ChristenUnie twijfelt over coalitierol

Partijcongres

Het kwetst leden van de ChristenUnie dat D66 hun partij als coalitiepartner ‘onwenselijk’ noemt. „D66 speelt een spelletje.”

Op hun congres in Lunteren, afgelopen zaterdag, moeten de meeste ChristenUnie-leden een beetje lachen om D66-leider Alexander Pechtold die zegt dat hun partij tegen de euro is. „Ik wist het zelf nog niet”, zegt ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers in zijn speech.

Buiten de zaal noemt Henry Buitenhuis (58), gemeenteraadslid in Barneveld, die uitspraak van Pechtold ‘fake news’. En grappig vindt híj het helemaal niet. „D66 is bezig met een spelletje om ons buiten de onderhandelingen te houden over een nieuwe regering.”

D66 wil liever niet met de ChristenUnie. „Onwenselijk”, noemde Pechtold gesprekken met de partij. Daarin zou je kunnen horen: niet onmogelijk. Bij de ChristenUnie-leden valt het anders. „Zulke woorden kruipen diep je hart in”, zegt Arie de Groot (64), gemeenteraadslid in Bodegraven. „Dat je ongewenst bent als je christelijke standpunten gebruikt.”

Partijleider Segers zegt wat hij ook de afgelopen dagen zei: „De verschillen zijn groot, maar wij beginnen er in alle openheid aan.”

Jaap van Ginkel, waterschapsbestuurder in Zeeland, twijfelt. Als D66 niet echt wil, vindt hij, dan moet de ChristenUnie ook niet willen. „Je gaat toch ook niet trouwen met iemand die jou niet echt wil?” En een ‘voltooidlevenwet’ zoals D66 wil, die regelt dat mensen worden geholpen met sterven als ze vinden dat het genoeg is geweest, zal de ChristenUnie volgens Van Ginkel nooit accepteren.

Segers zelf zegt dat nu niet. Op elke vraag over breekpunten zegt hij: „Als we praten, praten we over alles.”

D66 en de ChristenUnie werkten de afgelopen jaren, onder Rutte II, nauw met elkaar samen bij allerlei akkoorden. Pechtold zei daar vorige week over: „Toen ging het over het kasboek, nu over de Bijbel.”

In Lunteren zegt Segers: „Ik hoor dat hij dat vaker heeft gezegd.” Hij zucht even. En lacht. „Oké, als ik toch één breekpunt moet noemen: over de Bijbel zelf gaan we nooit onderhandelen.”