Commentaar

Achter de dijken slaapt het bedrijfsleven zo weer in

De belegering duurde een maand voordat, in juni 2000, het Amerikaanse Bestfoods zich overgaf en het Brits-Nederlandse Unilever zich voor een kleine 25 miljard dollar de nieuwe eigenaar mocht noemen. Het concern werd daarmee in een klap een van de grootste voedingsbedrijven, na het Zwitserse Nestlé. Vriendelijk was die overname niet. In ieder geval lang niet zo begripvol als het bod dat Kraft-Heinz, gesteund door Braziliaanse en Amerikaanse miljardairs, eerder dit jaar uitbracht op Unilever zelf. Na bezwaar van de Unilever-top trok de bieder zich terug.

Maandag diende voor de Ondernemerskamer een zaak die de Amerikaanse investeerder Elliott aanspande tegen verf- en chemieconcern Akzo. Dat wees tot driemaal toe een overnamebod van concurrent PPG van de hand. Eerder waren er recent buitenlandse overnamepogingen ten aanzien van KPN (Mexico) en PostNL (België).

Die laatste twee liepen stuk, maar de gang van zaken, en druk van de top van het Nederlandse bedrijfsleven, hebben demissionair minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) er nu toe aangezet bedrijven beter te gaan beschermen tegen buitenlandse overnames.

Dat een bewindsman van de VVD dit onderneemt kenmerkt de sterk veranderde sfeer tegenover het buitenland. Dat geeft blijk van een houding die steeds meer opgeld doet: wel profiteren van de mogelijkheden in het buitenland, maar protesteren als dat buitenland hier hetzelfde komt doen.

Nu is het beschermen van bedrijven tegen buitenlandse overnames in andere landen vaak staande praktijk, of dat nu wettelijk gaat of informeel. Net als internationale handel vergen grensoverschrijdende overnames wederkerigheid. Mocht de internationale sfeer zodanig veranderen dat bescherming in Nederland daar enkel gelijke tred mee houdt, dan zijn aanvullende maatregelen te overwegen.

Maar ideaal is het niet. Beschermingsconstructies werden in de jaren negentig afgebroken omdat het bedrijfsbestuur in Nederland te weinig weerwerk kreeg, zelfingenomen dreigde te worden en in een te besloten kring – het old boys network – plaatsvond. De aandeelhouder kreeg meer macht, en dat was destijds een terechte zaak van achterstallig onderhoud.

De pendule van de economische vrijheid zwaait nu de andere kant op, mede door de diepe crisis van tien jaar geleden. Maar de weg omhoog is alleen duurzaam begaanbaar bij een stijgende productiviteit. Een bedrijfsleven, en bedrijfsbestuur, dat niet scherp wordt gehouden, is daar doorgaans niet behulpzaam bij. De dijk die Kamp opwerpt mag niet te hoog worden.