Column

Klaas de Vries werd het beu

Hoe sta je als autoriteit een kritische interviewer te woord? Niet te gauw boos worden, zou mijn advies zijn, en zeker niet op de televisie waar elke emotie sterk uitvergroot wordt.

Je zou verwachten dat een door de politieke wol geverfde autoriteit als oud-minister Klaas de Vries daarvan doordrongen is, maar vorige week bleek dat nog niet het geval toen hij in Nieuwsuur geïnterviewd werd door Twan Huys. De Vries is voorzitter van de commissie die onderzoek gaat doen naar seksueel misbruik in de sportwereld. Een moeilijk onderzoek waarbij veel tact en empathie van de onderzoekers zal worden gevergd. Misschien beschikt ook De Vries daar in ruime mate over, maar uit het gesprek met Huys bleek dat nog niet.

Ja, Huys was vasthoudend, maar dat moet een goede interviewer zijn, want er is al genoeg obligaat geklets op de tv. Zolang de interviewer fair blijft, is er niets aan de hand. Huys toonde scepsis over dit nieuwe onderzoek. Hij maakte vergelijkingen met het vorige onderzoek naar seksueel misbruik (in de katholieke kerk) door de commissie-Deetman. Die commissie kreeg een budget van 2,5 miljoen euro, exclusief de compensaties voor de slachtoffers, en had 1,5 jaar de tijd. De commissie-De Vries heeft maar zeven maanden en het is onduidelijk welke consequenties (bijvoorbeeld financiële?) de rapportage van de commissie zal hebben.

De Vries vond dat je de katholieke kerk en de pluriforme sportwereld niet met elkaar moest verwarren, waarop Huys tegenwierp dat het voor een slachtoffer niets uitmaakte door wie hij of zij misbruikt was. Dat was De Vries met hem eens. Had het wel zin voor een slachtoffer om zich voor een vrijblijvend onderzoek te melden, wilde Huys weten. Dat vond De Vries „een beetje haastige conclusie”.

Je zag bij De Vries de ergernis toenemen. „Dat moet u nu niet vragen”, zei hij toen Huys hem vroeg of het in de sportwereld een doofpot was geweest. Huys vroeg hem opnieuw of hij als onderzoeker wel voldoende middelen had. „Dat zal moeten blijken, meneer Huys”, zei De Vries.

Meneer Huys! De Vries was het beu, hij ging dat Nieuwsuur-mannetje zijn plaats wijzen. „Heeft u nog met Deetman gesproken?” vroeg Huys, „Ik ga u echt niet vertellen met wie ik allemaal gesproken heb”, antwoordde De Vries. „Krijgt u het wel voor elkaar?” vroeg Huys afrondend. „Ik dank u voor uw bezorgdheid”, zei De Vries honend, „we gaan het proberen en dan kunt u in december zien of het gelukt is”. „Dank u voor uw komst”, zei Huys. „Nou, prima”, meesmuilde De Vries.

Ik schoot spontaan in de lach toen ik de volgende dag in NRC een verslag las van Danielle Pinedo en Fabian van der Poll van de persconferentie die De Vries had gegeven. Er was geen geld voor een mediacampagne, vertelde hij bij die gelegenheid. „Wat dat betreft zijn júllie mijn mediacampagne. Hoe meer aandacht, hoe beter.”

Ook op die persconferentie wilde hij veel vragen niet beantwoorden. Niet hoeveel meldingen van misbruik er al waren binnengekomen en niet wat hij van de huidige aanpak van de problemen door de sportbonden vond.

Iedereen zal begrijpen dat hij sommige vragen nog niet kan beantwoorden. Maar als De Vries meer aandacht voor zijn onderzoek wil, zal hij zich toch echt wat minder regentesk moeten gedragen.