Energieke film over de tijd van analoog Aids-activisme

Cannesblog #5

Eindelijk een film die niet tegenvalt: het intelligente en geëngageerde 120 battements par minute van Robin Campillo.

Eindelijk weer eens een film in competitie, die niet tegenvalt, al was het maar omdat de verwachtingen vooraf niet zo hoog gespannen waren. De Franse filmmaker Robin Campillo grijpt terug op zijn eigen verleden als aids-activist in de jaren tachtig voor zijn zeer sterke derde film 120 battements par minute.

Campillo is ook actief als editor en scenarioschrijver (onder meer van Laurent Cantes Gouden Palm-winnaar Entre les murs). In zijn lange loopbaan is dit pas zijn derde film als regisseur. 120 battements par minute is de eerste Franse film die in Cannes in competitie te zien is. De selectie van een film uit eigen land op een internationaal festival kan overkomen als een ‘moetje’. Maar daar is bij Campillo’s aangrijpende, geëngageerde, intelligente film geen sprake van.

120 battements par minute gaat over de militante actiegroep Act Up Paris, die begin jaren tachtig met harde, confronterende acties aandacht vroeg voor de Aids-crisis. Campillo was ook zelf actief in de beweging in die tijd. Hij portretteert een wereld die niet meer bestaat: activisme in een volledig analoge wereld, met lange vergaderingen en heftige debatten over de te volgen politieke strategie.

Campillo volgt zijn personages terwijl ze met nepbloed hardhandig medische congressen verstoren, omdat de medische stand en de farmaceutische industrie volgens hen nog altijd niet doordrongen zijn van de urgentie van de situatie. Die acties zijn moedig en spectaculair, bijzonder geschikt voor film. Maar de militante activisten zijn ook druk met elkaar in de haren vliegen over de koers van hun groep. Moeten ze in gesprek treden met de tekortschietende instanties en bedrijven, of juist de confrontatie blijven zoeken? Die vraag komt steeds terug, op allerlei manieren.

Leed

De activisten zijn jong, stoer en levensluchtig. Tegelijk zijn ze allemaal ten dode opgeschreven. De meeste van hen hebben hiv. Goede medicijnen zijn er nog niet in de jaren tachtig – daar gaat juist hun strijd over. En over voorlichting, preventie, het wegnemen van sociale stigma’s en schone naalden voor drugsgebruikers

In de eerste helft van de film staat de dynamiek in de groep, en hun politiek-maatschappelijke rol centraal. Hoewel Campillo vooral de groepsdynamiek analyseert, slaagt hij er knap in om elke actievoerder ook net voldoende eigenaardigheden en eigenschappen te geven om ze als individuen tot leven te laten komen. Zijn analyse van de groep wordt daardoor niet te droog, als scheelt het niet veel.

Toch is de tweede helft van zijn lange film – te lang, bijna 2,5 uur - beter en aangrijpender. De politiek verdwijnt niet, maar het leed van de ziekte komt meer centraal te staan. Het perspectief verschuift van de hele groep naar een van de actievoerders, Sean en zijn vriend Nathan (Arnaud Valois). Nahuel Pérez Biscayart speelt Sean met enorme overtuigingskracht. Aanvankelijk is hij een van de meest ongeduldige, gedreven actievoerders van Act Up, maar door zijn ziekte moet hij steeds meer tijd doorbrengen in ziekenhuizen. Campillo brengt Seans sterfproces met veel respect en liefde in beeld. Aangrijpend, maar zonder sentimentaliteit.

120 battements par minute is een vitale, energieke film, ook al waart de dood er in rond. Campillo brengt een belangrijke politiek strijd in beeld, die misschien te veel in de vergetelheid was geraakt. Hij heeft een film afgeleverd die zowel collectieve en maatschappelijke betekenis heeft, èn een individueel, humanistisch verhaal verteld. Jammer dat film iets te lang is, maar toch buitengewoon knap werk.

Godard

Wat een verschil met Le redoutable van Michel Hazanavicius, dat ook over actievoerende Fransen gaat. Hazanavicius had enorm succes met zijn hommage aan de stille film The Artist (2011), daarna een kolossale flop met de oorlogsfilm The Search (2014). Geen wonder dat hij zich aangetrokken voelt tot materiaal over een filmregisseur, die zichzelf opnieuw wil uitvinden.

Hazanavicius nam de memoires van actrice Anne Wiazemsky over haar leven als de 19-jarige echtgenote van de twintig jaar oudere regisseur Jean-Luc Godard tijdens het roerige jaar 1968. Godard was toen al een gevierd filmmaker, het gezicht van de Nouvelle Vague. Maar Godard nam afstand van alle films die hij tot dan toe had gemaakt, omdat hij wenste op te gaan in de marxistisch-leninistische revolutie – zoals dat toen heette – van de studentenbeweging. Maar diezelfde studentenbeweging had niet veel op met de veel oudere celebrity – als dank voor zijn betrokkenheid kreeg Godard verwensingen naar zijn hoofd. Wiazemsky, afkomstig uit een goed burgerlijk milieu, zag de transformatie van Godard van filmmaker tot beroepsrevolutionair met lede ogen aan. Het stel groeide snel uit elkaar – ook omdat Godard niet vrij was van een flinke dosis mannelijk chauvinisme, ondanks al zijn wereldverbeterende aspiraties.

Voor Hazanavicius is de politieke turbulentie van Godard – gespeeld door Louis Garrel - vooral grappig. Bij elke demonstratie waaraan hij meedoet in mei 68 breekt hij zijn bril. Godard is in Frankrijk een levende legende en een halve heilige. Het kan dus geen kwaad dat er ook eens een komedie over hem is gemaakt die de legende op de korrel neemt. Maar om hem vooral af te schilderen als een botte betweter en een clown, is net iets te gemakkelijk.

Visuele grappen

Net als The Artist is Le redoutable weer een hommage aan vervlogen filmstijlen: in dit geval natuurlijk de stijl van Godard zelf in de beroemde films die hij in de jaren zestig maakte. Hazanavicius is daar een meester in, en de meeste van zijn –`visuele – grappen zijn leuk. Maar veel meer dan een aardige stijlexercitie heeft Le redoutable ook weer niet om het lijf.

De grootste vergissing is om Anne Wiazemsky (Stacy Martin) nauwelijks een innerlijk leven te geven in de film, Ze heeft zelf juist prachtig - fijnzinnig en precies - geschreven over haar leven met Godard in twee boeken: Un année studieuse (2012) en Un an après (2015). Hazanavicius baseerde zijn film op dat laatste boek. Het moet curieus zijn voor Wiazemsky om een verfilming te zien van haar eigen boek, waarbij haar stem bijna volledig verloren gaat.