Het grote succes van een boek over Congo

David Van REYBROUCK (1971) Vlaamse wetenschapper en schrijver in zijn atelier in de Brusselse wijk Anderlecht. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Belgie. Brussel, 23 juli 2010 ©Vincent Mentzel 2010

Dit is het jaar van David van Reybrouck. Afgelopen weekend werd zijn Congo, een geschiedenis bekroond met de Grote GeschiedenisPrijs. Het boek is ook genomineerd voor de Ako-prijs. Eerder dit jaar kreeg Van Reybrouck de Jan Hanlo Essayprijs voor zijn pamflet Pleidooi voor populisme uit 2008, waarin hij analyseert hoe de kenniskloof tussen hoog en laag opgeleid het populisme voedt.

David van Reybrouck, geboren in 1971, is een filosoof en archeoloog die promoveerde op etnografische en primatologische typeringen in studies naar de prehistorie. Vervolgens hield hij zich als cultuurfilosoof enige tijd bezig met de architectuur van dierentuinen. Culturele projecties over en weer zijn voor hem dus gesneden koek, maar hij verenigt dit vermogen voor het grote gebaar met archeologisch geduld en nauwkeurigheid. En hij schrijft prachtig.

Dat dit alles aan het publiek nog steeds niet voorbijgaat, bewijst het succes van Congo. Uitgeverij de Bezige Bij verkocht tegen de 40.000 exemplaren van een vuistdik boek over de geschiedenis van een land waaruit nieuws alleen nog de kranten haalt als het nog gruwelijker is dan vorige keer.

Van Reybrouck bedrijft geschiedenis met literaire en journalistieke technieken, hij laat zoveel mogelijk stemmen doorklinken. Zijn boek leent zich niet voor het trekken van gemakkelijke conclusies. In haar recensie in de bijlage Boeken van deze krant vergeleek Afrika-kenner Marcia Luyten Congo met de van nabij opgetekende non-fictieverhalen van schrijvers over Afrika uit dezelfde generatie, zoals Dave Eggers’ Wat is de wat (Soedan) en The teeth may smile but the heart does not forget (Oeganda) van Andrew Rice. „Vanaf het begin was het duidelijk dat het gezichtspunt zoveel mogelijk Congolees moest zijn”, zei Van Reybrouck afgelopen zomer in deze krant.

Paradoxaal ondertussen dat een boek over Congo triomfen viert in een tijd dat de opvatting dat Afrika voortaan zijn eigen boontjes maar moet doppen, aan kracht lijkt te winnen. Maar misschien is dat juist logisch: de manier waarop wij naar Afrika kijken verandert. Zijn boek, zei Van Reybrouck, moest een verhaal worden ‘dat twijfel en zelfkritiek in zich draagt’, ‘met ruimte voor nuancering, zonder de arrogantie en agressie van een dominante overtuiging.’ Daar kunnen anti-hulppopulisten nog van leren.

    • Maartje Somers