‘Dit niveau van agressie heb ik nog nooit gezien’

Rechtszaak AkzoNobel

Activistische aandeelhouder Elliot probeerde maandag voor de Ondernemingskamer af te dwingen dat AkzoNobel in gesprek gaat met belager PPG. Het zaaltje was afgeladen: de overname is een kwestie van nationaal belang geworden.

Antony Burgmans, voorzitter van de Raad van Commissarissen van AkzoNobel bij de zaak Elliott Advisors tegen AkzoNobel in de Ondernemingskamer. Foto Koen van Weel/ANP

„Gezien de huidige politieke hetze is deze rechtszaak van zeer groot belang voor het toekomstige investeringsklimaat in Nederland”, hield vermogensbeheerder Adriaan de Mol van Otterloo de rechters bezield voor. „Uw uitspraak zal invloed hebben op het héle Nederlandse bedrijfsleven.”

Bij een afgeladen Ondernemingskamer – in een achterafzaaltje van de rechtbank was een tweede scherm opgetuigd – aan een zonnig Amsterdams IJ ging de overnamestrijd tussen AkzoNobel en het Amerikaanse PPG maandag wéér een nieuwe fase in. Het Amerikaanse hedgefonds Elliott en nog vijf grote, verontwaardigde Akzo-aandeelhouders willen dat de verfreus serieus het gesprek aangaat over het PPG’s overnamebod van 26,9 miljard euro. Én zij eisen dat de Ondernemingskamer Akzo gebiedt een bijzondere aandeelhoudersvergadering te organiseren met een enkel agendapunt: het ontslag van president-commissaris Anthony Burgmans. De beleggers zien hem als de belangrijkste blokkade voor serieuze gesprekken met PPG.

Hoe groot de belangen zijn, bleek niet alleen uit de aanwezigheid van tientallen advocaten. PPG-baas Michael McGarry was met zijn naaste adviseurs uit de VS gekomen om de zaak bij te wonen en de rechter te overtuigen van zijn goede bedoelingen.

„De advocaat van Akzo heeft meer spreektijd gevraagd voor deze zitting dan Akzo nodig had om een bieder van 26,9 miljard euro naar huis te sturen”, zei Elliotts advocaat Jan Willem de Groot, verwijzend naar het enige gesprek op 6 mei dat er tussen Akzo en PPG plaatshad. Als eerste spreker zette hij daarmee de toon voor een dag in de rechtszaal waar de liefst tien betrokken procespartijen pleidooien met de nodige stekeligheden hielden.

De advocatenkantoren die betrokken zijn bij de zaak tussen Akzo en Elliott:
(Zoom in en beweeg de muis over de icoontjes voor de naam van het kantoor en wie het vertegenwoordigt)

‘Wallonië van Europa’

De afgelopen maanden is de Akzo-kwestie uitgegroeid van een reguliere overnamestrijd tot gevecht van nationaal belang. Een die een permanente afdruk op het Nederlandse ondernemingsklimaat dreigt achter te laten. Zaterdag kondigde minister Henk Kamp van Economische Zaken, een VVD’er, naar aanleiding van de overnamestrijd wetgeving aan die Nederlandse bedrijven een jaar bedenktijd geeft bij ongewenste overnamepogingen.

Sec gezien ging de rechtszaak over de vraag over of Akzo een extra aandeelhoudersvergadering kan weigeren als ten minste 17,7 procent van de aandeelhouders dat wil. Maar ondertussen waarde de geest van Kamps nieuwe wet continu door de rechtszaal. Niet alleen omdat investeerder De Mol van Otterloo er zijn afschuw over uitsprak – „Trumpiaanse maatregelen” – en waarschuwde dat Nederland „het Wallonië van Europa” dreigt te worden.

Nee vooral omdat alle procespartijen, op AkzoNobel na, druk bezig waren met het ontkrachten van achterliggende argumenten voor de wet. Dat PPG gelijk zou staan aan ontslagen bijvoorbeeld, en dat aandeelhouders alleen maar denken aan de korte termijn. Zelfs Elliott benadrukte dat zijn bondgenoten in deze zaak juist níet zoals Elliott zijn, maar beleggers voor de lange termijn. Naar hen moet worden geluisterd, zei Elliott-advocaat De Groot, want zij zijn cruciaal de „checks and balances” in een beursgenoteerde onderneming.

„Het is onterecht dat politiek en vakbonden PPG als een soort slager presenteren”, zei advocaat Yvette Borrius van het Amerikaanse beleggingsfonds Tweedy, Browne. Ze wees erop dat haar cliënt „al sinds 1992” in Akzo belegt en dus geen kortetermijnbelegger is. Normaal wendt Tweedy, Browne zich volgens haar ook niet tot de rechter, „maar de gang van zaken bij Akzo baart haar zodanige zorgen dat ze de noodklok heeft geluid”. Akzo noemde ze een „onderpresterende onderneming”. Het alternatief dat Akzo lanceerde om PPG af te slaan – de verkoop van een chemische divisie en uitkering van een superdividend– noemde ze „propaganda” waar ook onafhankelijke analisten „buitengewoon kritisch” op hebben gereageerd.

Niet weglopen

Tweedy, Browne was relatief radicaal in haar eisen. Het fonds eist de schorsing van president-commissaris Burgmans met onmiddellijke ingang. Ook wil ze dat er drie nieuwe commissarissen door de Ondernemingskamer worden benoemd.

Niet alle aandeelhouders gingen zover, maar ze waren het er wel over eens dat er een aandeelhoudersvergadering moet komen. „Je roept je aandeelhoudersvergadering bijeen, verdedigt je beleid, adviseert eventueel tegen ontslag van Burgmans en je laat de aandeelhoudersvergadering stemmen”, zo vatte Elliots advocaat De Groot het samen. „Voor dat debat moet je niet weglopen.”

Om zijn punt kracht bij te zetten citeerde de advocaat met zichtbaar genoegen uit het proefschrift van Akzo’s hoofd juridische zaken, Sven Dumoulin. Die schrijft daarin dat de aandeelhoudersvergadering „te allen tijde bevoegd is bestuurders te ontslaan en gebrek aan vertrouwen [in Burgmans, red] is daarvoor een reden”. Het is niet relevant of de verzoeken van aandeelhouders „wenselijk of redelijk” zijn, „die discussie hoort thuis in de vergadering”.

Bekijk ook deze video: Een Nederlands bedrijf in buitenlandse handen, moeten we dat wel willen?

Verkapte stemming over strategie

Onzin, vond AkzoNobel-advocaat Harm-Jan de Kluiver. „Er ís geen fundamenteel recht om commissarissen te benoemen of te ontslaan. Verdiep je nou eens een beetje in het Nederlands recht”, adviseerde hij de buitenlandse aandeelhouders. „Dan gaan we van daaruit verder.”

Volgens de Akzo-advocaat heeft een onderneming het volste recht zich te verzetten tegen een overname, zonder steun van zijn aandeelhouders. Een verkoop van het bedrijf is ingrijpend, raakt de strategie en is dus het exclusieve domein van commissarissen en bestuurders. Zij moeten afwegen of een overname in het belang is van álle betrokkenen, en dus niet alleen de aandeelhouders.

Want die aandeelhouders „denken alleen maar aan die 10 euro extra”, zei de Akzo-advocaat. Niet aan duurzaamheid of de belangen van werknemers en klanten. Elliott voorop. „In de visie van Elliott is een onderneming niets anders dan eigendom van de aandeelhouders, waarmee ze kunnen doen en laten wat ze willen.”

Het zou de klagende beleggers dan ook helemaal niet gaan om een betere dialoog, zorgvuldige besluitvorming of zelfs Burgmans positie. „Elliotts werkelijke agenda is dat AkzoNobel met PPG gaat onderhandelen”, betoogde De Kluiver. Een verkapte stemming over de strategie dus, concludeerde hij, en daarover hebben de aandeelhouders niets te zeggen.

Daarbij komt bij dat de Akzo-top uitgebreid met beleggers heeft gesproken over zijn afwegingen, zei De Kluiver. Met Elliott zelfs 20 keer. „Dat zij zich dan niet in het besluit kunnen vinden, is geen reden te twijfelen de aan juistheid van het beleid.” Want dat de afwijzing van PPG verstandig is, staat volgens Akzo buiten kijf– de beslissing is namelijk getoetst door commissarissen met in totaal „meer dan 200 miljard aan overname-ervaring”.

Het slotstuk was voor Burgmans zelf. De president-commissaris van AkzoNobel sprak van een „complex en gevoelig proces” waarbij de bedrijfstop „nauwgezet en kritisch” had geopereerd. PPG is niet weggejaagd volgens Burgmans, maar de voorstellen zijn simpelweg niet goed genoeg. In de beoordeling is „de agressie van PPG niet meegenomen”, zei de ervaren commissaris. Maar hij wilde toch even hebben vermeld dat hij verbaasd was over de handelwijze van de Amerikaanse branchegenoot: „Ik heb dit niveau van agressie nog nooit meegemaakt”.

Uitspraak maandag 29 mei.