Column

Een hoofddoek in de loopgraven

De loopgraven zijn weer betrokken. Er is een politiecommissaris die niet de goede rekruten kan vinden, en daarom wil toestaan dat agenten een hoofddoek dragen. Meteen stuiven columnisten, politici, twitteraars op, die zeker weten dat dit het Verdun van de rechtsstaat is. Als dit bolwerk valt, dan is het land verloren.

Vanuit de loopgraaf daar tegenover vuren andere columnisten, politici en twitteraars op de overkant. En in Amsterdam surveilleert een wijkagent demonstratief met een hoofddoek onder haar politiepet. Van haar verschijnen zonnige foto’s voor de Ici Paris, bij de Hema. Een praatje met een vrouw met een zonnebril. Met een grijze toerist – „Where can I change money”, had hij gevraagd, zonder vrees voor gedwongen bekering. In het dagelijks leven draagt ze geen hoofddoek, begrijp ik van het Amsterdamse gemeenteraadslid Sofyan Mbarki.

Mbarki noemde de agent op Twitter #heldin. Waarom eigenlijk, vraag ik hem. Maakt hij zo op zijn beurt niet een halszaak van de hoofddoek? Moet het niet gaan om de acceptatie van alledaagse diversiteit, in plaats van om een politieel fiat voor een geloofsvariant van de islam?

Mbarki zegt dat het hem daar ook om ging. Dat de agent het lef had te tonen dat er bij de politie respect is voor diverse culturen. „Ik had ook #heldin getwitterd als ze een regenboogvlag had gedragen.”

Intussen raakt op de achtergrond dat hoofdcommissaris Aalbersberg een praktische overweging had voor zijn opmerking. Een divers korps staat beter in contact met een diverse samenleving. Het kan helpen liquidaties op te lossen in een onderwereld waar ze kaaskoppen op een kilometer afstand ruiken. Zo weegt hij twee waarden tegen elkaar af: het bij wet vastgelegde neutrale uiterlijk van de politie en het voordeel dat een aantasting daarvan oplevert bij de handhaving van de openbare orde.

Dat is allemaal te genuanceerd voor in de vuurlinie. En ik troost me met een observatie die bestuurskundige Gabriël van den Brink onlangs met me deelde. Hij signaleert een discrepantie tussen de politieke voorkeur van Nederlandse burgers en hoe ze daar uiting aan geven, en hun gedrag in het dagelijks leven. Extreme stemmers ziet hij in het leven van alledag saamhorigheid zoeken en streven naar harmonie.

Die mildheid herken ik van bozige burgers die ik zelf ontmoet. Ze schreeuwen dat zij verdomme een minderheid in Nederland beginnen te worden, en intussen organiseren ze buurtfeesten voor nieuwe bewoners, helpen ze vrijwillig in het verzorgingshuis, en ze halen hun schouders op als ze bij Albert Heijn afrekenen bij de caissière met de hoofddoek.

Ik denk dat die lui in de loopgraven met klappertjespistolen schieten.