Een loverboy met veel interesse voor kunst

Wie: Francisca L. (38)

Waar: politierechter Utrecht

Kwestie: verduistering kunst

Francisca krijgt een stevige knuffel van een oudere vrouw voor ze de rechtszaal binnengaat. „Succes!” De vrouw zou haar moeder kunnen zijn, maar ze is de woonbegeleider van Francisca namens een hulpinstelling. Zo’n begeleider komt regelmatig bij een cliënt thuis. Vraagt hoe het gaat en denkt mee bij het oplossen van problemen.

In haar leven is veel gebeurd, vertelt Francisca (38) aan de politierechter. Ze heeft meerdere relaties met mannen gehad die haar bedreigden of mishandelden. Haar advocaat, Claudia van Oort, omschrijft Francisca als een „kwetsbare” verdachte.

Ze moet zich verantwoorden bij de politierechter omdat ze vier kunstwerken van de Kunstuitleen in Utrecht heeft geleend en nooit meer heeft teruggebracht. Dat ontkent ze niet. Het klopt dat zij de kunstwerken (twee bronzen beeldjes, een schilderij en een kan) heeft meegekregen op 7 augustus 2016, zegt ze. Het leencontract staat op haar naam en ze heeft zich geïdentificeerd bij het sluiten van de overeenkomst.

Maar dat was niet uit vrije wil, betoogt de advocaat van de vrouw. Francisca was met een man in de kunstuitleen. Zijn naam wil ze niet noemen, volgens haar advocaat omdat ze bang voor hem is. Volgens de advocaat is het iemand die angst inboezemt. „Alleen al door zijn staat van dienst in het criminele milieu, zijn strafblad en zijn voorkomen.”

De verdachte heeft niet op alle vragen een helder antwoord. Als haar wordt gevraagd of zij de kunst nog heeft gezien na 7 augustus, ontstaat verwarring. Ze weet niet meer tot wanneer ze precies in het huis woonde waar ze de kunst voor het laatst heeft gezien. Na aanhoudende vragen van de politierechter besluit ze er het zwijgen toe te doen. „Ik wil niet meer verklaren.”

Haar advocaat heeft twee getuigen laten oproepen, medewerkers van de Kunstuitleen die er waren op de dag dat Francisca en de man de kunstwerken kwamen lenen. De eerste heeft Francisca tegenover de politie als „een onzeker type” beschreven. „Het leek of zij mee moest komen van de man.” Op de zitting zegt ze: „De man koos de kunstwerken uit. Hij nam het voortouw.”

De tweede medewerker is niets specifieks opgevallen aan de man en de vrouw. „Ik ging ervan uit dat ze een stel waren, en de kunst in samenspraak uitkozen.” De man was volgens haar geïnteresseerd en stelde veel vragen. Vooral over de materialen waar de kunstvoorwerpen van gemaakt waren.

Francisca heeft nooit het maandelijkse bedrag betaald voor de huur. En na een jaar kon zij de kunst ook niet weer inleveren. Die heeft zij volgens haar advocaat kort na het lenen „moeten afstaan” aan de man. Dat gebeurde „in een sfeer van beïnvloeding en angst”. De advocaat schetst een scenario dat aan de werkwijze van loverboys doet denken, die een radar hebben voor kwetsbare vrouwen. „Hij wist heel goed wie hij uitkoos.”

De waarde van de vijf kunstwerken is vastgesteld op zo’n 7.000 euro. De verzekering heeft al 3.285 euro uitgekeerd aan de kunstuitleen.

De officier stelt dat de suggestie wordt gewekt dat iemand anders dan de verdachte in juridische zin over de goederen heeft ‘beschikt’. „Maar als kritisch wordt doorgevraagd, zwijgt de verdachte.” Het scenario waarin Francisca werd gedwongen de kunst te lenen, vindt zij „onvoldoende onderbouwd”.

De officier noemt de kunstuitleen „een mooie manier” om van kunst te genieten als je niet de middelen hebt om kunst te kopen. Het vertrouwen dat bij de overeenkomst hoort, is door Francisca beschaamd. Ze eist een voorwaardelijke werkstraf van 80 uur.

De rechter vindt dat „de enkele aanwezigheid” van „een bekende uit het criminele circuit” bij het lenen nog geen beroep op psychische overmacht rechtvaardigt. Wel houdt ze er rekening mee dat het „niet helemaal” Francisca’s vrije keus was. Omdat de zaak lang is blijven liggen, legt ze 60 uur voorwaardelijke werkstraf op. Het deel van de waarde dat de verzekering niet heeft vergoed, 3.715 euro, moet de vrouw terugbetalen aan de kunstuitleen.