertommen, benadrukt de onderzoekster. Zij heeft haar percentages nooit geëxtrapoleerd naar een specifiek getal. „Want ik kan zulke getallen niet verdedigen”, zegt Vertommen.

Een optie om tot zo’n specifiek getal te komen is om het getal van één op de tien misbruikte sporters af te zetten tegen het totaal aantal sporters. Volgens de laatste cijfers van sportkoepel NOC*NSF (2015) tellen Nederlandse sportclubs gezamenlijk 4.360.720 leden (jeugd en volwassenen), wat zou duiden op ruim 430.000 misbruikte sporters. Toch blijft dit giswerk. Die rekensom gebruikt een getal van mensen die nu sporten, terwijl het onderzoek van Klaas de Vries vier tot vijf decennia omspant en ruim genomen betrekking heeft op alle mensen die voor hun achttiende hebben gesport. Dat zijn veel meer mensen. Er kunnen dus ook veel meer dan 200.000 slachtoffers zijn.

Conclusie

Gelet op de miljoenen mensen die in Nederland sport beoefenen of dat voor hun achttiende hebben gedaan, lijkt 200.000 misbruikslachtoffers niet onaannemelijk. Maar secretaris Kreemers zegt het zelf al: het onderzoek naar misbruik in de sport is net begonnen. Daarom is het voorbarig om nu al een getal te noemen. Bovendien is het aantal van 200.000 aan de uitkomsten van de studie van Tine Vertommen gekoppeld, zonder dat dit direct verband houdt met haar conclusies. We beoordelen deze stelling daarom als ongefundeerd.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wil zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt